Opinie

Kattenhaters en hun alibi

Frits Abrahams

Kattenhaat blijft een fascinerend fenomeen. De kat is wereldwijd het meest geliefde, maar ook het meest gehate dier. Hoe komt dat? De kattenhater geeft er graag een rationele verklaring voor: de kat poept en pist in andermans tuin waar hij ook de mooie vogeltjes vermoordt. Toch geloof ik niet dat kattenhaat begint bij de bezorgdheid voor de natuur, want je hoort de hater nooit over de insecten en diertjes die op hun beurt door de vogeltjes worden vermoord. Kattenhaat heeft een veel irrationelere voedingsbodem, het is een uiting van een diepgewortelde angst voor een raadselachtig, sfinxachtig dier dat zich vrij autonoom ten opzichte van de mens gedraagt.

De kat laat zich niet kennen, hij is onvoorspelbaar, ondanks al zijn vaste gewoonten. Hij kan lief zijn, maar ook agressief, niet alleen tegen andere dieren, maar ook tegen mensen. Ik heb veertig jaar met katten geleefd, maar toch zal ik katten die ik niet ken altijd met enige behoedzaamheid benaderen. Ik steek ze nooit een wapperende hand toe, want ze zijn beducht voor gevaar.

Soms spreek ik kattenhaters; hun bezwaren zijn altijd uit de tweede hand, want zelf hebben ze nooit een kat gehad, nee, stel je voor, daar moeten ze niet aan denken. Ze kunnen niet begrijpen waarom een mens met zo’n dier wil samenleven, „want wat heb je daar nou aan en ze maken ook nog je meubels kapot”. Het heeft geen enkele zin ze uitleg te verschaffen, zoals het ook zinloos is om mensen uit te leggen waarom je van lezen, voetbal en Woody Allen houdt.

De kattenhater heeft af en toe een alibi nodig om zijn haat af te reageren. Hij wil graag doorgaan voor een keurige, oppassende burger die niets liever doet dan zich aan de wet houden. Deze week omarmde de hater met veel instemming de bewering van twee Tilburgse rechtswetenschappers dat katten op grond van Europese regels voor natuurbescherming buiten niet vrij mogen rondlopen.

Aan de lijn met die mormels! Alsof het misdadigers zijn die een enkelband behoeven. Een kat permanent aan de lijn is een vorm van dierenmishandeling, het druist volledig in tegen het instinct en de behoeften van het dier.

En ja, het is vervelend dat ze poepen in andermans tuin, zoals het ook vervelend is dat er nog steeds veel hondenstront op straat ligt, alle strontzakjes ten spijt. Maar waar mensen samenleven zijn er zoveel vervelende dingen, zoals hun vuilnis dat ze, net als die poepende katten en honden, doodgemoedereerd op straat naast de container zetten als die vol is. Wat gaan we met díé mensen doen? Allemaal aan de enkelband?

Toch neem ik de kattenhaat serieus, al was het alleen maar omdat het kan leiden tot kattenmoord. De kattenmeppers zijn onder ons. Destijds wonend op het Groninger platteland heb ik meegemaakt hoe de twee katten van mijn buurman stiekem uit de weg werden geruimd, vermoedelijk door een buur of boer die de overlast zat was. Sindsdien hielden wij onze katten dicht bij huis en lieten we ze ’s nachts binnen. Dat zijn we later ook in de stad blijven doen. De kat moet beschermd worden – tegen zichzelf en tegen zijn haters.

Wat vooral ook moet blijven, is het kattenluik, een van de nuttigste uitvindingen van onze tijd. Met al mijn lenigheid maak ik er ’s nachts regelmatig gebruik van als mijn vrouw probeert me binnen te houden.