Caroline Criado Perez: „Vrouwen worden behandeld als uitschieters, terwijl we dat niet zijn.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘Apple dacht niet: fuck you, we haten ongesteldheid. Ze vergaten het gewoon’

Caroline Criado Perez Vrouwen worden stelselmatig genegeerd in data, schrijft Caroline Criado Perez in haar prijswinnende boek Invisible Women. Dat is niet alleen onhandig, maar soms ook levensbedreigend.

Vol trots kondigt Apple in 2014 een nieuwe gezondheidsapp aan. Health belooft gebruikers een allesomvattend beeld van hun gezondheid te geven. Je kunt erin bijhouden hoeveel je beweegt, slaapt, eet. Je kunt registreren hoe hoog je bloeddruk is, je hartslag, gewicht, alcoholinname. Gebruikers kunnen zelfs bijhouden hoeveel koper en molybdeen (een mineraal dat voorkomt in onder meer graanproducten) ze binnenkrijgen.

Het bedrijf blijkt één ding vergeten. Wat gebruikers van de applicatie er in de eerste versie niet mee kunnen: hun menstruatiecyclus bijhouden, nogal van invloed op veel van het bovenstaande.

Caroline Criado Perez (1984) beschrijft het voorval in haar onlangs naar het Nederlands vertaalde boek Invisible Women. Exposing Data Bias in a World Designed for Men. Daarin betoogt ze dat de wereld gebouwd is op data waarin mannen de standaard zijn, en waarin vrouwen systematisch worden vergeten. Soms bewust, maar veel vaker onbewust. „Het is niet zo dat Apple denkt: fuck you, we haten ongesteldheid. Ze zijn gewoon vergeten dat ongesteldheid bestaat. Dat zou niet gebeurd zijn als er genoeg vrouwen aan de ontwerptafel hadden gezeten.”

Van de arbeidsmarkt tot aan stedenplanning, het openbaar vervoer en technologie, algoritmes, de zorg, het bedrijfsleven of zelfs sneeuwschuiven, overal doet deze ‘genderdatakloof’ zich voor. Vrouwen worden niet gemeten, niet meegerekend of niet gehoord.

Dat is soms hoogstens ongemakkelijk, of grappig, zoals bij de gezondheidsapp van Apple. Maar het kan ook levensbedreigend zijn als vrouwen niet vertegenwoordigd zijn in data, laat Criado Perez in haar boek zien. Zoals in de geneeskunde, waarin pas vrij recent aandacht is gekomen voor het feit dat bijvoorbeeld een hartaanval zich op een andere manier manifesteert bij vrouwen dan bij mannen.

Met haar boek won de Britse schrijver in september de Royal Society Science Book Prize, een prijs van 25.000 pond (ruim 29.000 euro). „Het was voor mij heel belangrijk om deze prijs te winnen, want ik heb zelf niet echt een wetenschappelijke achtergrond”, vertelt Criado Perez tijdens een promotiebezoek in de lobby van een Amsterdams hotel. Ze begon ooit wel aan een master gedragseconomie aan de London School of Ecnomics, maar maakte die niet af. „Omdat ik een boek heb geschreven dat de wetenschap uitdaagt, dat zegt: jullie doen iets fout, wist ik dat als ík één fout zou maken, het hele boek zou worden afgeschreven.”

Oorspronkelijk moest Invisible Women een boek over de medische wereld worden. Maar gaandeweg zag Criado Perez dat op veel meer plekken waar het over ‘mensen’ gaat, eigenlijk ‘mannen’ bedoeld worden.

De genderdatakloof uitgelegd in vijf getallen

Slechts 24 procent van de mensen die je ziet of hoort in de media, is vrouw

Dit had net zo goed een percentage over vrouwen in schoolboeken, films of games kunnen zijn. Overal zijn ze in de minderheid, laat Criado Perez aan de hand van verschillende internationale onderzoeken zien. En dat zorgt er weer voor dat er minder oog is voor hun verhalen en problemen. „Het lijkt triviaal, maar het draagt allemaal bij aan een kijk op de wereld waarin mannen de standaard zijn, en vrouwen een extraatje. Kijk hoe we over sport praten, al is dat een afgezaagd voorbeeld. We hebben het over voetbal, over rugby. Wat we bedoelen is mánnenvoetbal, mánnenrugby.”

