Reportage

Bij Gladbach is het ‘genieten in de mooiste woonkamer van de wereld’

Duits voetbal Borussia Mönchengladbach is koploper in de Bundesliga, tot vreugde van de fans. De club zit in de lift, maar de landstitel lijkt niet realistisch.

Decennia voordat de koploper van de Bundesliga er door duizenden tegelijk zou worden toegezongen, reden nog Britse legertrucs af en aan op het stuk niemandsland aan de rand van de Duitse stad Mönchengladbach.Hier, tussen snelweg, groen en kantoren, lag een enorme kazerne, met eigen winkels, banken, bibliotheken, benzinestations en straten met namen als Queens Avenue en Marlborough Road, waarvandaan zo’n 13.000 Britse soldaten waakten over de orde in naoorlogs Europa.

Toen was de Britse aanwezigheid topprioriteit, nu is het amper nog voor te stellen. Want toen de Britten zich na de eeuwwisseling begonnen terug te trekken omdat hun aanwezigheid overbodig werd, verrees op deze plek een imperium dat de oorlogshistorie van dit terrein heeft doen vergeten. Dat van Borussia Mönchengladbach. Die Fohlen.

De volksclub nam 250.000 vierkante meter grond voor een schijntje over en zette er een stadion neer met parkeerplaatsen, een trainingsveld en hotel eromheen. Weg was de nostalgie van de oude, sfeervolle Bökelberg. Maar de buurtbewoners, die hun rozenperken om de week vernield zagen worden door alle parkeerproblemen rond het oude stadion, waren blij dat de club een nieuwe thuishaven vond.

Borussia Park heet het nieuwe stadion en het in 2004 opgeleverde bastion vormt ook op deze eerste zondag van december weer het middelpunt van een kleine bedevaart naar geluk. Gladbach speelt thuis tegen SC Freiburg. Bij winst zal de club het weekeinde afsluiten als koploper, de positie waar de club in de jaren zeventig zo vaak heeft gestaan.

Gouden jaren zeventig

Het waren de gouden jaren van Borussia Mönchengladbach.Bijna als enige club in West-Duitsland slaagde Borussia erin om tegenwicht te bieden aan het toen al zo succesvolle Bayern München. Terwijl Bayern Franz Beckenbauer en Gerd Müller had, oogstte Gladbach-coach Hennes Weisweiler lof met lokale jongens als Günter Netzer, Jupp Heynckes, Berti Vogts en Rainer Bonhof. Ze werden tussen 1970 en 1977 liefst vijf keer kampioen van West-Duitsland en werden beroemdheden in binnen- en buitenland. Zeker omdat de meesten van hen ook nog eens deel uitmaakten van het West-Duitse elftal dat in 1974 wereldkampioen werd ten koste van Nederland.

Foto John van Hamond

Gladbach won in 1975 en 1979 ook nog eens de UEFA Cup en groeide met offensief combinatievoetbal uit tot de op drie na grootste club van het land, na Bayern, Schalke 04 en Borussia Dortmund. Er volgden weliswaar ook twee degradaties, maar nog steeds oefent Gladbach aantrekkingskracht uit op volk van heinde en verre. Een derde van de achterban komt uit de stad zelf, een derde binnen een ring van 200 kilometer daaromheen en de rest van verder.

„Ik ken Zwitserse fans die elke thuiswedstrijd met een bus hierheen komen”, zegt Sylvia Momm, wier clubliefde van haar outfit spat. Haar shirt, jas en sjaal worden opgesierd door het zwart-witte wiebertje met blokletter B, het klassieke clublogo dat in deze omgeving terug te zien is op verkeersborden, bumpers van auto’s, voorgevels van huizen en rond balkons gedrapeerde vlaggen.

Terwijl fans uit oorden als Unterallgäu, vlakbij Liechtenstein, al voor zes uur ’s ochtends in de bus moeten stappen voor een thuiswedstrijd die rond drie uur ’s middags begint, hoeft Momm slechts veertig kilometer af te leggen vanuit Heinsberg. In deze gemeente deelt ze haar clubliefde met de overige leden van de lokale fanclub Brööker Borussen. „Mijn man en ik kennen elkaar door de club. Onderweg naar het stadion troffen we elkaar in de trein, en het klikte. Dit stadion is voor mij de mooiste woonkamer van de wereld, vol met vrienden die ik door het voetbal ken.”

Tweeënhalfuur voor de aftrap stromen auto’s met wapperende clubvaantjes toe, de rijen rond de eetkraampjes worden langer. Braadworsten gaan van hand tot hand in de witte miniatuurbolletjes die de horecabestierders rond het stadion eromheen vouwen. Bratwurst en bier: de standaard ingrediënten voor een Duitse voetbalmiddag ontbreken uiteraard niet, al zijn ook hier vegetarische groenteburgers te koop. Voor de pizzakraam staat dan weer niemand.

„Ik was zestien toen we kampioenschap na kampioenschap wonnen en sindsdien ben ik fan”, zegt Achim Amelung, die 280 kilometer heeft gereden. „Wat me aanspreekt aan deze club is dat we met jonge spelers iets opbouwen. We moeten wel. Als spelers hier goed presteren, maken ze toch graag een transfer naar Bayern of Borussia Dortmund.”

Foto John van Hamond

Rebels clubicoon

In het clubmuseum is een expositie ingericht ter ere van de 75ste verjaardag van de eerste speler die Borussia voor goed geld wist te verkopen: Günter Netzer, het rebelse clubicoon met zijn lange wapperende haren, die destijds naar Real Madrid ging.

Echt vaak komt Netzer niet meer naar het stadion, maar toen hij onlangs weer even zijn gezicht liet zien, trok hij direct de aandacht van de pers. Eindelijk toonde Gladbach weer ambitie, gaf hij te kennen. Netzer had er altijd moeite mee gehad dat ze bij zijn oude club al blij waren als ze degradatie ontliepen.

Nu is dat anders. Iedereen gelooft dat de vijfde plek van vorig seizoen dit seizoen kan worden overtroffen. Tegen Freiburg speelt de thuisclub sprankelend, opgetild door de Nordkurve, de deinende staantribune achter het doel waar toeschouwers al een uur van tevoren samenklonteren, omdat ze anders op veel tenen moeten trappen om nog een plek te bemachtigen. De sfeer: uitzinnig. Vlaggen en vaandels zwaaien door de lucht.

De wedstrijd biedt volop sensatie, met twee doelpunten binnen zes minuten, een gemiste strafschop en zes treffers in totaal. Eindstand: 4-2 voor Gladbach. Opnieuw is Borussia Tabellenführer.

„De club moet hiervan genieten zolang het duurt”, relativeert Horst Wohlers, die in de gouden jaren zeventig voor de club speelde. „Want Gladbach wordt heus geen kampioen. Bayern is beter. En Leipzig ook. Gladbach moet zich richten op plaatsing voor de Champions League. Dat zou een mooie prestatie zijn.”