Analyse

Irak-debat legt verdeeldheid in coalitie bloot

Het kabinet overleefde een zwaar Kamerdebat over Irak. Duidelijk werd dat het intern niet goed loopt in de coalitie.

Minister van Defensie Bijleveld en premier Rutte worden ondervraagd.
Minister van Defensie Bijleveld en premier Rutte worden ondervraagd. Foto: David van Dam

Het derde kabinet-Rutte is kwetsbaar. Als iemand even port, of even doorvraagt, wordt het meteen onaangenaam. Ook een Kamerdebat over Irak met premier Rutte en minister Ank Bijleveld, dat uiteindelijk zonder schade voor het kabinet werd doorstaan, liet die kwetsbaarheid zien.

Want waarom stond VVD’er Mark Rutte eigenlijk urenlang in de Kamer uit te leggen hoe zijn geheugen werkte? Dat kwam, wisten VVD’ers, door de CDA’er Ank Bijleveld, minister van Defensie. Bijleveld werd door een uiterst kritische Kamer ondervraagd over de zeventig burgers die in 2015 in Irak waren omgekomen door een Nederlands bombardement.

Bijleveld kwam drie weken geleden niet goed uit haar antwoorden op de vraag wie in het kabinet van die burgerdoden op de hoogte was gesteld, en noemde onder meer premier Rutte. Het was „aannemelijk” dat hij op de hoogte was gebracht. Daarmee deed Bijleveld wat je precies níét moet doen bij Rutte: hem het middelpunt van een dreigende crisis maken.

Rookgordijn

Rutte creëerde woensdagavond en -nacht een effectief rookgordijn. Geïnformeerd? Hij had er „geen actieve herinnering” aan. En trouwens: al had hij geweten van tientallen burgerdoden, dan nog had hij dat destijds niet aan de Kamer kunnen melden. Over missies die nog lopen, wordt niet gecommuniceerd.

Op het eerste gezicht was er dan ook weinig aan de hand. Jesse Klaver (GroenLinks) en Thierry Baudet (FVD) vermoedden dat de burgerdoden bewust waren achterhouden, omdat uitgerekend in die maand, juni 2015, besloten werd om verlenging van de missie in Irak. Maar dat konden ze niet bewijzen.

Een motie van wantrouwen van de SP haalde minder stemmen (48) dan die van drie weken geleden. Tactisch liet de oppositie ook steken vallen. Ten eerste was de nieuwe motie gericht tegen Bijleveld, Rutte én het hele kabinet, de vorige was alleen tegen Bijleveld gericht. Dat ontnam bijvoorbeeld GroenLinks de lust om mee te doen.

Dat Henk Krol (50Plus) te laat had gehoord van de motie om voor aanvang van de tweede termijn mee te tekenen, was illustratief voor de wat chaotische manier waarop de oppositie dit debat voerde.

Belangrijker was dat het debat stekeligheden in de coalitie blootlegde, die de laatste tijd opmerkelijk vaak zichtbaar zijn. Je zag het aan kleine dingen, de manier waarop Kamerlid André Bosman (VVD) Rutte volledig uit de wind probeerde te houden, en alle verantwoordelijkheid keer op keer bij „de vakminister” legde – eerst Hennis, nu Bijleveld. Betrek Rutte hier niet in, was de impliciete boodschap aan Bijleveld.

Lees ook: Wie wist wat en op welk moment?

Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) werd tijdens het debat steeds kritischer op Rutte. Hij vermoedde, net als Klaver en Baudet, opzet toen de toenmalige minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) had geschreven dat er „voor zover bekend” geen burgerslachtoffers waren gevallen bij Nederlandse bombardementen. Voordewind eiste een reconstructie van de manier waarop Hennis’ brief tot stand was gekomen.

Reconstructie

De implicatie van Voordewinds suggestie was groot: het kabinet poogde de kwestie juist te verkleinen tot een ‘fout’ – stom, maar menselijk. Voordewind weigerde dat spel te spelen. Pas laat in het debat bond hij in. Over de reconstructie van de brief begon hij niet meer.

Er gebeurt veel tegelijk in de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. „De betovering is weg”, vatte Krol dat tijdens het debat goed samen. De coalitiepartijen ergeren zich steeds meer aan elkaar, aan plannen die niet zijn overlegd, of aan al te stevige uitspraken over elkaar.

Daar komt bij: iedere partij heeft wel een bewindspersoon die in de problemen verkeert, en het vertrouwen dat de partijen elkaar helpen, is even weg. Minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie), die het stikstofdossier beheert, wordt het moeilijk gemaakt door D66. Staatssecretaris Menno Snel (D66) staat onder druk in de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst, en krijgt de meest kritische vragen van CDA’er Pieter Omtzigt. VVD’ers hebben door de Hawija-affaire weer een reden het CDA te wantrouwen.

Met deze dynamiek moet Rutte III door. Volgende week wacht Snel een debat over de toeslagen. De stikstofcrisis is nog niet ten einde. En de wil om voor elkaar door het vuur te gaan is er even niet.