Reportage

In de Bengaalse delta redt een drijvend ziekenhuis levens

Overstromingen Bangladesh In de Bengaalse delta kan een rivier in een oogwenk eilanden met miljoenen inwoners onder water zetten. Scholen en klinieken zijn hier schaars. Een drijvend ziekenhuis biedt uitweg.

Ismat Tara (16) op weg naar het ziekenhuisschip met haar dochter en haar nichtje (links). In het schip zitten onder meer een tandartspraktijk, een oogarts, gynaecoloog, kinderarts, een lab, twee operatiezalen en een kleine apotheker.
Ismat Tara (16) op weg naar het ziekenhuisschip met haar dochter en haar nichtje (links). In het schip zitten onder meer een tandartspraktijk, een oogarts, gynaecoloog, kinderarts, een lab, twee operatiezalen en een kleine apotheker. Foto Fabeha Monir

Voor een 16-jarige heeft Ismat Tara al vele levens gekend. Sommige werden weggespoeld door de Brahmaputra, de machtige rivier die even verderop voorbij stroomt. Andere werden haar opgedrongen door conventies. Het maakte haar een nomade, iemands vrouw en sinds een paar maanden moeder van het in roze gestoken baby’tje dat zich aan haar vastklemt. Grote ogen, sabbelend op een chipje.

Het was zo’n overstroming, de zoveelste, die Ismats vader ertoe bracht zijn toen tienjarige dochter uit te huwelijken. Het gezin was alles kwijt en op deze manier was er tenminste een mond minder om te voeden. In het begin was ze erg verdrietig, zegt Ismat, de arm nog steviger om haar baby. Maar bij haar schoonfamilie had ze in ieder geval te eten. Ze komen uit hetzelfde dorp als waar Ismat werd geboren. Een dorp dat nu niet meer bestaat.

Zo gaat dat vaker op de chars, de talloze riviereilanden in de Bengaalse delta die zijn ontstaan uit afzettingen hoog uit de Himalaya. De veelal arme boerenfamilies die hierop wonen, zijn gewend te leven met de grillen van een rivier die in een oogwenk hun hele oogst onder water kan zetten, om daarna weer een extreem vruchtbare grond achter te laten. Is het verlies te groot, dan verkassen ze naar een volgend eiland.

Maar opkrabbelen en opnieuw beginnen wordt steeds lastiger in een omgeving die letterlijk onder hun voeten afbrokkelt.

Lees ook: dit achtergrondstuk over de zeespiegelstijging. Bangladesh dreigt een derde van zijn land te verliezen. Een megaproject moet dit voorkomen.

Waar het Westen nog druk is met het formuleren van toekomstscenario’s, worden de gevolgen van hogere temperaturen en stijgende zeespiegels in Bangladesh al lang en breed gevoeld. Afgelopen zomer toen de moesson op haar piek was, raakten volgens de regering meer dan 300 duizend mensen ontheemd door overstromingen. Een paar maanden eerder deed cycloon Fani 1,7 miljoen Bengalen hun huis ontvluchten.

Vooral de chars zijn kwetsbaar. Deze laag gelegen zandplaten die strekken van de noordelijke grens met India tot aan de Golf van Bengalen verdwijnen steeds vaker onder het stijgende rivierwater. Of erosie vreet hele stukken weg. Door hun vergankelijkheid zijn basisvoorzieningen als scholen en klinieken er schaars - en met iedere overstroming worden ze nog schaarser.

Zo kan het dat op deze ochtend Ismat op het punt staat iets te doen wat ze in haar 16 jaar nooit eerder heeft gedaan: een dokter bezoeken. Een échte dokter, niet de buurman met zijn medicijnvoorraad. Ismat heeft namelijk een tumor. Althans, dat denkt ze. De doek die haar lange vlecht bedekt, wordt voorzichtig opzijgeschoven om een bult te laten zien. Die zit er al twee jaar, maar de laatste tijd voelt ze zich ineens futloos en duizelig.

Ga naar het schip, werd in het dorp tegen haar gezegd. Daar kunnen ze je vast helpen.

