Hans van Manen schenkt vroeg werk Mapplethorpe aan Rijksmuseum

Schenking Drie porseleinen borden en eenentwintig foto’s van Robert Mapplethorpe: die krijgt het Rijksmuseum van choreograaf Hans van Manen en zijn partner. Twee portretten zijn foto’s van Van Manen zelf.

Lowell Smith, een foto die Robert Mapplethorpe maakte in 1981.
Lowell Smith, een foto die Robert Mapplethorpe maakte in 1981. Beeld Rijksmuseum

Choreograaf Hans van Manen en zijn echtgenoot Henk van Dijk schenken 24 werken van de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe (1946-1989) aan het Rijksmuseum. Het gaat om drie porseleinen borden met afbeeldingen van bloemen en 21 foto’s, waaronder een zelfportret, dertien bloemstillevens, homo-erotisch werk, een portret van ontwerper Benno Premsela en twee portretten van Van Manen zelf. De werken zullen in de toekomst deel uitmaken van een grote overzichtstentoonstelling van Amerikaanse fotografie die in 2023 of 2024 in het Rijksmuseum te zien zal zijn.

De collectie van het Rijksmuseum bestaat uit circa 150.000 foto’s, van de negentiende eeuw tot nu. Mapplethorpe was daarin tot nu toe met slechts één foto vertegenwoordigd: een portret van punkzangeres Patti Smith, met wie de fotograaf in de vroege jaren zeventig samenwoonde in New York. Prijzen voor goede Mapplethorpes liggen tegenwoordig zo rond de 100.000 euro – zijn veilingrecord is ruim een half miljoen euro. Voor veel musea zijn die foto’s te duur geworden om rechtstreeks te kunnen aankopen.

Zelfportret van Robert Mapplethorpe uit 1980. Beeld Rijksmuseum

Fotografieconservator Hans Rooseboom is dolblij met de schenking, omdat die mooi past in de collectie van het Rijksmuseum. „Sinds een jaar of tien richten we ons nadrukkelijk op het verzamelen van Amerikaanse fotografie. Mapplethorpe was in onze collectie nog een grote lacune. Nu hebben we in één klap een mooie selectie van zijn werken in huis.” Ook de herkomst van de foto’s is goed, aldus Rooseboom. „Van Manen was een vroege koper van Mapplethorpe, dus het gaat om eerste drukken van zijn werken, die bovendien in een goede conditie zijn.”

De choreograaf kocht de foto’s in de late jaren zeventig en de jaren tachtig bij de Amsterdamse galerie Rob Jurka, die Mapplethorpes werk als eerste in Europa vertegenwoordigde. De prijzen lagen toen rond de 975 gulden per foto (nog geen 450 euro). „Vergeleken met de prijzen van nu was dat heel goedkoop”, aldus Hans van Manen. „Maar voor ons als kunstenaars was dat in die tijd best een investering.”

Leermeester van Erwin Olaf

Van Manen heeft zelf ook gewerkt als fotograaf en staat bekend als leermeester van Erwin Olaf, de fotograaf die vorig jaar al een groot deel van zijn eigen oeuvre aan het Rijksmuseum schonk. Hij heeft Mapplethorpe goed gekend, vertelt Van Manen. „Toen hij in 1979 voor het eerst in Amsterdam exposeerde, heeft hij bij ons gelogeerd. Omdat hij bij Rob Jurka vooral portretten liet zien, heb ik hem destijds gevraagd of hij een portret van mij wilde maken.”

De schenking bij leven is een voorschot van Van Manen op het eens nalaten van zijn overige kunstcollectie aan het Rijksmuseum. „Door nu te schenken beleef ik er zelf ook nog plezier aan”, zegt Van Manen. „Het lijkt me prachtig om mijn werken straks op de tentoonstelling van Amerikaanse fotografie te zien hangen.” De collectie verkopen heeft Van Manen niet overwogen. „Ik wil niet dat mijn verzameling versplinterd raakt. Op deze manier blijven de werken voor altijd bij elkaar. Ik heb er veertig jaar naar gekeken, nu mogen anderen ervan genieten.”

Op de vraag waarom hij de werken aan het Rijksmuseum heeft geschonken, en niet bijvoorbeeld aan het Stedelijk Museum, dat ook een mooie collectie Mapplethorpes heeft, antwoordt Van Manen laconiek: „Omdat zij de eersten waren die het vroegen.”