Daniele Rustioni

Foto Thomas Brill/ullstein bild/ Getty Images

Interview

‘Rossini’s muziek is naakt, zonder vangnet’

Opera Daniele Rustioni is hot. De dirigent debuteert bij DNO met Rossini’s opera ‘La cenerentola’. „Dit is zijn komische meesterwerk.”

Het begint met nieuwsgierigheid, volgens dirigent Daniele Rustioni, die volgende week zijn debuut maakt bij De Nationale Opera met La cenerentola (‘Assepoester’) van Rossini. Rustioni was pas één keer eerder in ons land te horen, begin dit jaar met het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw. Maar als luisteraar reisde hij al vaker af naar Amsterdam. Hij herinnert zich levendig de Tristan van scheidend NedPhO-chef Marc Albrecht, en hij verheugt zich op diens Walküre, die tijdens zijn verblijf nog bij DNO te zien is.

De gretigheid legt hem geen windeieren, want het gaat crescendo met Daniele Rustioni (1983). In 2013 won hij de International Opera Award voor beste nieuwkomer, en sindsdien leest zijn cv als een checklist van prestigieuze operahuizen: van La Scala en La Fenice in Italië tot de theaters van München en Zürich, van het Royal Opera House in Londen tot een geslaagd debuut aan de Met in New York in 2017, waar hij meteen werd teruggevraagd.

Lees ook over een andere geweldige ‘Assepoester’: Cecila Bartoli imponeert in La Cenerentola

Sinds twee seizoenen is Daniele Rustioni chef-dirigent van de Opéra National de Lyon, waar een traditie van heterogene programmering wordt hooggehouden. „Parijs is maar twee uur met de trein, daar kun je alles zien. Lyon onderscheidt zich met een eigen profiel en dat wordt ook van mij verwacht.” Zo opende hij zijn eerste seizoen met een enscenering van Brittens War Requiem en verzorgde hij de Franse première van Tsjaikovski’s De tovenares – niet bepaald kernrepertoire voor een Italiaanse operadirigent.

Bij galaconcerten heeft Rustioni de beroemdste aria’s weleens gedirigeerd, maar dit is pas de eerste keer dat hij La cenerentola integraal doet. Volgens hem is het „Rossini’s meesterwerk in het genre van de komische opera”, meer nog dan Il barbiere di Siviglia. Het absolute hoogtepunt is het sextet ‘Questo è un nodo avviluppato’. „De opbouw, de medeklinkerimitatie, de gelaagdheid, en dan die super crazy coda waarmee het stuk na de climax afsluit – het is een wonder, en ongelooflijk complex om in elkaar te zetten. Rossini bezit een oppervlakkige eenvoud, maar de muziek is naakt, er is geen vangnet.”

Het sextet ‘Questo è un nodo avviluppato’uit Rossini’s ‘La cenerentola’:

De eerste keer dat Rustioni La cenerentola live meemaakte was een generale in La Scala in 2005, met Joyce DiDonato in de rol van Assepoester en tenor Lawrence Brownlee als Don Ramiro. Na afloop ging Rustioni backstage om zijn bewondering te uiten. De ontmoeting met Brownlee leidde tot een warme band. „We hebben sindsdien vaak samengewerkt en ik vind het fantastisch dat hij nu Ramiro zingt in mijn eerste Cenerentola.”

Boze stiefvader

Rossini en zijn librettist Ferretti schreven de opera in slechts drie weken, nadat een ander werk was afgewezen door de censuur. (Overigens net geen record voor Rossini, die L’Italiana in Algeri naar eigen zeggen in achttien dagen schreef.) Voor het libretto speelden ze leentjebuur bij een Assepoester-opera die enkele jaren eerder in Parijs in première was gegaan. In vergelijking met het verhaal van de zeventiende-eeuwse Franse schrijver Charles Perrault – de bekendste versie van het oude volkssprookje – ontbreekt de magie en is de kwaadaardige stiefmoeder vervangen door een dito stiefvader. Bovendien verliest Assepoester op het feest geen glazen muiltje, maar geeft ze prins Ramiro een armband. Pas als hij haar als dienstmeisje herkent aan precies zo’n armband om haar pols, en nog steeds verliefd op haar is, wil ze met hem trouwen. Er schuilt een emancipatoire kracht in het idee dat de prins zijn liefde moet bewijzen.

Hoezeer hij ook van Rossini houdt, het is tekenend voor Rustioni’s brede blik en ambitie dat La cenerentola nu pas op zijn pad komt. Italië heeft een ontzagwekkende operageschiedenis – daar zou je een carrière aan kunnen besteden, erkent hij. Maar dat is niet wat hij wil. Want Italië heeft ook een traditie van grote allround-dirigenten: Toscanini, De Sabata, Giulini, Muti, Chailly. „Dat is het artistieke doel”, zegt Rustioni, zonder valse bescheidenheid. „Ik wil me blijven ontwikkelen. In de rijpe Verdi, het allerhoogste in opera, maar ook in symfonisch repertoire.”

Rustioni dirigeerde in 2014 in het beroemde operahuis Teatro alla Scala in Milaan ‘Il trovatore’ van Verdi:

Volgend jaar zwaait hij na negen jaar af als chef van het Orchestra della Toscana in Florence en sinds september is hij chef van het Ulster Orchestra in Belfast. Geen grote namen, zoals de operahuizen die Rustioni aandoet, maar wel plekken waar hij zich in relatieve luwte verder kan bekwamen. Bovendien is Ulster Hall „een van de beste zalen in het Verenigd Koninkrijk”. Naast cycli rond Rachmaninov en Bruckner verheugt Rustioni zich erop in Belfast zijn opvallende project voort te zetten om Italiaanse symfonische muziek uit de twintigste eeuw aan de vergetelheid te ontrukken, wat al tot drie cd’s heeft geleid. „Geloof het of niet, Italianen kunnen ook voor orkest schrijven!”

Wat Verdi voor opera betekent, is Brahms in het symfonische repertoire, vindt Rustioni. „Echter: de keren dat ik Brahms dirigeerde waren mijn slechtste concerten”, lacht hij. „Misschien waren mijn verwachtingen te hooggespannen. Vat krijgen op de diepte en complexiteit van Brahms en Bruckner beschouw ik als de grote uitdaging.”

La cenerentola bij De Nationale Opera, 3 t/m 28 december. Inl: operaballet.nl