'De nikab is een hyperreligieus fenomeen dat niet in Indonesië past'

Indonesië De minister van Religie wil nikabs verbieden in overheidsgebouwen. Indonesische kebaya-dragers zijn blij. Ze willen geen conservatieve invloeden in Indonesië. „Hoe kan iemand goed zijn werk doen als je niet met die persoon kunt communiceren?”

Een Indonesisch model in een traditionele kebaya.
Een Indonesisch model in een traditionele kebaya. Foto Pacific Press

Wees eerlijk, zegt Nisa Aminuddin. Hoe zien terroristen eruit die aanslagen plegen in naam van hun religie? „Ze dragen verhullende kleding om zich in te verstoppen. Ik heb nog nooit een zelfmoordterrorist in kebaya of in een gewoon T-shirt gezien. Niet hier in Indonesië, niet in de Filippijnen, niet in Sri Lanka.”

Zelf draagt Nisa Aminuddin een kebaya, een traditionele Indonesische outfit. Ze heeft een chique bordeaux topje aan, eronder een lange rok met motief. De zwart kanten hoofddoek losjes om haar haren. Met een club vrouwen is zij een beweging begonnen tegen de conservatieve invloeden in Indonesië. Onderdeel van hun plan: de kebaya zoveel mogelijk dragen. „We willen terug naar onze waarden van vroeger. Naar de wijsheid en het culturele kapitaal van toen.”

En dus vindt Nisa Aminuddin het voorstel van de nieuwe minister van religie om nikabs te verbieden in overheidsgebouwen een prima idee. „Hoe kan iemand goed zijn werk doen als je niet met die persoon kunt communiceren?” De nikab vindt ze een „hyperreligieus” fenomeen, dat niet in Indonesië past. „Alles moet steeds maar langer en bedekter. Het einddoel is om vrouwen terug hun huizen in te trekken en uit hun kracht te halen.”

Optreden tegen radicalisering

Het nikabverbod past bij het doel van president Joko Widodo om in zijn net begonnen tweede termijn scherper op te treden tegen radicalisering. De president benoemde Fachrul Razi als minister van religie, een oud-generaal zonder een al te serieuze godsdienstige achtergrond. Hij moet de conservatieve islamitische groepen in het land terug hun hok in zien te krijgen.

Andere ministers kwamen ook al met plannen om intolerantie tegen te gaan. Zo willen ze schoolboeken met dubieus materiaal vervangen en komt er een meldpunt tegen ambtenaren die radicale teksten verspreiden, omdat juist binnen de overheid veel extremisme zou voorkomen. Maar vooral over het nikabverbod van Fachrul Razi ontstond veel commotie.

De overheid hoort zich niet te bemoeien met de kleding van hun inwoners, zegt Siti Musdah Mulia. Zij is docent en voorzitter van de Indonesian Conference on Religion and Peace, een club die mensenrechten en vrijheid van godsdienst wil bevorderen. Zelf verbiedt ze haar studenten in de klas om een nikab te dragen. Ze wil hun gezichtsuitdrukkingen kunnen zien. „Ook al vind ik de nikab persoonlijk niks, de overheid mag er geen verbod tegen uitvaardigen.” Dat is volgens haar in strijd met de vrijheid van godsdienst.

De regering kan beter investeren in onderwijs om intolerantie de kop in te drukken, zegt Siti Musdah Mulia. „Radicalisme zit tussen je oren. Het is een ideologisch ding.” Daar heeft ze nog geen serieus beleid voor zien langs komen, zegt ze. „Preventie is belangrijk. Ook ouders zouden hun kinderen tolerantie moeten bijbrengen en respect voor anderen.”

Conservatieve moslims die zeggen dat de nikab een must is voor vrouwen, krijgen van haar flink weerwoord. „De nikab is van oudsher een Joodse traditie. Ook christelijke en katholieke vrouwen hebben de nikab vroeger gedragen. Je mag er een andere mening op nahouden, maar dring die niet op aan de maatschappij.” Volgens haar weten die conservatieve groepen te weinig van hun religie en hechten ze te veel waarde aan symboliek.

Opweg naar het paradijs

Indadari Mindayati weet zeker dat de nikab wél bij de islam hoort. Zij is van de Niqab Squad, een groep vrouwen die het dragen van de nikab in Indonesië wil bevorderen. In haar woonkamer zitten haar vriendinnen op de grond in nikab. Zelfs een baby’tje van een maand of vijf heeft een hoofddoek om. Ze wil graag naar de hemel, zegt Indadari Mindayati: „Naar het paradijs. Ik hoop Hem te ontmoeten.”

Het dragen van haar nikab levert bonuspunten voor het hiernamaals op, dus een verbod vindt ze een slecht idee. En bovendien is het discriminatie, zegt ze: „Waarom wordt de islam in het hoekje gedreven? Dat is niet eerlijk. Er bestaat geen verband tussen kleding en radicalisme.”

Ook al is Indonesië overwegend islamitisch, 85 procent van de bevolking is moslim, vrouwen die een nikab dragen zijn eerder uitzondering dan regel. En ze hebben het niet makkelijk.

Lees ook: ‘De sluier beschermt tegen kwade dingen, zoals de lust van mannen’

Indadari Mindayati en haar vriendinnen worden wel eens uitgescholden, voor Batman, ninja of zelfs Satan. Zij ziet ook dat veel Indonesiërs weinig weten over de nikab, maar probeert vrouwen te overtuigen het gewaad wel te dragen: „De nikab biedt bescherming voor starende mannen en ongewenste intimidatie. Je lichaam is alleen voor je echtgenoot.”

Mindayati zegt dat het haar eigen keuze is om de nikab te dragen, maar dat verschilt per persoon, vertelt ze ook. Sommige van haar vriendinnen doen het omdat hun echtgenoot of ouders het van hen vragen.

Of het verbod er ooit echt van komt is onduidelijk. De nieuwe minister kreeg bijval, maar ook veel kritiek en hij verontschuldigde zich voor de ophef. Toch laat zijn plan zien dat in het publieke debat weer ruimte is voor een tegengeluid.

Zoals van de kebaya-dames. Ze zitten bij elkaar voor de lunch: saté met rijst en kokosnootmelk. Om de beurt vertellen ze waarom ze de kebaya zijn gaan dragen. Hoe ze bij hun moeder in de kast naar mooie stoffen en kant zoeken, en hoe ook zij weerstand krijgen.

Sommige kinderen schamen zich voor hun moeder: mam, doe je wel iets normaals aan als je me van school komt halen? En een paar van de vrouwen vertellen dat ze onlangs heel bewust hun hoofddoek weer hebben afgedaan. „Ik voel me bevrijd.”