Opinie

En nu zijn wij de meest egoïstische generatie

Babyboomers Ze stonden bekend als de progressieve voorhoede, maar met hun leeftijd veranderden de belangen van de babyboomers. Nu zitten ze als generatie degenen die na hen komen in de weg. Tijd om de mythe bij te stellen, schrijft .
De Koningsdam, een cruiseschip van de Holland Amerika Lijn verlaat Rotterdam, mei 2016
De Koningsdam, een cruiseschip van de Holland Amerika Lijn verlaat Rotterdam, mei 2016 Foto Jeroen Jumelet/ANP

Mijn ouders hadden een cd-box met muziek uit de flower power-tijd: ‘San Francisco (Be Sure To Wear Flowers In Your Hair)’, ‘Blowin’ in the Wind’ – de soundtrack van een generatie die de wereld vrijer, liefdevoller en rechtvaardiger had gemaakt en onderwijl een voor-iedereen-werkende economie had opgebouwd. Althans, dat was de mythe.

De heiligverklaring van de babyboom-generatie, kort na de Tweede Wereldoorlog geboren en nu net of bijna pensioengerechtigd, heeft lang aangehouden. Vorig jaar nog verscheen een hausse aan artikelen en boeken over de kinderen van ‘het revolutiejaar 1968’. Een achterflap van zo’n boek sprak over „jongeren die over de hele wereld in opstand kwamen tegen de gevestigde orde”. Hun protesten werden „gevoed door het ideaal van een andere samenleving en het geloof in de nieuwe mens”. Na mijn studie geschiedenis en na mezelf nog eens vijf jaar als zzp’er staande te hebben gehouden na de kredietcrisis, vroeg ik me af welk samenlevingsideaal dat dan was.

Sinds de jaren tachtig, en zeker na de val van de Muur, was de maatschappelijke koers vooral neoliberaal: een overwinning van het kapitalisme op het communisme, van het vrijemarktdenken over het socialisme. Onder de ‘geboortegolvers’ was de koers in Nederland: minder overheid en meer marktwerking bij zorg, huisvesting en onderwijs. Dus: veel bezuinigingen en het afstoten en privatiseren van de publieke sector. Nederland werd ‘bv Nederland’, en daarin waren de babyboomers grootaandeelhouder.

Toen al dacht ik: waarom wordt de generatie die zowel de eigen idealen als die van hun voorgangers in de uitverkoop deed nu zó herdacht en geprezen? Ik denk nu: omdat zelffelicitatie beter verkoopt dan zelfkritiek.

Maar jongere generaties zijn aanmerkelijk minder enthousiast over de babyboomers, zie het snel ingeburgerde „OK, boomer” waarmee ze die vermoeiende ouderen wegwuiven.

‘Babyboomer’ verandert van betekenis. De eens progressieve voorhoede bestaat in de ogen van millennials en post-millennials nu uit ouderwetse naïevelingen. In het gunstige geval begrijpen ze hoe comfortabel en geprivilegieerd hun leven is, en in het minder gunstige geval staan ze niet open voor een gesprek over hoe slecht ze deze wereld zullen achterlaten – en hun aandeel daarin.

Lees ook: Geef geboortegolvers niet van alles de schuld

Bij de laatste categorie denk ik bijvoorbeeld aan Frans Weisglas, voormalig volksvertegenwoordiger voor een partij die van de afgelopen vijfentwintig jaar er eenentwintig in de regering zat en dus verantwoordelijk is voor de verregaande marktwerking op het gebied van zorg, onderwijs en volkshuisvesting. Het sociale vangnet, van werkloosheidswet tot ziektewet, werd in die jaren onder verschillende namen – van ‘de derde weg’ tot ‘de participatiemaatschappij’ – losgeknoopt.

‘Arrogante verwende kwast’

Na dertig jaar neoliberale afbraak is Weisglas met pensioen. Hij twittert nu vooral. Over de gemeente Rotterdam die de regie verliest bij nieuwe bouwplannen, of over de in zijn ogen te lage salarissen voor verpleegkundigen en de hypocrisie van de huidige politici. Maar over mijn voorstel om jongeren extra stemgewicht te geven, zodat ze meer verantwoordelijkheid krijgen om deze voor hen langer doorlopende problemen aan te pakken, schreef hij op Twitter alleen: „Waanzinnig onconstitutioneel idee.” Zonder verdere onderbouwing of inhoudelijk in te gaan op het onderliggende probleem dat verschillende leeftijdsgroepen verschillende belangen hebben.

