Recensie

Nederlands Kamerkoor op tournee met jonge Franse dirigent

Recensie Barok en romantiek gaan hand in hand in een tournee van het Nederlands Kamerkoor met Brahms, Strauss en Wagner. Voor dirigent Maxime Pascal is het zijn Nederlandse debuut.

Het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Maxime Pascal
Het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Maxime Pascal Foto Melle Meivogel

Omdat Edo de Waart moest afzeggen engageerde het Nederlands Kamerkoor een jonge Franse dirigent voor deze tournee. Maxime Pascal (1985) maakte zijn Nederlandse debuut in een fraai, symmetrisch vormgegeven programma waarin barok en romantiek hand in hand gingen, en de bezetting varieerde van drie zangers met continuo tot een 34-koppig koor.

Pascal dirigeerde al meermaals in La Scala in Milaan, waaronder de wereldpremière van Sciarrino’s opera Ti vedo, ti sento, mi perdo. In Parijs heeft hij een eigen ensemble opgericht, Le Balcon, waarmee hij een complete, meerjarige uitvoering van Stockhausens operacyclus LICHT in de Philharmonie in gang heeft gezet.

Aan ambitie geen gebrek. Pascal dirigeerde met sierlijke, bezwerende gebaren, meer gepreoccupeerd met het kneden van de klank dan met het droge slaan van de maat.

Tegenover Brahms, Strauss en Wagner stonden madrigalen van Johann Hermann Schein, een tijdgenoot van Schütz en verre voorganger van Bach als Thomascantor in Leipzig. Het waren levendige, dramatische stukken, die in kleine bezettingen tot tien zangers transparant over het voetlicht werden gebracht. Scheins vele woordschilderingen van verdriet, met wrange harmonieën en snikkende frasering, spraken zo direct tot het gemoed.

De schitterende Drei Gesänge van Brahms, kraakhelder van vorm, voeren wel bij Pascals benadering. Zoals de volta halverwege het tweede lied gestalte kreeg was adembenemend. Minder goed pakte het uit bij de verwachte hoogtepunten, de Hymne en Der Abend van Richard Strauss, waarmee de delen voor en na de pauze afsloten. Strauss’ symfonische benadering van het koor vergt veel van de zangers, en dat kon je horen. Pascal slaagde er nog niet in het leggen van deze puzzel te laten overkomen als een onontkoombare klankrivier.

Prachtig waren twee van Wagners Wesendonck-Lieder in bewerkingen voor groot koor van Clytus Gottwald. De verstilling aan het slot van ‘Im Treibhaus’ had een magische gloed. En de bedwelming die uitbleef bij Strauss was er wél in het ingetogen ‘Träume’.