Zelf probeerde Criado Perez daar al meerdere keren verandering in te brengen. Zo begon ze een database met daarin deskundige vrouwen, voor journalisten. Ook voerde ze in 2013 actie om – naast de koningin – een vrouw op Engelse bankbiljetten te krijgen. Met succes: na haar campagne plaatste de Bank of England schrijfster Jane Austen op het tien-pondbiljet.

En dat voor iemand die feminisme lange tijd, in haar eigen woorden, bullshit vond. Tot ze op de universiteit een boek over feminisme en taal moest lezen. „Net zoals zoveel mensen die niet zoveel over feminisme weten, dacht ik: wat pathetisch en achterlijk, gaan feministen nu echt zeuren over het gebruik van ‘hij’ als er ‘hij en/of zij’ bedoeld wordt? Doe normaal. Tot ik er achter kwam dat ik dan ook altijd mannen voor me zag, ofschoon ik een vrouw ben. Toen ging ik me afvragen hoe dat kwam.”

In de Verenigde Staten is zo’n 93 procent van de durfinvesteerders man

Dat heeft invloed op waarin, maar vooral in wíé geïnvesteerd wordt, aldus Criado Perez: „Het is voor vrouwen moeilijker om aan een investering te komen.” Dat is geen uitsluitend Amerikaans probleem. Van de Nederlandse ondernemers die tussen 2010 en 2018 kapitaal van een durfinvesteerder kregen, was slechts 5,3 procent vrouw, constateerden onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam vorig jaar. In andere woorden: mannen investeren in mannen. Dat is niet per se kwade wil, zegt Criado Perez, maar menselijk. Je kiest voor wat je kent, een mechanisme dat bijvoorbeeld ook speelt bij sollicitaties.

Dat zo weinig investeerders vrouw zijn, is op zichzelf al een probleem, zegt ze. Het maakt vrouwen, en wat ze nodig hebben, ook nog eens onzichtbaar.

In haar boek schrijft Criado Perez over een Amerikaanse ondernemer die een nieuwe borstkolf heeft ontwikkeld. Het bedrijf heeft alles in zich om een volgend Silicon Valley-succes te worden: een markt met maar een paar grote spelers, miljoenen dollars groeipotentie, een product waar consumenten behoefte aan hebben. Een markt, kortom, die op z’n kop gezet kan worden. Toch lukt het de ondernemer niet om financiering te krijgen. De mannen die ze van haar bedrijfsplan moet overtuigen, vinden de borstkolf maar een vies ding.

Criado Perez: „Dat is ook te verwachten. Als je iets niet zelf meemaakt, zul je niet herkennen dat er een probleem of behoefte is.” En zo ontstaat een vicieuze cirkel, schetst ze: „Dus vrouwen zullen meer data nodig hebben om te bewijzen dat er behoefte is aan hun product. Maar omdat we zo weinig data over het vrouwelijk lichaam verzamelen, zullen ze die waarschijnlijk minder hebben. Het is voor vrouwelijke ondernemers dus moeilijker hard te maken dat er een markt is voor hun product.”

Vrouwen zitten ruim twee keer langer op het toilet dan mannen

Iederéén kent ze: de lange rijen voor het vrouwentoilet, of je nu bij een theatervoorstelling, in een restaurant of op een festival bent. Hoort er nu eenmaal bij, toch? Nee, schrijft Criado Perez: die lange rijen zijn het gevolg van een ontwerp dat mannen bevoordeelt.

Vrouwen zitten gemiddeld 2,3 keer zo lang op het toilet als mannen. Dat heeft verschillende redenen. Vrouwen die ongesteld zijn, zullen tampon of maandverband moeten vervangen, bijvoorbeeld. Ook hebben vrouwen vaker een kind bij zich dat ze moeten helpen. Vrouwen moeten daarnaast vaker naar het toilet – ze hebben een grotere kans op blaasinfecties, en door bijvoorbeeld zwangerschap neemt de capaciteit van de blaas af.

