Klimaattop in Madrid: de voortrekkers, dwarsliggers en verliezers

Klimaattop Over ruim een jaar moet de eerste ronde maatregelen ingaan die in het klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken. Neemt iemand daarvoor de leiding tijdens de klimaattop in Madrid?

Toerisme op Antarctica
Toerisme op Antarctica Foto Johan Ordonez/AFP

Tijdens de klimaattop die deze maandag in Madrid begint, moeten de laatste obstakels voor het klimaatakkoord van Parijs worden weggenomen. Dan kan het akkoord op 1 januari 2021 daadwerkelijk beginnen met de eerste cyclus van vijf jaar waarin de bijna tweehonderd deelnemende landen gaan uitvoeren wat ze hebben beloofd. Wie zijn de hoofdrolspelers in deze jaarlijkse opvoering en wat is deze keer hun rol?

Voortrekkers

Voortrekkers zijn er niet. Geen van de partijen is op dit moment bereid de leiding te nemen. In 2015 in Parijs was dat anders. Het succes van het klimaatakkoord was te danken aan samenwerking tussen klimaatgrootmachten China en de Verenigde Staten, de nummers één en twee als het gaat om de uitstoot van broeikasgassen.

De Amerikaanse president Barack Obama en zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping zetten ongeveer een jaar voor Parijs hun meningsverschillen opzij. Amerika verplichtte zichzelf voor het eerst tot een serieus klimaatdoel, China gaf zijn comfortabele positie op als ontwikkelingsland zonder verplichtingen. Europa, blij dat de kemphanen eindelijk samenwerkten, faciliteerde met succes de ambitieuze uitkomst.

Maar na het aantreden van Donald Trump, die de VS zo snel mogelijk uit het klimaatakkoord wilde terugtrekken, kwam er een abrupt einde aan de Chinees-Amerikaanse tandem. Hoewel China en de EU beloofden zich niets van Trump aan te trekken, stagneerden de onderhandelingen. China gaat in eigen land weliswaar gewoon door met een stevig klimaatbeleid, maar weet zich geen raad met ‘soft power’ Europa en houdt zich in de onderhandelingen nu gedeisd.

De EU, al jaren de meest ambitieuze partij, mist op dit moment richting. Als de nieuwe Europese Commissie gaat doen wat ze vorige week heeft beloofd, kan de EU een voortrekker worden. Maar in Madrid, waar Eurocommissaris Frans Timmermans aantreedt voor zijn eerste klus, is dat nog te vroeg. Hij heeft geen mandaat voor aangescherpt klimaatbeleid.

Dwarsliggers

Brazilië zette op de klimaattop in het Poolse Katowice vorig jaar de hakken in het zand bij de onderhandelingen over de spelregels voor artikel 6 uit het klimaatakkoord, over de zogeheten marktmechanismen (handel in emissies). Brazilië wil dat ‘Parijs’ de werkwijze overneemt van het Kyoto Protocol, het oude klimaatverdrag uit 1997. Andere landen voelen daar niets voor.

In de tijd van Kyoto ging het vaak om projecten in ontwikkelingslanden die werden gefinancierd door rijke landen. In ruil daarvoor konden ze de klimaatwinst op hun conto bijschrijven. Vaak waren die projecten gevoelig voor corruptie en veel ervan zouden ook wel zijn uitgevoerd zonder buitenlandse hulp. Uit Europees onderzoek blijkt dat 85 procent van de Kyoto-projecten amper emissiereducties hebben opgeleverd.

Wel zijn er uit die Kyoto-tijd miljarden emissierechten overgebleven, certificaten die recht geven op de uitstoot van één ton CO2. Niemand had ze nog nodig om aan de klimaatdoelstellingen uit het Kyoto Protocol te voldoen. Brazilië bezit veel van die rechten en wil ze overhevelen naar ‘Parijs’. „We hebben helaas gemerkt dat er een tendens is om te doen alsof sinds het akkoord van Parijs alles uit de tijd daarvoor niet meer bestaat”, zei de Braziliaanse onderhandelaar Leonardo Cleaver de Athayde onlangs tegen persbureau Reuters.

Het overhevelen van miljarden aan Kyoto-rechten kan de ambities van Parijs ernstig ondermijnen. Daar komt bij dat er een fundamenteel verschil is tussen Kyoto en Parijs. In het Kyoto Protocol hadden alleen rijke landen de verplichting hun emissies te reduceren. Dat onderscheid bestaat sinds Parijs niet meer. Voortaan hebben ontwikkelingslanden eigen klimaatdoelen. Dus de reducties van projecten in eigen land kunnen ze zelf ook goed gebruiken. De angst voor dubbeltelling neemt daarmee fors toe.

Profiteurs

Rusland en Australië geven Brazilië graag rugdekking. Ook zij hopen op vage afspraken over emissiehandel. Rusland kreeg in de Kyoto-periode veel emissierechten in de schoot geworpen door de ineenstorting van de Sovjet-Unie, waardoor de zwaar vervuilende industrie in een klap verdween en de emissies veel meer daalden dan nodig was zonder enig klimaatbeleid. Die oude rechten wil Rusland inzetten bij het behalen van zijn nieuwe doelstellingen. En de rest mogelijk verkopen.

Australië, een land met een van de hoogste emissies per hoofd van de bevolking, wil het nog veel bonter maken. Het land heeft voor een schappelijke prijs een grote hoeveelheid oude emissierechten opgekocht en wil die in de toekomst inzetten voor ‘Parijs’. Het is een handige manier om zonder enige CO2-reductie toch aan het klimaatakkoord te voldoen.

Treuzelaars

Turkije behoort, met onder meer Jemen, Libië en Eritrea, tot de tien landen die ‘Parijs’ wel hebben ondertekend maar nog niet geratificeerd. Het land voelt zich ernstig tekortgedaan, doordat het in 1992 niet werd ingedeeld bij de ontwikkelingslanden. Dat is verbazingwekkend voor een land dat zich erop voorstaat lid te zijn van de G20 van grootste economieën ter wereld. Hoewel het onderscheid in het klimaatakkoord niet langer geldt voor verplichtingen, hebben ontwikkelingslanden recht op financiële steun voor hun klimaatbeleid. Eerst genoeg geld dus, en dan pas is Turkije bereid tot ratificatie.

Verliezers

Veel arme landen dreigen zwaar getroffen te worden door de gevolgen van klimaatverandering. Zij stellen de rijke landen daarvoor aansprakelijk. Maar die weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen. Niet voor de schade uit het verleden, en zeker niet voor toekomstige klimaatschade.

Kleine eilandstaatjes als Tuvalu, Fiji en de Malediven zijn er het slechtst aan toe. Zij moeten vrezen voor hun voortbestaan als de zeespiegel verder stijgt. In Parijs wisten ze een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad als streven in het akkoord te wurmen, met het verzoek aan het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) om te kijken wat daarvoor nodig was. Het rapport verscheen vorig jaar net voor de top in Katowice, maar werd daar alleen voor kennisgeving aangenomen omdat sommige landen weigerden het te verwelkomen.

De eilanden zullen de maximale temperatuurstijging ook dit jaar ongetwijfeld weer op de agenda zetten. Volgens het rapport is het met een uiterste krachtsinspanning nog steeds mogelijk om die anderhalve graad te halen. Maar geen land is tot nu toe bereid het beleid daarop aan te passen.