Opinie

Rotterdammer?

In 010

Echte Rotterdammers, bestaan die? Natuurlijk. De Van Rijckevorsels, de De Monchy’s en de Hudigs, om er maar eens enkele te noemen. Hoewel. Het eerste geslacht kwam oorspronkelijk uit Brabant, het tweede uit Frankrijk (Hugenoten) en het derde uit Duitsland. Toch zal elke historicus de drie families als echte Rotterdammers bestempelen, omdat ze zich hier een paar eeuwen geleden vestigden, en er vaak nóg wonen.

Vanuit geschiedkundig oogpunt is er niets nieuws onder de zon: migratie is er altijd geweest, toen en nu. Maar vanuit sociologisch perspectief is er ook een ander verhaal te vertellen. Dat deden vorige week Paul van de Laar en Peter Scholten, schrijvers van het volgend jaar uit te komen boek Een echte Rotterdammer komt van buiten. „We zijn een stad met 52 procent migranten”, zeiden ze tijdens de Nacht van de Sociologie in Arminius, „dus een superdiverse stad. Maar ook eentje met botsingen.”

Die uiten zich vooral op cultureel gebied, en dat is opmerkelijk, vond het tweetal, want aanvankelijk was migratie zuiver een sociaal-economisch vraagstuk. Werk, huisvesting en onderwijs, daar ging het om. Dat was voor de oorlog al zo, toen Zeeuwen en Brabanders hier naartoe verhuisden om in de havens te werken. Na 1945 verplaatste het vraagstuk zich naar de buitenlandse gastarbeiders. En nu is migratie een cultureel conflict, dat met verhitte hoofden wordt uitgevochten.

Die strijd zal nooit meer over gaan, waarschuwden de auteurs. In de superdiverse stad, waar de echte Rotterdammer van buiten komt, behoren fricties tot de normaliteit.

Na afloop dacht ik: de schrijvers hebben gelijk: de echte Rotterdammer komt van buiten. Niet alleen zij die hier sinds eeuwen wonen, zoals de Hudigs, etc., maar ook de buitenlandse gastarbeider en de Groninger. Ik ben zelf een migrantenzoon met ouders uit het hoge noorden, die met de Delfshavense groentenboer in ‘cultureel conflict’ kwamen als ze het over bietjes hadden in plaats van kroten.

Nú zijn de twisten helaas minder gemoedelijk van aard. Een voortdurende strijd, in de ogen van de schrijvers. Misschien moeten de Rotterdammers, in navolging van hun wapenspreuk, sterker worden door strijd. Maar dan wel graag sámen sterker.