Reportage

In ‘Refugee on Trial’ beslist het publiek over asielaanvraag

Voorstelling Tijdens de performance ‘Refugee on Trial’ van kunstenaar Ehsan Fardjadniya wordt de bestaande rechtszaak van een vluchteling nagespeeld. Het publiek moet een beslissing nemen over het lot van de vluchteling. „Waren het echt de Taliban of plaagde iemand u?”

Kunstenaar Ehsan Fardjadniya (36, tweede rechts) speelt zelf de rol van vluchteling Ali J., de andere rollen worden ingenomen door daadwerkelijke asieladvocaten en een oud-rechter.
Kunstenaar Ehsan Fardjadniya (36, tweede rechts) speelt zelf de rol van vluchteling Ali J., de andere rollen worden ingenomen door daadwerkelijke asieladvocaten en een oud-rechter. Foto Chun-Han Chiang

‘Algemene sympathie of goedgelovigheid is geen basis voor een oordeel’, luidt het advies dat het publiek dinsdag meekrijgt tijdens de eenmalige performance-rechtszaak Refugee on Trial in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De toeschouwers moeten een beslissing nemen over het lot van de Afghaanse vluchteling Ali J.

Ali J., de fictieve naam van een Afghaanse journalist die in Nederland om asiel vroeg nadat hij bedreigd was en een aanslag had overleefd, is een bestaande zaak. De IND vond zijn verhaal ongeloofwaardig en wees hem uit. De bedreigingen van de Taliban waren oud en de aanslag kwam van een „maffia-achtige bende in Kabul”. Afghanistan is bovendien niet dermate onveilig dat hij niet in een andere stad kan gaan wonen. In Pakhuis de Zwijger beslist het publiek over de uitkomst (wat de daadwerkelijke afhandeling is, moet onbekend blijven).

Kunstenaar Ehsan Fardjadniya (36), die zelf de rol van Ali J. speelt, zette de bestaande zaak om in een voorstelling van ongeveer vijf kwartier. Hij beantwoordt vragen van de IND en tijdens de rechtszaak. De andere rollen worden ingenomen door daadwerkelijke asieladvocaten en een oud-rechter. „Het idee is dat mensen beter gaan beseffen hoe het werkt”, zegt Marq Wijngaarden (60). Hij werkt als asieladvocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers. Te vaak wordt volgens hem gedacht dat het „om nattevingerwerk gaat, terwijl dat niet het geval is. Maar er worden wel fouten gemaakt.” De IND zelf wilde niet meedoen.

Ook Fardjadniya maakte deze performance vooral om te laten zien hoe de IND werkt, en om te tonen dat hoe er over asielzoekers in de politiek wordt gesproken, de werkelijke gang van zaken niet representeert. „De eis van no borders is idealistisch, tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen beter gaan inzien hoe het echt is. Er wordt soms om bewijzen gevraagd door de IND terwijl dat onmogelijk is. Ali J. bijvoorbeeld noemt zichzelf journalist, maar hij is in wezen een fixer. Dat is hier een groot verschil, maar in Afghanistan loop je als fixer evengoed gevaar.”

Plagerij?

Zelf vluchtte Fardjadniya in 2000 uit Iran. Ook zijn zaak werd in eerste instantie afgewezen. Deze performance is dan ook emotioneel voor hem. „Ik heb het idee dat ik verantwoordelijk ben voor de antwoorden van Afghaanse vluchtelingen.” Dat het publiek uiteindelijk oordeelt en niet de rechter, zoals in de dagelijkse praktijk wel het geval is, is een bewuste keuze: publieksparticipatie leidt tot kritisch meedenken, is de gedachte.

Op de avond zelf zijn de vragen aan Ali J. aanvankelijk kritisch. „Had je niet een andere baan kunnen zoeken?”, vraagt een toeschouwer. En: „Hoe weet u dat het de Taliban waren die u bedreigden, misschien was het iemand anders die u wilde plagen.” Bij het laatste woord klinkt gemor, „Zei ze nu echt plagen?”, klinkt het achterin. Naarmate de uitspraak dichterbij komt en vooral de ouderen in het publiek vragen stellen over de procedurele kant van de zaak, roeren steeds meer jongeren zich in de zaal. De IND wordt te weinig empathisch gevonden in de hele zaak.

Uiteindelijk mag er gestemd worden: 30 procent vindt dat het verhaal niet geloofwaardig is en dat Ali J. daarom geen verblijfsstatus mag krijgen. 70 procent vindt dat Ali J. wel mag blijven. Fardjadniya heeft klamme handen na afloop: de hele procedure opvoeren met de asieladvocaten, het was alsof hij zijn eigen zaak herbeleefde. Hij is opgelucht dat bijna driekwart van het publiek koos voor een verblijfsvergunning. „Er is gekozen met emotie”, zegt oud-rechter Teun van Os na afloop desgevraagd. Of Ali J. in het echte leven ook een verblijfsvergunning hoort te krijgen, hij betwijfelt het.