Zorg wil ‘fatsoenlijk tarief’ voor behandeling gevaarlijke mensen

Forensische zorg Drie forensisch psychiatrische klinieken eisen in een kort geding tegen het ministerie van Justitie hogere tarieven voor 2020.

De Van der Hoeven Kliniek in Utrecht, waar onder anderen tbs’ers worden behandeld, is een van de drie instellingen achter het kort geding.
De Van der Hoeven Kliniek in Utrecht, waar onder anderen tbs’ers worden behandeld, is een van de drie instellingen achter het kort geding. Foto’s Olivier Middendorp

Ze noemt het ‘forensische scherpte’. Dat je kunt inschatten of een psychiatrisch patiënt, die behandeld wordt voor gewelddadigheid, opnieuw agressief zal worden. Psychiater Melina Rakic weet er veel van – ze leidt Inforsa, een Amsterdamse kliniek voor patiënten die een behandeling is opgelegd door de strafrechter. „Wij kunnen door veel ervaring risico’s taxeren: kan hij van de kamer af? Kan hij aan de lunchtafel? Kan hij op verlof?”

Ze heeft het over gevaarlijke mensen, onderstreept Rakic. Meestal mannen. „Voor wie we de samenleving (tijdelijk) moeten beschermen.” En daarom kan ze niet bevatten dat het ministerie van Justitie en Veiligheid weigert een „fatsoenlijk” tarief te betalen. Voor het eerst hebben drie forensisch psychiatrische klinieken (Inforsa, het Rotterdamse Fivoor en de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek) een kort geding aangespannen tegen het ministerie. Ze eisen dat Justitie de tarieven voor 2020 verhoogt. Ze kunnen niet nóg twee jaar interen op reserves om personeel te betalen, zeggen zij. Het kort geding dient overigens pas in januari.

Neem het Zuid-Hollandse Fivoor. Dat geeft elk jaar ongeveer 160 miljoen euro uit aan verpleegkundigen, psychiaters en alle andere kosten in 39 locaties. Ze bieden alles van reclassering tot behandeling voor de zwaarst beveiligde tbs’ers. Erik Masthoff, bestuurder bij Fivoor: „Met wat gepuzzel kan ik best een begrotingsgat van 1 miljoen euro dichten. Maar ik heb volgend jaar een tekort van 9 miljoen euro, met name als Justitie zijn aanbesteding niet aanpast aan de reële kosten.”

Naar een andere aanbieder

Een aanbesteding? Jazeker, zegt Masthoff: strafrechtelijk opgelegde behandelingen zijn een markt. Klinieken zoals Fivoor (dat met 330 forensische bedden en 120 tbs-plekken, reclassering en ambulante zorg een vijfde van de markt heeft) moeten elke twee jaar concurreren om de opdracht van Justitie. Hij wijst erop dat de organisatie niet op winst is gericht. Melina Rakic, in Amsterdam: „Justitie zegt dat als we het niet voor dit tarief doen, ze naar een andere aanbieder gaan.”

Maar dat kán helemaal niet, zeggen Rakic en Masthoff, omdat er te weinig instellingen zijn die dit kunnen. Er is een wachtlijst voor forensische psychiatrische behandelingen, waaronder tbs. Sinds Anne Faber in 2017 werd vermoord, leggen strafrechters vaker tbs op, waardoor nu ongeveer 40 veroordeelden op een tbs-plek wachten.

Het gaat om veiligheid, onderstreept Masthoff. „We kunnen niet zeggen: ‘Sorry mensen, het geld is op, dus we sturen minder begeleiding mee tijdens zijn verlof.’ We kunnen in de kliniek ook niet één verpleegkundige alleen laten met tien (vlucht)gevaarlijke patiënten. Dat moeten er minimaal twee zijn en het liefst drie. Dat zijn de kwaliteitsnormen.” Rakic: „We kunnen ook niet zomaar goedkopere bewakers neerzetten in plaats van verpleegkundigen: cliënten zitten bij ons om behandeld te worden.”

Sommige forensische patiënten verblijven korter dan een jaar in de kliniek, anderen langer. En de tbs’er gemiddeld acht jaar. Er zijn landelijk twaalf forensisch psychiatrische klinieken waarvan zeven ook tbs bieden en twee bij het Rijk horen.

Bij het Amsterdamse Inforsa, een kleinere kliniek die onder de ggz-instelling Arkin valt, gaat het om een verschil van 2 miljoen euro: Inforsa zegt volgend jaar 15,5 miljoen euro nodig te hebben voor zeventig bedden, Justitie biedt 13,5 miljoen. Financieel directeur Dick de Wit van Inforsa: „Arkin subsidieert al twee jaar onze verliezen. Dat kan niet zo doorgaan.”

Meer geld vragen in de Randstad

Het meningsverschil over de tarieven is te verklaren doordat Justitie uitgaat van landelijke gemiddelden – een vaststaand aantal uren behandeling per patiënt, per dag. Maar psychiatrisch geschoold personeel is schaars en kan in de Randstad meer geld vragen dan elders. Melina Rakic: „Ze moeten wel: de huizen zijn hier duurder, waardoor alles duurder is.” Ook het onderhoud voor de gebouwen is duurder in de Randstad, zegt Rakic.

Daarnaast verhuren steeds meer psychiatrisch verpleegkundigen én psychiaters zich als zpp’er. Dat kost tot 30 procent meer dan als iedereen in loondienst is. Erik Masthoff: „De lonen stijgen ook en Justitie heeft een korting van 4 procent doorgevoerd op ambulante forensische zorg.”

Interessant is dat zorgverzekeraars, waar andere zorgverleners doorgaans over mopperen, voor ongeveer even intensieve psychiatrische zorg méér betalen dan Justitie. En wel 100 euro meer per dag per patiënt, zegt Dick de Wit van Inforsa. Zijn collega Rakic: „We zouden financieel gezien kunnen stoppen met forensische zorg, want voor niet-veroordeelde zware psychiatrisch patiënten krijgen we meer geld, van de zorgverzekeraar. Maar dan heeft de maatschappij echt een probleem, want goeie forensische zorg bouw je niet zomaar op.”

Het verschil tussen ‘gewone’ intensieve zorg voor zware psychiatrisch patiënten en forensische zorg werd pijnlijk zichtbaar na de moord op een passagier in de Amsterdamse metro in 2017. Zoals Melina Rakic uitlegt, zijn forensisch psychiaters getraind om gevaar in te schatten. De gevaarlijke Philip O., die al vaak was veroordeeld, onder meer voor een gewapende overval, liep nu vrij rond, maar werd opgenomen op de psychiatrische afdeling van het AMC. Daar wilde hij niet zijn en het AMC wist zich geen raad met hem. De dienstdoende medewerkers wisten ook niet hoe ze hem in een forensische kliniek konden krijgen. Ze stuurden hem met verlof.

Een grote inschattingsfout, oordeelde de Inspectie Justitie en Veiligheid onlangs. Dezelfde middag raakte Philip O. buiten zinnen, in de metro, en stak hij een passagier dood.