Correspondent Eva Oude Elferink maakte deze video van de gebouwtjes waar patiënten na een operatie kunnen bijkomen en de ‘wachtruimte’:

Het ziekenhuisschip

Als het vaste land uit zicht verdwijnt en het schelle getoeter van af en aan rijdende riksja’s verstomt, is de stilte ineens oorverdovend. Het enige wat overblijft, is het gepruttel van de motor die de smalle boot verder de Brahmaputra op stuurt.

En dan is er in de verte plots het schip. Vier verdiepingen geschilderd in lichtblauw die hoog boven de oever uittorenen waaraan het ligt aangemeerd. Binnen, in kamertjes van soms niet meer dan enkele vierkante meter, huizen onder meer een tandartspraktijk, een oogarts, gynaecoloog, kinderarts, een lab, twee operatiezalen en een kleine apotheker. Op het dak de vlag van Bangladesh die bij gebrek aan wind slapjes naar beneden hangt.

Het drijvende ziekenhuis is afkomstig van Friendship, een lokale ngo, die met een team van artsen en vrijwilligers langs de chars in de Brahmaputra vaart om medische zorg te brengen naar de meest afgelegen gebieden. Gratis, op de registratiekosten van omgerekend nog geen tien cent na. Momenteel beschikt de organisatie over twee ziekenhuisboten, de komende maanden komen daar dankzij geld van de King Abdullah Foundation van de Saoedische koning nog vijf schepen bij.

„Bangladesh is een arm land met een bevolking van 170 miljoen mensen”, zegt Runa Khan, de charismatische oprichtster en directeur van Friendship. Geschat wordt dat meer dan zes miljoen van hen op de riviereilanden wonen. De slechte bereikbaarheid maakt het leveren van zorg daar erg kostbaar, aldus Khan. „Een arts is al snel een halve dag kwijt om één dorp te bezoeken. Die middelen heeft de overheid niet. Dus wij vullen het gat.”

Zenuwachtig sluit Ismat zich aan bij de rij vrouwen die zich onder een houten afdakje hebben opgesteld, wachtend op hun beurt om de boot te betreden. Ze is samen met haar schoonmoeder gekomen, een frêle vrouw, bijna een kop kleiner dan Ismat, met een gezicht dat door het leven is getekend. Mariyam Begum, heet ze. Voor haar leeftijd moet ze zich naar Ismat keren. Ergens in de dertig, gokt die.

Aan Mariyams been hangt een meisje met kortgeknipte haren, gekleed in een geel jurkje. Haar dochter, zegt ze eerst. Om dan te vertellen dat de vijfjarige van háár dochter is. Die stierf tijdens de bevalling, veertien jaar oud. Het gebeurde tijdens een overstroming, zegt Mariyam. En er was geen ziekenhuis in de buurt.

Kindhuwelijken

Het zijn verhalen waar de artsen op het schip nauwelijks van opkijken. Dat het toch al zware leven op de chars vrouwen het hardst treft, zien zij iedere dag. Kijk maar in het uit golfplaten opgetrokken gebouwtje op de oever waar in een rijtje naast elkaar zes vrouwen in kleurige sari’s liggen bij te komen van de operatie aan hun baarmoeder: die was uitgezakt. Een aandoening die vaker voorkomt bij vrouwen die al op jonge leeftijd kinderen krijgen – vaak geholpen door alleen hun moeder of een buurvrouw – en na de bevalling vrijwel meteen weer op het veld staan om te werken.

De een was uitgehuwelijkt op haar tiende, de ander toen ze twaalf was. Niemand die daarvan op kijkt. Op de chars zijn kindhuwelijken een manier van overleven, vooral met het weer dat steeds extremer wordt. Eerder dit jaar waarschuwde Unicef dat het aantal kindbruiden in Bangladesh, dat nu al een van de hoogste wereldwijd is, door klimaatverandering verder dreigt toe te nemen.

Fulmoti was ook tien, denkt ze. Precies even zoveel jaar liep ze rond met haar baarmoeder die naar buiten kwam. De pijn was ondraaglijk, zegt de inmiddels grijzende vrouw, een infuus in haar gerimpelde hand. „Maar ik schaamde me teveel om naar de dokter te gaan.” Haar man haalde Fulmoti over. De reis van hun char naar het schip duurde bijna vier uur en kostte meer dan 2.000 Taka, zo’n 20 euro. Veel geld, zegt Fulmoti zacht. Toch is ze blij dat ze naar haar man heeft geluisterd.