Afgelopen weekend zat ik met twee generatiegenoten bij Buitenhof, om te praten over die kwestie; wat zijn de tegenstellingen tussen de verschillende generaties in Nederland; en wat kunnen we doen aan de grote verschillen?

De reacties in mijn inbox waren niet mals. Bijvoorbeeld: „Wat ben jij een arrogante verwende kwast met in mijn ogen fascistische ideeën. Je zou in WOII een groot aanhanger zijn van de nazi’s met ideeën om bepaalde groepen weg te zetten en af te maken. Wat wilt U van ons dat we afzien van onze pensioenen en alles wat we voor jullie gecreëerd hebben. Een einde levensverklaring tekenen.”

En: „Mijn boodschap aan jou is dat je zelf je eigen problemen moet oplossen, en laat mij genieten van de duurbetaalde goede oude dag.”

Wat had ik gezegd? Ik had wat verschillen opgenoemd op het gebied van inkomen, hypotheeklast en vermogen tussen de babyboomers en de millennials. Ik citeerde het CBS, dat in 2012 schreef dat de babyboomers de wind in de rug hadden van een Wirtschafswunder (arbeidsschaarste, sterk stijgende lonen), in combinatie met sociale wetgeving (verbeterde arbeidsvoorwaarden waaronder de vijfdaagse werkweek en minimumweeklonen voor jongeren), en massale huizenbouw die de prijzen op de vastgoedmarkt drukte en hen betaalbare woningen verschafte.

Andere statistieken zijn ook veelzeggend: de babyboomers zaten én zitten in de hoogste inkomstenregionen, beschikken veelal over een woning (met vaak een hoge overwaarde) waarop weinig of geen hypotheekschuld meer rust. Als gevolg verdelen 65-plushuishoudens een derde van alle vermogens in ons land; de middenleeftijden (35 tot 45 jaar) slechts iets meer dan tien procent.

Lees ook: Ouderen hebben te veel inspraak in een wereld die ze nog kort bewonen

En de idee dat een normale levensloop dit verschil uiteindelijk ‘goedmaakt’, zoals je wel hoort, wordt ontkracht door de cijfers van de huidige arbeidsmarkt (het werkende leven van na de crisis van 2008) en woningmarkt (een eigen huis voor een modaal inkomen was nog nooit zo ver weg). O ja, de nationale studieschuld was ook nog nooit zo hoog als tegenwoordig (en: hoe jonger je bent, hoe hoger je studieschuld).

Jongeren met stemgewicht

Mijn stelling was – en is – dus dat millennials en degenen na hen het minder hebben dan hun ouders. De bevindingen van het CBS zijn niet uniek. Het IMF, bijvoorbeeld, berekende dat de millennials in geïndustrialiseerde landen veertig procent minder vermogen hebben dan de babyboomers in hun tijd. En het Centraal Planbureau concludeerde eerder al dat twintigers en jongeren (en vijfenzeventigplussers), over hun hele levensloop gemeten, per saldo het minst van de overheid profiteren. Daarom zei ik dat het wellicht tijd is jongeren wat meer stemgewicht te geven – zodat zij af en toe ook hun zin kunnen krijgen.

Daarop spoorde – eveneens op Twitter – een andere volksvertegenwoordiger, als Statenlid actief voor 50Plus, zijn voorman Henk Krol aan dat hij tegen míj aangifte moest doen vanwege leeftijdsdiscriminatie.

So much voor statistieken en de vrijheid van meningsuiting. Ofwel: OK, boomer. Met je mythologische imago, je historisch unieke voorkeursbehandeling en je politiek egoïsme.

Niemand houdt van generaliseren. Ik snap hoe stompzinnig en reductionistisch generatiestickers kunnen zijn. En toch: de babyboomers vormen vijftien procent van de Nederlands bevolking, en zijn zo de grootste leeftijdsgroep van het land, een maatschappelijke realiteit. Met deze grote golf babyboomers is Nederland uniek in West-Europa: tot midden jaren vijftig was het geboortecijfer van ons land het hoogst van alle omringende landen. Dat demografische cohort heeft de vruchten geplukt van de welvaart na de Tweede Wereldoorlog, wat millennials niet meer kunnen. Babyboomers zaten en zitten – economisch, sociaal-historisch en demografisch – goed.

