Pracht en praal in de ontvangstzaal van Madame de Sévigné

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week Madame de Sévigné in Grignan

Foto Blaise Adilon

Wie vanuit het Rhônedal, net ten zuiden van Montélimar, naar het oosten afslaat, ziet na niet al te lange tijd het stadje Grignan opdoemen. Het ligt hoog op een rots, blikvanger is het immense château, dat soeverein over de Drôme lijkt te regeren. De smalle, steile straatjes van Grignan leiden één kant op: naar boven, naar het kasteel. Op de middeleeuwse campanile, midden in het dorp, prijkt een immense, rode ganzenveer, die bijna net zo hoog is als de toren zelf. Aan de voet van de campanile staat een groot beeld op een sokkel: een zittende vrouw met een peinzende blik. In haar linkerhand, die op haar schoot ligt, houdt ze een paar vellen briefpapier, in haar opgeheven rechterhand een ganzenveer, ze staat duidelijk op het punt te gaan schrijven. ‘Marie de Rabutin – Chantal, Marquise de Sévigné’, luidt de inscriptie op de sokkel. Daaronder spuiten de leeuwenkoppen water uit het marmer, het valt klaterend in de bakken van de fontein.

Dankzij de Marquise de Sévigné (1626 - 1796) is Grignan een rijk stadje: de beroemde brievenschrijfster uit de zeventiende eeuw brengt nog jaarlijks correspondentiedeskundigen bij elkaar: congressen, symposia, literaire avonden – ze trekken duizenden mensen uit binnen- en buitenland. Allemaal willen ze bovendien zien waar de markiezin woonde, als ze bij haar dochter op bezoek was. Die dochter, Françoise-Marguerite, trouwde in 1669 met de graaf van Grignan, gouverneur van de Provence. Zijn adellijke familie bewoont het immense kasteel sinds de dertiende eeuw. Het werd verwoest tijdens de Franse Revolutie, aan het begin van de twintigste eeuw weer opgebouwd en is inmiddels in oude Renaissance-luister hersteld. Vanaf het grote voorterras heb je een fantastisch uitzicht over de streek. Wie hier zo’n 400 jaar geleden tegen zijn leenheer wilde protesteren moest van goeden huize komen. Wie kwam klagen, een conflict kwam voorleggen of om een gunst vragen, liep, net als nu, via de rijkversierde entreehal de stenen trappen op. Hij zong vast al een toontje lager bij de aanblik van de pracht en praal in de ontvangstzaal: tapijten aan de muur, marmeren beelden, schilderijen, met hout ingelegde vloeren. Koninklijk als was het Versailles.

Foto Blaise Adilon

Hier ging Madame de Sévigné zo vaak ze kon naartoe. Hier moet ze de trappen op zijn gesneld, om haar geliefde dochter in haar armen te sluiten. Françoise-Marguerite is haar oogappel en als ze uit Parijs vertrekt om zich bij haar man te voegen, weet haar moeder zich geen raad, niets kan haar troosten. Ze schrijft haar bij ieder vertrek van de postkoets: eerst is dat één keer per week, later twee, drie keer per week. Van Madame de Sévigné wordt gezegd dat ze opnieuw werd geboren op 6 februari 1671, toen ze begon met de briefwisseling met haar dochter, die haar postuum beroemd zou maken. Die correspondentie geeft een levendig beeld van hun tijd, je leest van alles over het leven aan het hof van Lodewijk XIV en op Château de Grignan, over de laatste mode, over de oorlog met de Nederlanden, de opstand in Bretagne, de geneugten van een hete douche, de zelfmoord van een kok, roddels rond een huwelijk.

Foto Blaise Adilon

In Château de Grignan is de slaapkamer van Madame de Sévigné, een hoekkamer, net gerestaureerd. Het hoge hemelbed is voorzien van nieuwe gordijnen van lichtgele zijde. Haar prachtige, houten schrijfkabinet, waaraan ze haar correspondentie voerde, glinstert alsof het net is opgewreven. Het vertrek heeft vorstelijk groene wanden, afgebiesd met gouden strepen. In de ruime verblijven van de graaf van Grignan en zijn echtgenote staan Aziatische meubels, ingelegd met bijzondere houtsoorten, aan de muren prenten en schilderijen. Aan de muur naast het hemelbed van Françoise de Grignan hangt een portret van haar moeder. Eronder een magnifiek ‘cabinet de voyage’, een houten meubel met tientallen kleine laden waarin ze brieven bewaarde. Onwillekeurig vraag je je af hoeveel brieven van haar moeder daarin hebben gezeten.

Weer buiten kijk je, vanaf het terras, bovenop het dak van de Collégiale St. Sauveur, de kerk waar Madame de Sévigné begraven ligt. De zon weerkaatst verblindend op het marmeren mozaïek van het kerkplein. We mogen de St. Sauveur niet in: chic geklede bruiloftsgasten staan opgewonden bij de dubbele deur, de bruid is in aantocht.