Opinie

Meer leraren? Betaal ze beter. Veel beter

Meer verplegend personeel, meer mensen in de zorg. Meer politie. En vooral meer leraren en onderwijzers. De tekorten in de (semi-)publieke sector groeien. Volgende maand wordt een nieuwe actiemaand voor het onderwijs. Belangrijkste boodschap daar: meer mensen voor de klas. In Amsterdam gaan de zestien scholen van de koepel Stichting Openbaar Basisonderwijs Westelijke Tuinsteden een week dicht uit protest tegen de aanhoudende tekorten aan onderwijzend personeel.

Er wordt dan gediscussieerd over oplossingen. Het zal, aannemelijk en terecht, over beleid gaan en over budgetten. Over de hoge kosten van het wonen in de grote steden en het schaarser worden van geschikte woonruimte – een probleem dat overigens ook in de zorg en bij de politie speelt. Vind maar eens iemand die zo’n zwaar beroep wil doen tegen een salaris waarvan een grote hap ook nog aan vaste lasten op gaat. Als een betaalbaar huis al te vinden is.

Eén aspect mag bij die discussies niet over het hoofd worden gezien. Het gaat niet alleen over politiek en geld. Er is, na bijna zeven jaar onafgebroken economische expansie, krapte in Nederland. En dat betekent dat personeel misschien sowieso wel heel moeilijk te vinden is.

Zulke krapte is, in zeer algemene termen, af te lezen aan wat de ‘output gap’ wordt genoemd. Dat is het cumulatieve verschil tussen de productie van goederen en diensten die een economie normaliter aan kan, en de productie die daadwerkelijk plaatsvindt. In een economie die in een recessie zit is de output gap negatief. Als er al een tijd hoogconjunctuur is, dan wordt de output gap juist positief. De economie vliegt dan al een tijdje harder dan zijn ‘kruissnelheid’.

De economische krapte openbaart zich ook in het onderwijs

Volgens de Europese Commissie heeft Nederland dit jaar een output gap van een vol procent, dalend naar 0,6 procent volgend jaar. De eurozone als geheel is eveneens positief, op 0,5 procent dit jaar en 0,4 procent volgend jaar. Het Centraal Planbureau maakt voor zijn ramingen voor de korte termijn gebruik van de methode van de Europese Commissie.

De Nederlandse output gap van 1 procent is relatief groot: in de afgelopen twintig jaar was het gemiddelde -0,7. Nederland zit krap, en zit krapper dan het gros van de andere eurolanden. Dat is ook te zien aan de werkloosheid, die nog maar 3,5 procent bedraagt. Dat het percentage afgelopen maand licht steeg is te wijten aan het feit dat zich nu meer mensen op de arbeidsmarkt beginnen te melden. Er wordt nu potentieel aangeboord dat tot voor kort niet erg kansrijk was op de arbeidsmarkt, maar nu wel.

Deze week meldde het CBS dat het aantal werkende 55- tot 65-jarigen de afgelopen vijf jaar is gegroeid met zo’n 300.000. Ook 65-plussers werken meer – zij het dat dit mede kan liggen aan de hogere pensioenleeftijd. Zit hier een kans?

Terug naar het onderwijs. De krapte hier valt niet makkelijk op te lossen in een economie die op de toppen van zijn kunnen zit. Huizenprijzen en woonlasten blijven stijgen, er is minder arbeidspotentieel over en de concurrentie met andere banen op de arbeidsmarkt groeit. Het kweken van nieuwe aanwas gaat traag. Zij-instromers vergen begeleiding. Nu al wordt een beroep gedaan op voormalige leerkrachten, maar die zijn vaak onwillig, want in een nieuwe fase van hun leven. Zijn ze te verleiden? Alles heeft zijn prijs. Hogere lonen, met name in de steden, zijn het antwoord. En dan geen procentjes. Er is geld. Er is een bittere noodzaak. Er is geen reden om te wachten.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.