Analyse

Topambtenaar vertrekt bij Justitie onverwacht vroeg

Secretaris-generaal Siebe Riedstra moest als hoogste ambtenaar de cultuur van het ministerie veranderen, maar dat mislukte. Nu vertrekt hij.

Siebe Riedstra
Siebe Riedstra Foto David van Dam

Het was een aangekondigd afscheid, maar toch nog onverwacht vroeg. Dat Siebe Riedstra (64) zou vertrekken als hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid, was een in Den Haag matig bewaard geheim. Zelfs onder zijn eigen ambtenaren werd daar al geruime tijd over gespeculeerd – hoewel daar werd verwacht dat hij nog minstens een jaar zou aanblijven en dichterbij de verkiezingen van 2021 zou vertrekken.

Maar Riedstra vertrekt komend jaar al: na vier jaar secretaris-generaal van Justitie wordt hij directeur van de ambtelijke dienst ABD Topconsult. Riedstra wil een opvolger de tijd geven voor de kabinetsformatie van 2021 ingewerkt te zijn. In een persbericht zegt hij terug te kijken op een „geweldig mooie en enerverende tijd”.

Enerverend was het zeker. In zijn vier jaar op Justitie werkte Riedstra met drie ministers en drie staatssecretarissen, waarvan er twee voortijdig sneuvelden – Ard van der Steur en Mark Harbers.

Langer is de lijst incidenten die het toch al slechte imago van het departement verder beschadigden, zoals de WODC-affaire (speelde voor Riedstra’s komst maar kwam in 2017 uit) en het vertrek van staatssecretaris Harbers (Asiel, VVD) om ‘verhulling’ van misdaadcijfers van asielzoekers.

Riedstra werd juist naar Justitie gehaald om het imago en de cultuur op het departement te verbeteren. VVD’ers Ivo Opstelten en Fred Teeven waren opgestapt vanwege de Teevendeal en het ministerie zou te defensief en te gesloten zijn.

Dat moest anders: onder Riedstra’s leiding begon het departement een 'verandertraject', dat de ambtelijke cultuur opener moest maken. Ambtenaren zagen die verandering, maar merkten ook hoe stroperig die ging.

Justitie kan vier jaar na Riedstra’s aantreden amper een open, stabiel functionerend ministerie genoemd worden. Dat is deels verklaarbaar: met ruim honderdduizend ambtenaren en veel diensten is het ministerie moeilijk bestuurbaar. Komt bij dat er tal van gevoelige dossiers liggen die de veiligheid van mensen raken: dat maakt het ministerie ‘incidentgevoelig’.

Sommige incidenten kwamen juist door het ministerie. Dit jaar werd de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over de asielcijfers en communicatie tussen het OM en het ministerie over vervolging van Geert Wilders.

Het maakte dat Riedstra’s goede bedoelingen weinig leken te veranderen aan de cultuur. Binnen het ministerie kwam zijn positie dit jaar onder druk te staan. Onder meer omdat twee secundanten afgelopen zomer vertrokken. En dat Riedstra rond Harbers’ vertrek op safari was in Botswana, daar onbereikbaar was en toen hij eenmaal contact kreeg Harbers geen bericht stuurde, werd hem ook nagedragen. Bij Van der Steur’s vertrek in 2017 was Riedstra óók slecht bereikbaar wegens een reis in het buitenland.