Rechter: winkels Hudson’s Bay moeten nog twee jaar open blijven

Als het bedrijf de warenhuizen vóór 2022 sluit, moet Hudson’s Bay een dwangsom van 100.000 euro per dag betalen.

Winkel Hudson’s Bay op Rokin.
Winkel Hudson’s Bay op Rokin. Foto Novi Zijlstra

Het afscheid is al maanden geleden aangekondigd, en in de winkels is de opheffingsuitverkoop inmiddels volop gaande. Maar als het aan twee vastgoedeigenaren ligt waarvan Hudson’s Bay zijn panden huurt, moet de warenhuisketen zijn filialen nog zeker twee jaar openhouden. De verhuurders houden vast aan afspraken die zijn gemaakt in de huurcontracten, waarin Hudson’s Bay heeft toegezegd de winkels minstens vijf jaar uit te baten.

Vastgoedinvesteerders Kroonenberg en CBRE hebben beide recentelijk via de rechter geprobeerd Hudson’s Bay aan die verplichting te houden. Kroonenberg is onder meer eigenaar van de filialen in Breda en de Kalverpassage in Amsterdam, CBRE Global Investors bezit de winkelpanden in onder meer Den Haag en Maastricht. De exploitatieverplichtingen voor die winkels lopen door tot het najaar van 2021, of zelfs de zomer van 2022.

Beide verhuurders vroegen de rechter enkele weken geleden om Hudson’s Bay een dwangsom op te leggen. Ze eisten 100.000 euro voor elke dag, of elk dagdeel, dat het warenhuis de winkels dichthoudt, met een maximum van 50 miljoen. Ook eisten ze dat Hudson’s Bay per direct alle verwijzingen naar de naderende sluiting verwijdert, zodat „ondubbelzinnig duidelijk is dat de winkel in het gehuurde open blijft voor publiek”. Op dat laatste staat een dwangsom van 50.000 euro per dag, die kan oplopen tot 1 miljoen euro.

In het geval van de winkels in Den Haag en Maastricht kreeg de verhuurder deze week ongelijk. De rechtbank in Den Haag, die beide zaken behandelde, hield daarbij rekening met een garantie die het Canadese hoofdkantoor van Hudson’s Bay in de huurcontracten heeft afgegeven: verhuurders krijgen minstens tien jaar huur uitbetaald, ook als de winkels eerder sluiten. Volgens de rechter is de verhuurder daarmee al voldoende gecompenseerd voor een voortijdige sluiting.

Amsterdam en Breda open

Maar de rechtbank in Amsterdam kwam begin deze maand tot een heel andere conclusie: die gaf de verhuurder gelijk. Want als Hudson’s Bay vertrekt uit de Kalverpassage, straalt dat negatief af op de andere winkelruimtes in het complex, die ook in handen zijn van Kroonenberg. De schade is dus hoger dan misgelopen huur alleen, zo oordeelde de rechter.

Deze vrijdag werd bekend dat het gerechtshof in Amsterdam die uitspraak afgelopen dinsdag heeft bevestigd. Het hof stelt daarmee dat Hudson’s Bay zijn winkels in de Kalverpassage en Breda nog zeker twee jaar moet openhouden.

De uitspraak in Amsterdam frustreert dus de plannen van Hudson’s Bay om nog dit jaar uit Nederland te vertrekken. Het Canadese concern kondigde dat voornemen in september aan, en vroeg ontslag aan voor de ruim 1.400 werknemers.

Hudson’s Bay was op dat moment nog maar twee jaar in Nederland actief. Het bedrijf had plannen om hier „hét warenhuis van de toekomst” neer te zetten en opende in het najaar van 2017 in rap tempo 15 winkels. Echt druk werd het daar nooit.

Lees ook de reconstructie over de eerste twaalf maanden van Hudson's Bay in Nederland: Een jaar van gefnuikte ambities

Verlies 90 miljoen euro

Hoe slecht Hudson’s Bay in Nederland exact presteerde, blijkt nu uit het rechtbankverslag. Alleen al in het jaar 2018 leed het bedrijf een verlies van 90 miljoen euro op een omzet van 145 miljoen. Op dit moment lijden de vijftien winkels van het bedrijf 7,6 miljoen euro verlies per maand. Die tegenvallers staan nog los van de 300 miljoen euro die Hudson’s Bay investeerde toen het naar Nederland kwam.

Om het vertrek uit Nederland alsnog door te zetten ziet Hudson’s Bay nu geen andere uitweg dan uitstel van betaling aan te vragen voor zijn Nederlandse activiteiten, werd donderdag duidelijk.

In een verklaring meldde het bedrijf dat het door de uitspraak schuldeisers niet langer „gelijkelijk” kan behandelen. Een externe woordvoerder van Hudson’s Bay laat weten dat het bedrijf geen reactie heeft op de uitspraak van de rechter. Wel stelt ze dat de winkels, zoals aangekondigd, tot het einde van het jaar open blijven en dat Hudson’s Bay per 31 december uit Nederland vertrekt.

Alleen al in 2018 leed het bedrijf een verlies van 90 miljoen euro op een omzet van 145 miljoen

Of Kroonenberg de dwangsommen ooit gaat ontvangen is hoogst onzeker. Mocht Hudson’s Bay failliet worden verklaard, dan kan de vastgoedeigenaar daar geen aanspraak meer op maken. En hoewel uitstel van betaling niet per se tot een faillissement hoeft te leiden, is dat dikwijls wel het geval.

Toch overweegt ook de andere verhuurder, CBRE, om tegen de uitspraak van de rechter in Den Haag in hoger beroep te gaan. Want ook daar geldt: zelfs al wordt de huur doorbetaald, tien jaar leegstand is slecht voor de waarde van het pand, en ook voor de panden eromheen. Zeker als het leegstaande pand zo groot is als de warenhuizen waar Hudson’s Bay in huist.

Maar zelfs al zou Hudson’s Bay door een faillissement ontkomen aan zijn verplichting om de panden nog twee jaar uit te baten – en de dwangsommen die daarbij horen – dan nog blijft de rekening enorm. Bij de halfjaarcijfers in september bleek namelijk dat het bedrijf in Nederland jaarlijks zo’n 75 miljoen Canadese dollar aan huur betaalt. De verplichting om die som nog acht jaar lang door te betalen kost het bedrijf dus sowieso nog 600 miljoen Canadese dollar, omgerekend 409 miljoen euro.

Correctie (vrijdag 29 november): In een eerdere versie van dit artikel werd op één plek per abuis de Kalvertoren genoemd in plaats van de Kalverpassage. Dat is hierboven aangepast.