Maar terwijl vrouwen langer nodig hebben, kunnen bij de mannentoiletten meer mensen tegelijkertijd naar de wc. Daar zijn immers hokjes én urinoirs.

Het is pas echt eerlijk als je de vrouwentoiletten meer ruimte geeft dan de mannenwc’s, zegt Criado Perez. „Ik kan me al voorstellen dat mensen die jouw krant lezen nu roepen: ‘Waarom zouden vrouwen meer ruimte moeten krijgen! Voorkeursbehandeling! Dit is onzin!’ Stel je even voor dat je dat zou zeggen tegen iemand in een rolstoel. ‘Iedereen neemt de trap, dus dat moet jij ook maar doen.’ Daarbij kun je toch ook zien: de behoeften zijn anders?”

Een standaard crashdummy is 1,77 meter lang en 76 kilo zwaar

In meer alledaagse dingen kan zo’n mannelijke bias verstopt zitten, zegt Criado Perez. Neem de iPhone, die voor de gemiddelde vrouwenhand te groot is (al lijkt de limiet voor de gemiddelde mannenhand met de iPhone 11 ook wel bereikt). Denk aan spraaksystemen, die een mannenstem beter herkennen dan een vrouwenstem. Of kijk eens naar de temperatuur in kantoren, die zo’n vijf graden te koud is voor vrouwen. De formule om te bepalen hoe warm of koud het moet zijn, is namelijk ooit gebaseerd op de stofwisseling van een veertigjarige man.

Criado Perez: „De meeste ‘genderneutrale’ dingen zijn eigenlijk ontworpen voor mannen. We verwachten dat vrouwen er dan ook wel in zullen passen, en dat het als vanzelf goed gaat.” Dat is een potentieel gevaarlijke aanname, waarschuwt ze. Bijvoorbeeld in het geval van crashdummy’s. Met die poppen wordt onder meer getest of airbags en veiligheidsriemen goed genoeg werken bij een auto-ongeluk. Die dummy was jarenlang gemodelleerd naar ‘een gemiddelde man’: 1,77 meter lang, 76 kilo zwaar.

In een deel van de tests wordt inmiddels ook gebruik gemaakt van een vrouwelijke versie van de testpop. Maar dat is slechts een kleinere variant van het mannelijke model, en heeft bijvoorbeeld geen borsten. Terwijl vrouwen, áls ze bij een auto-ongeluk betrokken raken, vaker zwaar letsel oplopen. „Vrouwen worden behandeld als uitschieters, terwijl we dat niet zijn. Wij zijn gemiddeld. Dáár gaat mijn boek over: waarom behandelen we de helft van de wereldbevolking alsof ze een uitzondering zijn?”

Vrouwen lopen 50 procent meer risico om na een hartaanval een verkeerde diagnose te krijgen

Mannen voelen druk op de borst en pijn aan de arm bij een hartaanval. Vrouwen hebben eerder klachten als maagpijn, misselijkheid en vermoeidheid en soms zelfs helemaal geen pijn op de borst. Dat zijn geen ‘atypische’ verschijnselen, zoals lang gedacht werd. In Nederland is dat de afgelopen jaren succesvol aangekaart door Angela Maas, cardioloog in het Radboudumc.

In allerlei velden in de geneeskunde zijn vrouwen een variant op de ‘standaardmens’, zegt Criado Perez. Zo worden medicijnen doorgaans op mannelijke proefpersonen getest. Zij zouden betrouwbaarder en stabieler zijn, omdat ze geen ‘last’ hebben van wisselende hormoonspiegels door menstruatie.

Criado Perez: „Ja, misschien zijn mannen makkelijker om te testen. Maar vrouwen bestaan, of ze nu moeilijk zijn of niet. En ze slikken een hoop van de medicijnen die worden ontwikkeld. De realiteit is lastig. Wetenschap is je bezighouden met de werkelijkheid. En het spijt me dat de wereld gecompliceerder is dan je zou willen. Maar waar is de nieuwsgierigheid?”