‘Kijken, kijken, kijken – en alles wat je ziet is jouw Nederland’

Fotojournalist Eric Brinkhorst over het thema van december, ‘Mijn Nederland’.
De pont over de IJssel tussen Brummen en Bronkhorst.
De pont over de IJssel tussen Brummen en Bronkhorst. Eric Brinkhorst

„Er ligt tussen Dinkel en Regge een land en dat is ons schone en nijvere Twente.” Fotojournalist Eric Brinkhorst komt uit Hengelo en als je hem vraagt naar ‘zijn Nederland’, citeert hij spontaan de eerste regels van het Twents volkslied. „Het coulisselandschap hier is prachtig”, vertelt hij. „Iedere keer als ik bij Deventer de brug over de IJssel over rijdt, voelt het als thuiskomen.”

Professioneel gezien bestrijkt hij alle hoeken van ons land. Zo fotografeerde hij voor diverse kranten en tijdschriften onder meer de diversiteit aan tuinen in Nederland, de houtkap van het Staatsbosbeheer op de Utrechtse heuvelrug, de gevolgen van de extreem hete zomers in ons land, bijzondere toerroutes voor motorrijders, het stadscentrum van zijn woonplaats…

Het bijzondere aan deze foto’s: ze zijn allemaal genomen vanuit de lucht. Sinds 2012 maakt Brinkhorst veelvuldig gebruik van een drone met camera. „Er kwamen toen net wat drones op de markt en ik zag mogelijkheden. Ik dacht: daar kan ik een GoPro’tje aan hangen. Het was een uitdaging; heel benieuwd wat dat zou opleveren.”

Dronebeeld

Hij merkte al snel dat dit voor hem niet de juiste drone was. Hij liet een nieuwe bouwen, op maat, met een kleine spiegelreflexcamera eraan. „Die woog inclusief accu’s al gauw 5,5 kilo en was 85 centimeter in doorsnee. Dat was wel een dingetje hoor.” Inmiddels is hij overgestapt op een compacter model. Sterker nog, samen met een partner, voormalig piloot Pjotrek Bellers, is hij het bedrijf Dronebeeld begonnen, specifiek gericht op dronefotografie.

Brinkhorst is in het bezit van een volledige ROC-vergunning, wat wil zeggen dat hij in ons land vrijwel overal mag vliegen. „Je kunt Nederland zien als een gebied dat onder de mazelen zit: vol met plekjes die verboden zijn voor drones. Denk aan luchthavens, helihavens bij ziekenhuizen, bebouwd binnenstedelijk gebied, snelwegen, waterwegen, spoorwegen… Met een ROC heb je het nog maar over lichte acné: hier en daar een rood plekje. Verder heb je eigenlijk overal een licentie voor.”

120 meter hoog mag de drone, en als bestuurder moet hij het toestel tot 500 meter bij hem vandaan in het zicht kunnen houden. „De drone biedt zoveel andere informatie dan wat je bijvoorbeeld met een hoogtestatief kunt maken. Je kunt op plekken komen waar je anders nooit bij kan. Daarom is het ook van journalistiek belang. Je kunt ander nieuwsbeeld maken. Overzichten bieden, verschillen in het landschap laten zien. Wat denk je van straks de Formule 1 op Zandvoort? Verzin het maar.”

Heide op de Sallandse Heuvelrug. Foto Eric Brinkhorst

Anne Faber

Voor Brinkhorst heeft de drone zijn nut al meer dan eens bewezen. Zo hebben de foto’s die hij maakte bij de zoektocht in de polder naar de vermiste Anne Faber zo’n beetje alle media gehaald. „Ik werd ernaartoe gestuurd door het ANP: ‘Kijk maar wat je kunt maken.’ Ik heb ter plekke de politie uitgelegd wat ik ging doen: ‘Ik ga hier recht omhoog, doe geen rare dingen. Ik maak mijn beeld, ben zo weer weg.’”

„Op het moment dat ik ’m de lucht in stuur, schiet plotseling een vent van Staatsbosbeheer schuimbekkend uit z’n hokje. ‘Een drone! Ik zie een drone! Die moet naar beneden! Het is hier een stiltegebied!’, schreeuwde hij. Kun je nagaan, met al die auto’s, mensen en politie eromheen. We keken hem allemaal aan en barstten nog net niet in lachen uit. Wist hij veel.”

Als dronepiloot moet je sowieso stevig in je schoenen staan, weet Brinkhorst inmiddels. Tijdens de fipronilcrisis in 2017 was hij met de drone aan het fotograferen bij een boerderij waar duizenden kippen moesten worden afgemaakt. Kwam de boer op hem af: „‘Als je dat ding niet snel uit de lucht haalt, dan schiet ik ’m eruit!’ Hij zei het op zo’n manier dat je er niet aan twijfelt.”

Middelvinger

Brinkhorst trekt zich weinig van dreigementen aan. Als fotojournalist wil hij kunnen fotograferen wat hij wil. „Mijn drijfveer is een beetje mijn middelvinger”, zegt hij. „Niemand houdt mij tegen.” Protesten onder het mom van privacyschending noemt hij onzin. „Met een drone word jouw privacy niet anders geschonden dan wanneer ik met een camera bij jou in de bosjes lig. Het is een stuk gereedschap dat niet meer is weg te denken uit de fotojournalistiek. Sterker, het zal in de toekomst alleen maar meer worden gebruikt.”

Bij de NRC fotowedstrijd zullen er maar weinig deelnemers zijn die zich de luxe van een drone kunnen permitteren. Is ook helemaal niet nodig, volgens Brinkhorst, die zelf ook nog steeds voor tachtig procent van de tijd met een ‘normale’ camera in zijn handen staat. „Alle fotografie begint met kijken”, zegt hij. „Of je dat nu doet met een drone of met een camera, maakt niet uit. Probeer je af te sluiten van randzaken en te focussen op het beeld. Relax, dan voel je vanzelf al of het een mooie foto wordt.”

Anton Piek

„Erg abstract”, noemt hij het thema ‘Mijn Nederland’. „Dat kan iedereen op zijn eigen manier invullen. Een mooi landschap, water, bos, een straat… Maar dat hoeft uiteraard helemaal niet. Voor sommigen bestaat hun Nederland alleen uit het beeld dat ze zien als ze door hun raam naar buiten kijken.” Je kan het ook heel anders aanpakken: „Kijk naar wat er verandert in Nederland; de diversiteit in de samenleving, bijvoorbeeld.”

„Of kijk juist naar wat er nog authentiek is. Kijk door een Anton Piek-bril, of met een knipoog. Sla door in nostalgie: boeren met klompen, maar dan op het Malieveld. Fotografeer een 100-jarige. Of ga een stapje verder: kijk hoe andere mensen naar Nederland kijken. Een bus Japanners in Volendam, Chinezen in Giethoorn – prachtig toch?!” Hij wil maar zeggen: „Kijken, kijken, kijken – en alles wat je ziet is jouw Nederland.”

Het thema van december is: ‘Mijn Nederland’. Inzenden en stemmen kan op nrc.nl/fotowedstrijd.