Plan PvdA en D66: Zet een prijs op het beperken van baanverandering

Non-concurrentiebeding PvdA en D66 willen minder non-concurrentiebedingen. Werkgevers moeten betalen als zij werknemers aan zich willen binden.

Een concurrentiebeding verhindert soms de overstap naar een andere baan.
Een concurrentiebeding verhindert soms de overstap naar een andere baan. Foto Roos Koole/ANP Xtra

Werkgevers moeten verplicht worden een vergoeding te betalen aan werknemers die door hun baas – en veelal door contractbepallingen – beperkt worden in hun vrijheid om van baan te veranderen. Die vergoeding zou minimaal de helft van het loon in die periode moeten betreffen.

Met dat voorstel komen coalitiefractie D66 en oppositiefractie PvdA woensdag bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij roepen verantwoordelijk minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) op om te onderzoeken of het zogenoemde non-concurrentiebeding aangepakt kan worden. Doel is om de wildgroei aan non-concurrentiebedingen bij vaste contracten in te perken en de positie van de werknemer te versterken.

Dergelijke bedingen worden door werkgevers steeds vaker standaard aan een arbeidscontract toegevoegd. Het maakt het voor werknemers (tijdelijk) onmogelijk om over te stappen naar een concurrent. Inmiddels is in ongeveer 20 procent van de arbeidscontracten sprake van een dergelijk beding.

Is de wet op het non-concurrentiebeding nog werkbaar? Dat is leuk voor juristen, maar niet voor werknemers.

D66 en PvdA vinden dat dergelijke contractbepalingen het vrije verkeer van werknemers en daarmee een soepele werking van de arbeidsmarkt belemmeren.

Enkele jaren geleden werd al bepaald dat voor werknemers met een tijdelijk contract er in principe geen sprake kan zijn van een non-concurrentiebeding, behalve als dat goed schriftelijke gemotiveerd wordt door de werkgever. D66 en PvdA willen het beding voor tijdelijke contracten helemaal afschaffen, en ook het beding voor mensen met een contract voor onbepaalde tijd aanpakken.

Naast het voorstel om werkgevers te verplichten een vergoeding op te nemen als zij een non-concurrentiebeding in een contract opnemen, stellen de politieke partijen ook voor om de reikwijdte van de bedingen te beperken. Die beperking moet zowel in de tijd (maximaal één jaar) als in functie en geografie gaan gelden. Wereldwijde bedingen voor onbepaalde tijd moeten daarmee tot het verleden behoren.

Met hun voorstel sluiten de partijen aan bij de internationale praktijk. In bijvoorbeeld België, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken is een concurrentiebeding slechts geldig indien dit gekoppeld is aan een vergoeding, dan wel dat een geldbedrag wordt voldaan voor de periode waarin het beding van toepassing is.