Nora Akachar (links) en Amal van Caem. Akachar: „We mogen best benoemen dat onze ouders het niet altijd goed aanpakten.”

Foto Lars van den Brink

Interview

Trakteren op school, daar had haar moeder nooit van gehoord

Opgroeien tussen twee culturen Op de Facebookgroep Trauma’s van Nora delen Marokkaanse Nederlanders ervaringen. Beheerders zijn Nora Akachar en Amal van Caem. „Er is een grote behoefte aan herkenbaarheid.”

Nora werd vijf en mocht op school trakteren. Haar moeder kende die gewoonte niet en vond het ook niet heel nodig. Nora wilde echt graag en haar moeder gaf dan maar een familiezak chips mee. En voor de meesters en juffen een halve, reeds aangesneden cake.

Trauma’s van Nora heet de Facebook-pagina waarop Nora Akachar (34) uit Veenendaal haar verhalen en herinneringen begon te delen. Het zijn gebeurtenissen die voor veel Marokkaanse Nederlanders herkenbaar zijn. Binnen een paar maanden kreeg de groep meer dan 35.000 leden, vooral Marokkaanse Nederlanders, van wie een aantal eigen ‘trauma’s’ post. Veel grappige voorvallen, soms ironische grappen of typische opgroeien-tussen-twee-culturen-voorvallen. Maar ook échte trauma’s zoals verwaarlozing of seksueel misbruik.

Trakteren is een veelbesproken thema. De boodschap van de moeder van Amal van Caem (32), toen díé eens wilde trakteren, was net iets anders: zij kreeg van haar moeder gewoon één schaal koekjes. „Maar zo ziet een traktatie er niet uit”, protesteerde de jarige. „Wij doen dat zo”, zei haar moeder. „Leer jij de kinderen in jouw klas maar dat het zo ook kan.”

Er is een grote behoefte aan herkenbaarheid, zegt Nora Akachar. „Je denkt dat je alleen bent, dat het alleen in jouw gezin zo ging. Dan kom je erachter dat het bij anderen precies zo ging. Vaak kan je er dan pas echt om lachen.”

We mogen best benoemen dat onze ouders het niet altijd goed aanpakten

Nora Akachar

Zo vertelt een man in de Facebookgroep hoe zijn 12-jarige zusje haar vriendinnen uitnodigde voor een verjaardagspartijtje. Hijzelf was toen 13. Allebei wisten ze heel goed dat feestjes ‘uit den boze’ waren, zoals in veel Marokkaanse gezinnen van de eerste generatie, maar zijn zusje wilde graag een partijtje. Ze was haar uitnodigingen alweer vergeten toen een week later de eerste klasgenootjes aanbelden, gebracht door hun ouders, cadeautje onder de arm. Toen de ouders doorkregen wat er speelde, schakelden ze vliegensvlug. Moeder ging friet bakken, de kinderen speelden in de tuin. Het viel hen niet eens op dat er geen taart was en geen versiering. Aan het eind van het feest fluisterde het broertje tegen zijn zusje: ‘Wollah, jij gaat eraan.’ Maar nu – 17 jaar later – kunnen ook hun ouders er tijdens familiebijeenkomsten om lachen.

Mandarijnen weggooien

Een andere post, van een man die zich op Facebook ‘Tjenkla Dyal Gouma’ (rubberen slipper) noemt, krijgt ook veel reacties. Hij denkt terug aan Sint Maarten. Jonge, blonde kinderen liepen door het donker met lampionnetjes en met hun ouders, herinnert hij zich. Hij en zijn vrienden hadden geen ouders bij zich maar wel een lege Dirk van den Broektas voor het snoep en de guldens. Mandarijnen gooiden ze weg. Ze gingen niet langs de deuren in hun eigen wijk, met veel Marokkaanse Nederlanders. Daar kregen ze hooguit Sfenzj (Marokkaanse donuts). Nee, ze vulden hun tas in een nieuwbouwwijk. Als ze naar huis liepen, probeerden onbekende jongens hun volle tassen met snoep af te pakken. Tjenkla’s broer kwam helpen en redde de tassen.

Dat kostte een knaak, dat dan weer wel.

Nora Akachar betrok haar vriendin Amal van Caem (32) uit Amsterdam bij de pagina. Zij modereert. Ze hebben beiden een hulpverlenersachtergrond. Akachar: „Mensen projecteren soms hun eigen ervaring op anderen. Een jonge vrouw vertelde bijvoorbeeld dat ze vroeger regelmatig werd afgeranseld door haar ouders. Iemand reageerde: Wat een rotouders heb jij. Die spreek ik daar dan in een privébericht op aan: vind je dat niet wat te ver gaan? Je kent de ouders niet. Misschien hebben ze excuses gemaakt, misschien zijn ze overleden. Reageren vind ik goed, maar niet agressief.” De meeste reacties op heftige verhalen zijn vol begrip en steun.