Het gevolg: boomers zijn institutioneel geworden. Huizenbezitters, met hoge inkomsten en een groot vermogen. En met hun leeftijd zijn hun belangen veranderd. Voor hen gaat het nu niet langer om betaalbaar onderwijs, maar om goede ouderenzorg; niet om starterswoningen, maar om een lage pensioenleeftijd; niet om een eerlijker welvaartsverdeling, maar om eigenbelang. Dus niet al in 2008 de pensioenen korten, maar het probleem doorschuiven (met een karig pensioen voor de millennials als gevolg). En niet direct de AOW-leeftijd ophogen, maar ook dat probleem aan volgende generaties overlaten.

Lees ook: Gevraagd: groot gebaar voor de nieuwe generatie

Over niet al te lange tijd bestaat een kwart van de Nederlandse bevolking uit 65-plussers, waaronder veel babyboomers. Die bepalen dan – nog steeds! – voor een groot deel hoe het er in Nederland aan toegaat.

De wensen en problemen van de geboortegolvers zijn reële problemen, maar de oplossingen daarvoor zullen geen antwoord zijn op de problemen van de jongere generaties. Problemen, overigens, die betaalbare starterswoningen ver overschrijden; het gaat om een bewoonbare planeet. Er moeten harde keuzes worden gemaakt op het gebied van economie en ecologie; keuzes die we al decennia hebben zien aankomen – van korten op het pensioenstelsel tot halvering van de veestapel, keuzes die de boomers niet hebben durven maken.

Hoe dat komt? De babyboomers zijn stakeholders in de huidige wereldorde, gebaseerd op rendement, winst en eigenbelang. Als het gaat om vermogensbelasting, de kosten van de vergrijzing, en de kwaliteit van hun leefomgeving hebben zij tegenwoordig andere belangen dan jongere generaties. Ook dat werd duidelijk, tijdens en na de Buitenhofuitzending: het publiek in de studio hoonde alle politiek-progressieve ‘anti-boomer’-opmerkingen weg: Whatever, jankerd.

Zuurverdiende pensioenvakanties

Schroef mensen vast in een demografische groep, wijs ze op hun verantwoordelijkheid, of reken ze af op de bevindingen in een wetenschappelijk rapport en ze worden boos, heel erg boos.

Als je bijvoorbeeld zegt dat mensen boven de zestig de belangrijkste klanten van de toerisme-industrie worden, terwijl we zo worstelen met het klimaat, dan ben jij degene die hun zuurverdiende pensioenvakanties wil afpakken. Maar als het om een andere groep dan henzelf gaat, dan is elk verwijt kennelijk geoorloofd; zie de reacties in mijn inbox. Dan zijn millennials lui, aanstellerig en door en door verwend.

Toch is het nodig om op basis van cijfers te generaliseren als je een punt wilt maken. En het punt is duidelijk: de gemiddelde babyboomer zit er veel warmer bij dan de gemiddelde millennial, denkt daarbij voornamelijk aan zichzelf, en schuift de problemen op het gebied van zorg, onderwijs, vergrijzing en huisvesting die hij mede heeft veroorzaakt met een glimlach of nijdig door naar volgende generaties.

Ik blijf openstaan voor de individuele verhalen van de boomers, die kunnen afwijken van de statistiek. En ik besef dat ze niet de enige generatie zijn die er een behoorlijke puinhoop van heeft gemaakt. Tegelijkertijd valt niet te ontkennen dat ze vooral aan zichzelf hebben gedacht als het aankomt op de welvaartsverdeling en systemisch racisme (o ja, de babyboomer is overwegend wit) en de uitholling van de aarde. Dat is een pijnlijke conclusie, maar – als je naar de statistieken kijkt – wel de juiste.

Dat de babyboomers simpelweg met meer zijn, komt slecht uit voor hen die „hun eigen problemen” willen oplossen en deze wereld rechtvaardiger willen maken, met een systeem dat voor iedereen werkt, terwijl anderen genieten van hun „duurbetaalde goede oude dag”.

Totdat er een politieke oplossing komt die deze gijzelneming door ouderen ongedaan maakt, zal ik blijven zeggen dat de babyboomers de meest egoïstische generatie zijn die nu leeft. Er komen harde keuzes aan met concrete gevolgen voor veel Nederlanders. Ook die van de babyboomers. En bij het maken daarvan hoort het belang van jongere generaties zwaarder te wegen dan dat van de babyboomers. Ten eerste, omdat die meer verantwoordelijkheid dragen voor de misstanden in de wereld dan zij; ten tweede, omdat de jongere generaties het langst met de gevolgen van deze keuzes zullen moeten leven; en ten derde, omdat het de hoogste tijd is – waanzinnig idee! – dat de babyboomers, niet de millennials, eens leren dat je niet altijd je zin kunt krijgen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.