‘Ik wil niet maar één baan, dan ga ik me vervelen’

Spitsuur Olga van Belle (32) kan niet goed stilzitten. Ze werkt in Maastricht, studeert in Hasselt en doet veel aan sport. „Dit is de story of my life. Ik denk altijd: waarom moet ik kiezen als je ook allebei tegelijk kunt proberen.”

Olga: „Ik sta meestal om zes uur op.”
Olga: „Ik sta meestal om zes uur op.” Foto’s David Galjaard

Olga: „Ik ben vanaf mijn twintigste bezig met een enorm, uit de klauwen gelopen studieproject. Ik vind het wel heel erg leuk hoor, maar soms denk ik ook: mijn God, waar ben ik mee bezig. Ik studeer nu in Hasselt, België, en zit in het laatste jaar van mijn studie revalidatiewetenschappen en kinesitherapie. Dat is een universitaire variant van fysiotherapie.

„Hasselt is een half uurtje rijden van mijn appartement in Maastricht. Ik zocht een uitdaging en moet me echt honderd procent inzetten om het te kunnen halen, een groot verschil met Nederland. Daarnaast heb ik een aanstelling van twintig uur als onderzoeker bij de gemeente Maastricht, ik voer bijvoorbeeld klanttevredenheidsonderzoeken uit. Ik moet wel mijn appartement, verzekering en dergelijke betalen, dus ik had geen andere keuze dan naast mijn studie te werken.

„Na de middelbare school ben ik algemene sociale wetenschappen gaan studeren in Utrecht. Ik leerde over alles een beetje, en van precies niks écht iets. Na mijn propedeuse ben ik overgestapt naar orthopedagogiek. Eerst in Utrecht, en later in Nijmegen. De studiedruk viel mee en ik zag werken nog niet zitten, dus besloot ik tegelijkertijd criminologie te gaan studeren.

„Nu moet ik gaan werken, dacht ik na mijn masters. Ik had een ideaalplaatje in mijn hoofd, maar ik kwam erachter dat ik de hele dag vooral veel stil moest zitten. Daar heb ik veel te veel energie voor. Zo rond mijn zesentwintigste dacht ik: als ik tot mijn zeventigste door moet werken, kan ik beter iets doen wat niet voelt als werk. Ik was toen al veel bezig met sport. En ik had weinig verplichtingen, dus het was nu of nooit.”

Veel energie

Olga: „Ik sta meestal om zes uur op. Tegenwoordig snooze ik een paar keer, zet dan de radio aan. Ik check social media, kijk of de wereld niet vergaan is. Ik zet mijn ontbijtspullen de avond van tevoren al klaar. Ik eet mijn havermout staand, terwijl ik mijn boterhammen smeer.

„Ik ga nu mijn stageperiode in, maar voorheen had ik vijf dagen per week les. Soms had ik ook volle dagen college, van acht tot acht uur. Belgische stijl. Mijn baan doe ik tussen alles door, ik bof dat ze daar flexibel zijn. Het kan voorkomen dat ik van zeven tot tien uur ’s ochtends werk. Dan heb ik van elf tot een uur college, ga terug naar Maastricht en ben om twee uur weer op mijn werk, tot een uur of zes.

„Ik sport elke avond een of twee uur. Ik heb heel veel energie, zeker als ik een hele dag stil heb gezeten, dat moet er gewoon uit. In het weekend ga ik het liefst naar vrienden in Nijmegen, waar ik geboren ben, of er vlakbij, naar het huis van mijn vader. Soms lukt het om donderdagavond te gaan, maar vaak wordt het vrijdagmiddag. Vrijdagavond race ik naar bokstraining, zaterdagochtend help ik bij een training, of train ik zelf. De rest van de dag heb ik een stukje weekend voor mezelf. Ik lees de kranten, met thee, of een biertje erbij. Mijn ultieme zen-moment.”

Leeg hoofd

Olga: „Na het sporten is mijn hoofd leeg. Als ik heb hardgelopen, heb ik voor alles oplossingen. Soms gebruik ik hardlopen ook om te studeren. Ik neem aantekeningen op, en die beluister ik dan. Je moet toch je tijd toch goed gebruiken. Dit is sowieso de story of my life. Ik denk altijd: waarom moet ik kiezen, als je ook allebei tegelijk kunt proberen.

„Ik wil straks sowieso niet maar één baan. Anders ga ik me vervelen. Het lijkt me leuk om naast fysiotherapie ook sporters te begeleiden en personal training te geven. Over een aantal jaar zou ik in de avonden zelfverdedigingstrainingen voor kwetsbare groepen willen geven. Ik zie in mijn omgeving zoveel mensen die worden lastiggevallen. Het nare gevoel dat uitsluiting, discriminatie of pesten iemand kan geven, vind ik heel erg. Het idee voor die trainingen is ook wel een manier om m’n frustraties en woede om te zetten in iets positiefs.

„Ik wil anderen hetzelfde gevoel geven dat ik haal uit mijn vechtsport: het besef dat je wat kunt doen, dat je niet bang hoeft te zijn. Ikzelf wil niet afhankelijk zijn van iemand anders om me te kunnen redden uit een situatie. Simpel. Ik wil zelf kunnen kamperen, zelf mijn autobanden kunnen verwisselen, zelf mijn geld kunnen verdienen en mezelf kunnen verweren.”

Flipperkast

Olga: „Ik heb niet veel tijd voor een sociaal leven. De vrienden die ik heb, weten dat ik weinig tijd heb. Een sociaal leven voelt voor mij soms ook als een verplichting. Mijn hoofd is van binnen af en toe een flipperkast, en ik moet er niet méér ballen in stoppen. Alles wat ik rustig kan houden, moet rustig blijven. Omdat ik alles in hokjes zet, heb ik bijvoorbeeld tijd om te sporten of spontane dingen te doen. Structuur creëert voor mij rust.

„In de zomervakantie heb ik juist stress. Het klinkt heel stom, maar als ik ’s avonds niet heb bedacht wat ik de volgende dag zo ongeveer ga doen, loopt alles in de soep. Want ik kan geen keuzes maken op het moment zelf. Dat is hopeloos. Daar word ik heel passief van.

„Als je wil leven zoals ik, moet je optimistisch zijn. Als je niet in mogelijkheden denkt, ben je eigenlijk al verloren. Ik zit er niet snel doorheen, daarvoor ben ik te positief. Ik heb in mijn huidige studie zoveel waanzinnig interessante dingen geleerd. Ik ben er lang op zoek geweest naar wat ik wil doen in het leven, en dat wordt nu steeds duidelijker. Dat vind ik heel fijn.”