Het tedere boek van Frits Spits over zijn overleden vrouw

Tommy Wieringa over het vaderschap, Ionica Smeets over cijferporno en Frits Spits over zijn overleden vrouw: deze zes boeken verschenen recent.

1. Frits Spits: Alles lijkt zoals het was

In 2018 overleed Geertje, de vrouw van radiomaker Frits Spits. In Alles lijkt zoals het was schrijft hij de rouw van zich af. Het boek moet als een radioprogramma zijn, daarom kiest Spits voor elk hoofdstuk één hedendaags Nederlandstalig nummer – van Anouk tot Spinvis – dat te maken heeft met het leven van zijn grote liefde maar ook zijn eigen geschiedenis. Zo lees je over zijn jeugd met door de oorlog getraumatiseerde Joodse ouders, die elke dag een feest wilden maken van het leven van hun kinderen. Ook de rookverslaving van Geertje komt aan bod. Met dit tedere boek heeft Spits geprobeerd om, zoals hij zelf schrijft, een foto van zijn vrouw te nemen met zijn eigen ogen.

2. Tamara Seur: De wereld van de witte pakken

Wat bezielt iemand om dag in, dag uit bezig te zijn met lijken en gruwelijke misdaden? Een jaar lang liep Jeugdjournaal-presentator Tamara Seur mee met de Forensische Opsporing in de regio Rotterdam. In elk hoofdstuk bezoekt ze een andere afdeling, waar soms wrijvingen zijn tussen de jonge, hoogopgeleide garde en oudere, via de politie ingestroomde rechercheurs. Natuurlijk ontkom je niet aan gruwelijke details: over naalden in oogballen, verwijderde testikels en dode baby’s. Maar bovenal geldt het motto: ‘neus dicht en zaklampje aan’. Veel deuren zijn voor Seur opengegaan waardoor je meer over het vak leert, al had de tekst meer vaart gehad met een consequent actieve werkwoordsvorm. Bij een zwaar beroep hoort ook donkere humor: zo is er de rechercheur die door de geur van verbrande lijken enorm zin krijgt in een barbecue.

3. Tommy Wieringa: Totdat het voorbij is

Er komt een moment waarop je je slapende kind een nachtkus geeft en de frisse kinderadem plaats heeft gemaakt voor een zurige geur. ‘Het verval (..), het geleidelijke sterven is begonnen.’ In deze passage van Totdat het voorbij is citeert Tommy Wieringa John Irving. Het past bij deze korte verhalenbundel met melancholieke ondertoon, waarin Wieringa reflecteert op zijn twee dochters en het vaderschap in een stolpboerderij aan het water. Driftig houdt hij notitieblokken vol herinneringen bij, om het wegglippen van de tijd proberen tegen te gaan. In mooie observaties lees je over de onbevangen, filosofische kinderblik. Want als ‘het geheim van Sinterklaas’ is ontdekt – door de oudste – wat is dan nog echt?

4. Ionica Smeets: Superlogisch

Al tien jaar schrijft hoogleraar Ionica Smeets columns over getallen voor De Volkskrant. De beste daarvan zijn gebundeld in Superlogisch, waarmee ze wil laten zien hoe je de wereld een beetje beter kunt begrijpen als je je in getallen verdiept. Met raadsels (zoals het potentieel gekmakende ‘De ontbrekende dollar’) en voorbeelden uit het dagelijks leven is het boek geschikt voor zowel mensen met cijfervrees als zij die van getallenporno houden. Hoe kan het bijvoorbeeld zo zijn dat je doorweekt thuiskomt terwijl de neerslagkans 10 procent was? Welke rij voor de wc gaat het snelste? Met droge humor laat Smeets zien hoe zij overal wiskunde in ziet – en zij bijvoorbeeld in de rij voor de kassa de man voor haar uitlegt dat de geldende kortingsactie onvoordelig is.

5. Lévi Weemoedt: Gezondheid!

Vorig jaar werd Lévi Weemoedts Pessimisme kun je leren! (samengesteld door Özcan Akyol) een enorme bestseller. Naast de opvolger De scherven van het geluk, met de mooiste verhalen uit de oeuvre van Weemoedt, is daar nu ook de verzenbundel Gezondheid!, waarin de naar Drenthe verhuisde auteur zijn hersenspinsels deelt. Het gaat over van alles en nog wat: te veel drinken, verloren liefdes, overspel, Zweeds feminisme en bankiers. Of een gedicht als Weemoedts agenda: ‘Boven aan / mijn lijst vandaag / van spoedeisende zaken / staat: langzaam maar gestaag / in de vergetelheid raken.’

6. Paul Theroux: Figuren in een landschap

Ooit was de eilandengroep Hawaii geheel onbewoond. ‘Maar toen, in fasen, spoelde de wereld aan en ging die Hof van Eden-achtige uniekheid verloren.’ Na de ontdekking door de Polynesische reizigers kwamen de Europeanen en Amerikanen. Zoals Proust schreef: ‘de ware paradijzen zijn de paradijzen die we verloren zijn’. Ik lees dit in Paul Theroux’ Figuren in een landschap. In verschillende essays beschrijft de avonturier plaatsen (Ecuador en Zimbabwe), herinneringen en personen (onder meer Elizabeth Taylor en Oliver Sacks). Bij zijn verhalen houdt hij zich aan de volgende twee spelregels. 1: Reis zo onofficieel mogelijk. 2. Wees nederig, geduldig, alleen, anoniem en alert.