De 26-jarige dokter Masuma Khatun noemt het hun grootste uitdaging: vrouwen naar de boot krijgen. Dat was het althans vooral de eerste jaren. „De charbewoners zijn erg conservatief. Vrouwen hebben vaak eerst toestemming van hun man of schoonmoeder nodig voordat ze ergens heen mogen.” En er is veel schaamte, zegt Khatun, die nu al zes jaar met het schip meevaart. Vooral als het om gynaecologische problemen gaat.

Maar inmiddels kent iedereen het jahaj haspatal, het drijvende ziekenhuis. Van de bijna 200 patiënten die de artsen soms dagelijks zien, is tegenwoordig meer dan de helft vrouw.

De vijf boten die er dadelijk bij komen, zullen verspreid over de zuidelijke delta en langs de kustgebieden varen. Daar woont een derde van de bevolking. Nu nog. Want met 60 procent van de landmassa amper enkele meters boven zeeniveau, geldt Bangladesh als een van de kwetsbaarste landen voor zeespiegelstijging. Experts voorspellen dat de komende decennia miljoenen mensen hierdoor ontheemd zullen raken.

Het maakt de noodzaak voor oplossingen zoals drijvende ziekenhuisboten des te groter. Al blijken ook die niet onaantastbaar. Op het dek van de Friendship-boot haalt een van de artsen zijn mobiel tevoorschijn en scrollt door zijn foto’s naar juli, toen door de moesson de rivier plots fors was gerezen. Van de barakken op de oever waarvoor nu patiënten en hun familieleden rondhangen, zijn op die foto’s nog net de daken te zien. Voor de rest: water.

Bijna vijftien dagen kwam alles stil te liggen, vertelt de arts. Alleen spoedgevallen werden nog aangenomen. Pas toen de oever zichtbaar werd en de schade was hersteld, konden ze weer normaal patiënten ontvangen.

Geen kanker

„Heb ik echt geen tumor?” Ismat lijkt de woorden van de dokter nog niet helemaal te durven geloven. Dat is immers wat iedereen had gezegd, ook haar schoonmoeder. Maar nee, herhaalt de dokter. De bult is niets ernstigs. Ismat is alleen wat ondervoed, en haar dochtertje ook. Vandaar de duizeligheid. Ook Mariyam blijkt na een bezoekje aan de gynaecoloog niets ernstigs te mankeren. Met wat medicijnen op zak kunnen ze naar huis.

Ismat Ara’s dochter Muntaha van 6 maanden bij de dokter.
Foto Fabeha Monir
Ismat Ara bezoekt voor het eerst in haar leven een arts. Ze krijgt te horen dat de bult die ze heeft geen tumor is.
Foto Fabeha Monir
Ismat Ara woont bij familie sinds haar eigen woning is verwoest door de overstroming.
Foto Fabeha Monir

Alhoewel, naar huis. Dezelfde overstroming die de ziekenhuisboot in juli trof, had ook de char waarop Ismat en Mariyam woonden volledig overstroomd. Inmiddels zijn ruim drie maanden verstreken, maar ligt hun eiland nog steeds onder water.

Het hele gezin woont sindsdien bij familie van Mariyam op het vasteland, in een huisje van golfplaten waarin slechts een kast en een tweepersoonsbed staan en kippen rondscharrelen. Soms ligt ze in het bed, zegt Ismat. Vaker slapen zij en haar man op de grond om ruimte te laten voor zijn vader en Mariyam. Ze mist hun eiland. Hun oude buren, de ruimte. „Hier leeft iedereen boven op elkaar.”

Twee dochters van Mariyam wonen tegenwoordig in hoofdstad Dhaka, waar ze werken in textielfabrieken. Denkt Ismat weleens na over een leven op het vasteland? Ze lacht somber. Alleen iemand van het vasteland kan zo’n vraag stellen. Ze is geboren op de chars, zegt ze, en daar wil ze sterven ook. Net als haar man, die om de zoveel dagen de rivier op gaat om te kijken of dit keer misschien wel iets van hun oude eiland zichtbaar is.

Nee, is tot nu toe steeds het antwoord. Maar wie weet, de volgende keer.