Opinie

Ook zonder Russen kan de wereld een sprintje trekken

Geopolitieke successen te over voor Poetin dit jaar, maar in sportief opzicht dreigt zijn land melaats te worden, constateert Hubert Smeets.

Hubert Smeets

De geopolitieke successen mogen president Poetin dit jaar als appels in de schoot vallen, in de sport, waar voor het Kremlin zoveel patriottische prestige op het spel staat, raakt hij juist in het defensief.

Terwijl het Amerikaanse techbedrijf Apple braaf door de knieën gaat voor Moskou en de Krim onder het weericoontje voortaan aanduidt als Russisch grondgebied, verkeert Rusland sportief in een isolement. Houdt het mondiale antidoping-agentschap WADA op 9 december voet bij stuk, dan wordt Rusland uitgesloten van de Olympische Zomerspelen (Tokio, 2020) én Winterspelen (Beijing, 2022). Ook mag het vier jaar geen grote internationale sporttoernooien organiseren en mag het zich niet kandideren voor Spelen en Paralympics van 2032.

Twaalf jaar melaats: dat is de straf voor het feit dat de Russische autoriteiten sinds het fantastische dopingbedrog tijdens de eigen Winterspelen in Sotsji (2014) gewoon op oude voet zijn doorgegaan.

De feiten zijn grotesk. In de data die het WADA na dralen en draaien uiteindelijk werden verstrekt, hadden fraudeurs knullig gegevens verwijderd of toegevoegd. De inzet was te hoog om eerlijk te kunnen zijn. Vandaar dat er ook al doden waren gevallen. Twee ex-directeuren van het Russische dopingbureau RUSADA stierven begin 2016 kort achter elkaar. Hartfalen. Ook de huidige directeur Joeri Ganoes – een jurist die na ‘Sotsji’ de rommel moest opruimen – wordt nu bedreigd. „Wij zijn gijzelaars”, aldus Ganoes tegen de BBC.

Een gevalletje dertien in een dozijn? Overal in de sportwereld, ook in Nederland, wordt immers met stimulerende middelen gerotzooid. Nee. Russische dopingfraude is een staatszaak. Niet voor niets was in Sotsji de geheime dienst FSB zelf bezig met het verdonkeremanen van testmonsters van vaderlandse topsporters.

Toen de onthullingen in 2016 hun eerste climax bereikten, reageerde Moskou op zijn vertrouwde wijze. Het Westen was aan het „politiseren” en uit op een „scheuring” binnen de sportwereld, aldus president Poetin die zelf uiteraard ook tegen doping en valsspelen zei te zijn.

Dat verweer deed denken aan de hardnekkige ontkenning over betrokkenheid bij de MH17-crash. De Moskouse boodschap daarover varieert al vijf jaar van „het waren Oekraïners” tot „Nederlanders zijn vooringenomen”, maar behalve de Maleisische premier Mahathir „luistert niemand naar ons”. In de dopingzaak klinken dezelfde woorden. Sportminister Kolobkov klaagde dat het WADA „helaas niet had geluisterd” .

Alleen: anno 2019 werkt dat zelfbeklag niet meer. RUSADA-chef Ganoes lachte Kolobkov recht in zijn gezicht uit en zei: „De toestand is uitzichtloos”. Zelfs het Kremlin lijkt even sprakeloos. Poetins woordvoerder Dimitri Peskov zong deze week de toestand natuurlijk wel „betreurend”, een toontje lager dan hij doet als MH17 ter sprake komt. Peskov ging niet in de aanval, maar riep slechts op tot „een nuchtere inschatting”.

Soberheid is inderdaad geboden. Het Kremlin staat namelijk voor een dilemma. Geopolitiek blijft Poetin sterk aan de bal. De buitenwereld legt zich er allengs bij neer dat hij doet alsof de internationale arena een „Leningradse achterbuurt” is, waarin hij regels mag overtreden, zoals een Russische journalist onlangs schreef. Als nucleaire supermacht is Rusland nu eenmaal onvermijdbaar. Maar op het sportveld staat Poetin buitenspel. Ook zonder Russen kan de wereld een sprintje trekken. Eerlijker zelfs.

Lees ook dit stuk over de mogelijke uitsluiting van Rusland bij internationale sportevenementen
Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.