Omgevingswet dreigt te stranden

Omgevingswet Een jaar voor invoering van de Omgevingswet blijven de problemen zich opstapelen.

Er is vijf jaar aan de wet gewerkt, die als de „grootste wetgevingsoperatie sinds de invoering van de Grondwet in 1848″ werd omschreven.
Er is vijf jaar aan de wet gewerkt, die als de „grootste wetgevingsoperatie sinds de invoering van de Grondwet in 1848″ werd omschreven. Foto Maarten van de Biezen

Onder gemeenten, softwareleveranciers en Eerste Kamerleden bestaan grote zorgen over de komst van de Omgevingswet, zeggen betrokkenen tegen NRC.

De Omgevingswet moet vanaf 2021 alle wetgeving rond de ruimtelijke ordening en leefomgeving vervangen, decentraliseren en digitaliseren. Maar de bestuurders en leveranciers die voor de uitvoering verantwoordelijk zijn, hebben grote twijfels of ze die klus wel aankunnen. Mogelijk wordt de invoering nog deze week door het kabinet uitgesteld, melden ingewijden aan NRC.

Over een maand moeten gemeenten massaal beginnen met het testen van de nieuwe wetgeving en de benodigde ict. Daarmee worden uiteindelijk tientallen wetten en meer dan honderd ministeriële regelingen – van geluidsnormen tot horecaregels tot milieuwetgeving – samengevoegd tot één wet. Zo moeten burgers straks zelf vergunningen kunnen regelen, sneller dan dat nu kan. De gemeente staat daarbij meer op afstand. Die stelt alleen de regels op, en krijgt daarin veel meer vrijheid.

Omgevingswet: ‘bureaucratisch wonder’ zwaar onder vuur

De wet werd begonnen door het kabinet-Rutte II, dat ook taken decentraliseerde als de arbeidsparticipatie, jeugdzorg en langdurige zorg. Bij de aankondiging van de Omgevingswet in 2014 sprak Melanie Schultz van Haegen (VVD), toen minister van Infrastructuur, van „de grootste wetgevingsoperatie sinds de vernieuwing van de Grondwet in 1848”.

Belofte van een kostenbesparing

Maar gemeenten die al experimenteerden met de nieuwe wet, vrezen dat ze straks geld, personeel en kennis tekortkomen om hun werk goed te doen. De verantwoordelijke ict-leveranciers hebben grote twijfels of zij de software op tijd kunnen leveren. De Nationale Ombudsman, die die al eerder zijn zorgen uitsprak over de afstand tussen burger en overheid, wil voorkomen dat burgers bij een nieuwe decentralisatie moeilijk mee kunnen komen.

Eerdere decentralisaties gingen tijdens het kabinet-Rutte II gepaard met een miljardenbezuiniging. Gemeenten moesten hun nieuwe taken uitvoeren met minder geld, maar zouden dat terugverdienen door extra efficiënt te kunnen werken, redeneerde het Rijk.

Met dezelfde logica betalen de gemeenten zelf een groot deel van de invoering van de Omgevingswet. Een aantal bestuurders noemt de beloofde besparing nu al onwaarschijnlijk. Anderen verwachten tijd tekort te komen. Eind 2018 was het aantal gemeenten dat vreesde met de bestaande inspanning niet op tijd voorbereid te zijn, opgelopen naar 31 procent. Het percentage dat wél vertrouwde op de invoering was teruggevallen van 75 naar 57 procent.

Vrijdag beslist het kabinet of de invoering van de wet volgens planning kan doorgaan of moet worden uitgesteld, gezien de stemverhoudingen in de Eerste Kamer. Daar heeft de coalitie sinds dit jaar geen meerderheid meer en wil een groot aantal partijen uitstel afdwingen.

Omgevingswet pagina 4-5
Correctie (28 november 2019): Een eerdere versie van dit artikel meldde dat de Nationale Ombudsman rekent op veel klachten. Die heeft weliswaar een team opgericht dat de Omgevingswet volgt, maar maakt geen inschatting van het aantal klachten. Dit is aangepast.