Amal van Caem werd geboren en groeide op in Gouda, als oudste zus van drie broertjes. Haar ouders zijn hoogopgeleid. Nora Akachar werd geboren in Marokko, woonde vanaf haar vierde in de Haagse Schilderswijk. Ze is de zevende in een gezin van negen. Haar moeder is analfabeet. Ze legt uit wat ze met de Facebook-groep willen bereiken: „Voor Marokkaanse Nederlanders zijn ouders vaak heilig. Dat mogen ze lekker blijven, maar we kunnen wel kritisch zijn. We mogen best benoemen dat onze ouders het niet altijd goed aanpakten. Ze wisten niet altijd beter, maar dat mag geen reden zijn om het goed te praten. Dat kan door ‘begrip’ en ‘begrijpen’ niet met elkaar te verwarren. Ik begrijp heel goed wat de achtergrond is vanwaaruit mijn ouders handelden. Ik weet waar ze vandaan komen. Mijn moeder stapte letterlijk van het paard in het vliegtuig naar Nederland. Haar opvoeding strookte niet altijd met de normen in Nederland. Het was lastig om negen kinderen groot te brengen in een land waarin eigen wil heel sterk wordt gepromoot. Wij leerden op school de waarom-vraag stellen, terwijl we thuis onze ouders dienden te gehoorzamen. Maar ze heeft enorm haar best gedaan en veel liefde gegeven. Van haar leerde ik goed te zijn voor anderen en mensen geen stok te geven om je mee te slaan. Een wijze les.”

Amal van Caem: „Ik analyseer vaak de reacties. Een thema als seksueel misbruik ligt gevoelig. Niet alleen bij Marokkaanse Nederlanders, ook bij andere groepen is dat ingewikkeld. Dat geldt ook voor homoseksualiteit. De leden van de groep mogen er best tegen zijn. Als ze maar respectvol met elkaar omgaan. Dat doet 95 procent ook. Als het grof wordt, spreken we leden eerst privé aan. Als dat niks oplevert, dan verwijderen we ze. Want we zien ook dat er grote behoefte is om die verhalen te delen.”

Akachar: „Bij die agressieve reacties gaat het vaak om een handvol mensen die hard schreeuwt. Bij die onderwerpen moet je trouwens ook weer ‘begrip’ en ‘begrijpen’ uit elkaar halen. Ik begrijp waar het vandaan komt. Maar ik zeg tegen hen: De islam moedigt je niet aan om mensen tot op het bot te beledigen. Doe het dan ook niet. Rode draad op de pagina; iedereen heeft recht op zijn eigen verhaal. We moeten ophouden om overal als collectief op te reageren.”

Écht andere mensen

De posts op de pagina zijn ook professionele inspiratie voor Akachar en Van Caem, die medewerkers van bedrijven en instellingen trainen om te gaan met diversiteit. Ze laten zien hoe mensen op elkaar reageren en met elkaar communiceren. Ze doen dit vanuit het bedrijf JIK productions dat Akachar samen met een compagnon oprichtte. „Bedrijven begrijpen dat het gek is als hun werknemers allemaal wit zijn omdat de maatschappij zo niet is, dus gaan ze op zoek naar diversiteit. Vaak nemen ze mensen aan die zich volkomen hebben aangepast. Daarmee is het probleem niet opgelost.”

Van Caem: „Als je mensen gaat aannemen die écht anders zijn dan jijzelf bent, dan krijg je wrijving. We willen werknemers leren om zélf divers te denken. Als je je kunt openstellen voor andersdenkenden is het niet erg als het schuurt. Dan zorgt het juist voor een gesprek.”

Soms gieten ze het in de vorm van een theatervoorstelling om mensen op een luchtige manier een spiegel voor te houden. Veel situaties lenen zich daarvoor. Akachar: „Stel, een Marokkaanse of Turkse man komt bij de balie van een bank. Er is iets mis met zijn rekening. Hij verheft zijn stem. Je kan denken: Help! Waar is de alarmknop? Maar als je weet dat schreeuwen in sommige culturen een uiting is van stress, niet per se woede, dan kan een witte medewerker het zelf oplossen. Vooral als hij of zij weet: Het is niet persoonlijk bedoeld. Ik zou bijvoorbeeld met een knipoog zeggen: Oom, je moet niet schreeuwen tegen mij, anders zet ik al je geld op mijn rekening.’ Dan merk je al dat ze ontspannen.”

Op zondag 19 januari 2020 is de première van Trauma’s van Nora on Stage in Theater de Regentes in Den Haag. Een aantal leden van de Facebook-groep zal daar een persoonlijk verhaal vertellen.

Correctie (29 november 2019): In een eerdere versie van dit artikel is niet vermeld dat de naam ‘Tjenkla Dyal Gouma’ een bijnaam is. Hierboven is dat aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.