Fair Saturday: kijken, luisteren en vooral niet shoppen

Fair Saturday Als reactie op het koopjesjagen op Black Friday volgt met Fair Saturday een dag van cultuur. Leeuwarden is dit jaar de eerste Nederlandse stad die meedoet.

Een van de piano's die deze zaterdag in het centrum van Leeuwarden zullen staan tijdens Fair Saturday.
Een van de piano's die deze zaterdag in het centrum van Leeuwarden zullen staan tijdens Fair Saturday.

Jordi Albareda spreekt geen Nederlands. Maar dat was ook niet nodig, toen hij deze week aankwam in Amsterdam, en voor het inchecken in zijn hotel even de stad in liep. Daar, zegt hij, kwam hij „één van de meest walgelijke zinnen tegen die ik ooit las”. Hij heeft er een foto van genomen, hij laat hem zien op zijn telefoon. Shop. Never stop, luidt de tekst op een spandoek boven de Kalverstraat. Albareda: „Dat is dus wat we laten zien aan onze jongeren, een toekomst van hebzucht en materialisme. Het kapitalisme heeft ons wijsgemaakt dat er een speciale dag is waarop je niks anders doet dan consumeren.”

Die speciale dag is vandaag: Black Friday, de uitverkoopdag waarop winkels extreme kortingen geven. De Spaanse Jordi Albareda (44) is de bedenker van Fair Saturday, één dag ná Black Friday. Fair Saturday werd voor het eerst gehouden in 2014, toen in de straten van zijn woonplaats Bilbao een twintigtal koren zongen. Alberada: „Ik kende die wereld want ik zing zelf, ooit heb ik een koor opgericht. En zingen is de meest democratische vorm van cultuur: iedereen kan meedoen.” Bedoeling van het initiatief: mensen na een hele dag koopjesjagen een dag lang de weldaad van cultuur laten ervaren.

Het idee verspreidde zich eerst door Spanje (Málaga, Santander, Huelva), daarna naar steden in andere landen: Atlanta, Lima, Lissabon, Bristol, Edinburgh, Helsinki. Naar eigen zeggen van de organisatie doen intussen bijna tweehonderd steden mee, met ruim duizend culturele evenementen. Mocht aan die evenementen geld worden verdiend, dan gaat dat naar goede doelen. Hoe verklaart Albareda het snelle uitwaaieren? „Mensen willen graag deelnemen aan iets dat groter is dan zijzelf, eigenlijk zijn we allemaal empathisch. Maar we hebben wel een reden nodig, een aanleiding. En dat is dit.”

‘Iets dat betekenis heeft’

Tegelijk was het een gok om hiervoor zijn baan op te zeggen, vertelt hij in de lobby van zijn hotel. Hij was consultant bij grote bedrijven, hij hielp ze hun producten verkopen. „Interessant werk, hooguit een beetje leeg.” Toen overleden vrij plotseling zijn beide ouders aan de gevolgen van kanker. Vervolgens begon de moeizame bevalling van zijn vrouw twee maanden te vroeg, terwijl hij in het buitenland was en urenlang geen contact met haar kon krijgen. Het liep goed af, ze hebben intussen drie kinderen, „maar dat was wel het moment waarop ik dacht: ik moet iets anders gaan doen, iets dat betekenis heeft”.

Leeuwarden is dit jaar de eerste Nederlandse stad die meedoet aan Fair Saturday, daar vertrekt hij zometeen naartoe. Dat die stad erbij is gekomen is eigenlijk toeval. Albareda was in januari in Edinburgh, om te praten over het idee dat héél Schotland, „een stuk of dertig dorpen en steden geloof ik”, meedoet aan Fair Saturday. Tijdens Burns Supper, de traditionele maaltijd ter gelegenheid van de geboortedag van Schotlands bekendste dichter, Robert Burns, zat hij aan tafel naast Sjoerd Bootsma. Bootsma is de artistiek leider van LF2028, zoals de organisatie heet die een vervolg moet geven aan Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van 2018. Hij was in Edinburgh omdat Leeuwarden net als die stad de UNESCO-titel City of Literature binnen wilde halen.

Lees ook: Chaos tijdens de uitverkoop: waarom knokken we om de korting?

Bootsma hoorde tijdens het diner voor het eerst van Fair Saturday. „Maar ik dacht meteen: dat past precies bij de waarden die wij willen uitdragen: meer gemeenschapszin, minder koopgooteconomie.” Dus staan zaterdag in het centrum van de stad, midden tussen het winkelend publiek, tien piano’s in de buitenlucht. Ze zijn beschilderd door lokale (straat)kunstenaars, allemaal met een sociaal thema: armoede, ouderdom, eenzaamheid, vluchtelingen, voedselbank. En ze zullen worden bespeeld door wie maar wil, een beetje zoals de piano’s in stationshallen, al kon je je er ook voor inschrijven („We nodigen gepassioneerde amateurs, leerlingen van muziekscholen, conservatoria en professionele muzikanten van harte uit om achter de kleurrijke piano’s plaats te nemen”). Ook zijn vrijwilligers gezocht „die een dagdeel zorgen voor de piano’s, bijvoorbeeld door er indien nodig een regenhoes over te doen”.

Een van de piano’s die deze zaterdag in het centrum van Leeuwarden zullen staan tijdens Fair Saturday.

Op opbrengsten voor goede doelen wordt nog niet gerekend, wel hebben kunstenaars een deel van hun gage voor het beschilderen van de piano’s afgestaan. Ook een aantal culturele organisaties heeft zich aangesloten: een theatergezelschap geeft een percentage van de zaterdagavond-opbrengst aan het bestrijden van autisme, een dansgroep aan het jeugdfonds voor sport en cultuur. Bij de piano’s wordt desgewenst uitleg gegeven over waarom ze er staan, maar mocht het winkelend publiek niet doorhebben waarom er muziek wordt gespeeld, dan is dat ook prima. Bootsma: „Die piano’s zijn even een heel ander geluid dan wat je van alle kanten wordt toegeschreeuwd in de winkelstraten. En dat is wat we willen, dat de muziek je een moment optilt.”