Kasper van der Laan is sensationeel grappig (en onbekend): ‘Ik ben een zachtaardige cabaretier’

Een jaar met Kasper van der Laan Hij is een sensationeel cabarettalent. Donderdag 28 november gaat zijn debuutvoorstelling, ‘1 Kilo’, in première. Daar ging een jaar van worstelingen en onzekerheid aan vooraf. „Ik weet dat ik op heel veel manieren de mensen aan het lachen kan krijgen.”

Kasper van der Laan, cabaretier Foto Merlijn Doomernik

Kasper van der Laan houdt van snoep. Zijn liefde voor zoetigheid is een van de onderdelen van zijn optredens. Hij maakt er een uitgebreid nummer van, waarbij hij voordoet hoe hij geniet van elk snoepje en opgaat in de verleidelijke kwaliteiten van suikergoed. De schijnbaar oprechte ode aan zoiets alledaags als snoep vormt een onweerstaanbaar geestige act.

Het is ook vintage Kasper van der Laan. Met zijn gortdroge toon, grillige lichaamstaal en kronkelige redenaties creëert de bebaarde comedian zijn hoogstpersoonlijke, absurdistische universum. Sinds hij in 2018 de Publieksprijs op het Leids Cabaret Festival won, geldt hij dan ook als een van de grootste cabarettalenten van Nederland. Dit jaar werkte hij aan zijn debuutvoorstelling, die deze donderdag in de Kleine Komedie in Amsterdam in première gaat.

Bijna een jaar geleden, in januari 2019, deed Kasper van der Laan een dubbelprogramma met Lebbis in comedyclub Toomler in Amsterdam-Zuid, het thuishonk van de Comedytrain, de groep comedians waar Van der Laan sinds 2015 deel van uitmaakt. Zijn optreden loopt soepel. Hij heeft het over winkelen met zijn vriendin, over je billen afvegen, over melk kopen, over een geheime club die hij als kind oprichtte en over hoe je moet tellen. Aan de onderwerpen is niet af te zien hoe grappig hij is. Maar met zijn tegendraadse logica en precieze observaties klinkt hij als het neefje van Wim Helsen. Elke anekdote wordt geladen met gekte.

De veelheid en de variatie aan onderwerpen verraden zijn achtergrond als stand-up comedian. In de loop van het jaar blijkt die variatie ook een bron van knagende twijfel. Het is zijn grootste probleem bij het creëren van zijn eerste avondvullende voorstelling.

JANUARI

De dag na zijn optreden spreken we elkaar in café Canvas in Amsterdam. In alle snoepsoorten die hij likkebaardend de dag ervoor opsomde, ontbraken de Apekoppen. Hij krijgt een zak cadeau. Van der Laan: „Als ik deze zak openmaak, is hij vanavond op. Ik koop weinig snoep, maar als ik wat koop, gaat de zak leeg. Tot ik misselijk ben. Mission accomplished.”

Foto Merlijn Doomernik

„Op de basisschool had ik een geheime club. Kan ik verder niks over vertellen. Regel 1: je praat niet over de geheime club. Wie zit er bij een geheime club? [niemand in publiek reageert] Zie je: iedereen!”
Uit de try-out van ’1 Kilo’ op 24 mei 2019

Hij was vroeger dik, zegt hij. „Wel 100 kilo. De aandacht voor mijn gewicht is blijvend. Elke dag let ik erop dat ik niet meer opneem dan ik verbrand. Ik heb ook een personal trainer om mee te sporten.”

De abrupte overgang van serieus naar ironie is typisch voor zijn manier van praten. Hij zegt het allemaal op dezelfde toon, waardoor je het idee krijgt dat hij eigenlijk nooit meent wat hij zegt. Dat hoort hij vaker, reageert hij. „Misschien ben ik bang dat het te gevoelig wordt als ik iets over mezelf vertel. Dan maak ik er een geintje van. Op school had ik op een gegeven moment de afspraak met een goede vriendin dat ik er een vingertje bij hield als ik iets echt meende.” Hij houdt zijn wijsvinger naast zijn mond. „Dan wist zij: oké, nu is hij echt boos. Eigenlijk erg dat zo’n gebaar nodig is. Maar ik stelde het zelf voor, want het was ook vervelend dat ze me nooit geloofde.”

Wat is erop tegen dat mensen je niet kunnen peilen?

„Soms wil ik dat ze doen wat ik zeg.” Hij steekt er desgevraagd zijn vinger niet bij op. „Had je niet het idee dat wat ik bij Toomler vertelde authentiek was? Nee? Dan doe ik toch mijn werk niet goed. Mijn voorliefde voor snoep geloofde je toch wel?”

Als Van der Laan deze week in première gaat, is hij 38 jaar. Pas op zijn dertigste begon hij aan comedy. Voor die tijd deed hij twee studies. Eerst bedrijfseconomie, terwijl hij thuis woonde in Ommen, Overijssel. Daarna media- en entertainmentmanagement in Breda. In Amsterdam werkte hij nog vijf jaar bij de NCRV, bij de online redactie.

Jarenlang trad hij op bij open podia. Na het volgen van een comedycursus bij Roel C. Verburg had hij „vijf minuutjes” waarmee hij zich staande hield. Hij bezweert dat het „voor iedereen” beter is dat hij niet eerder debuteerde. „Als persoon was ik er niet aan toe. Ik ben nu makkelijker in de omgang, heb meer zelfvertrouwen. Vanaf mijn dertiende ging ik naar het theater met mijn ouders, maar het kwam nooit in me op dat theater een beroepskeuze kon zijn.”

Dat je tot je 23ste bij je ouders in Ommen bleef wonen, was dat gebrek aan lef, aan wereldwijsheid?

„Beide, denk ik. Daar gaat mijn voorstelling ook over. Bevestiging krijgen van anderen is voor mij heel belangrijk. Dat zit in mij. Je moet mij aanmoedigen.

„In Ommen kwam ik niemand tegen en ik kwam niet echt ergens. Op donderdag ging ik zwemmen met een vriend en in het weekend gingen we poolen of naar de film. Dat was het. Er waren geen meisjes enzo. Toen dacht ik: dit slaat nergens op. Dit is niet wat het leven moet zijn.”

In Breda maakte hij vrienden die hij nog steeds heeft. „We zijn met zijn allen naar Amsterdam verhuisd.”

Foto Anne van Zantwijk

„Altijd vanaf nul beginnen met tellen. Anders werkt het verwarrend. Cor, hoeveel jassen heb jij? ‘62’. Zoveel? ‘Hoezo veel? Een voor in de zomer, een voor in de winter.’ Zie je: Cor begint bij 60 met tellen. Werkt verwarring in de hand.”
Uit de try-out van ’1 Kilo’ op 24 mei 2019

Met wat voor houding begon je met optreden?

„Zoals ik nu praat. Saai, monotoon, lage energie. Proberen de tekst die ik had geschreven op te lepelen. Thuis speelde ik de tekst voor mijn meubels, maar dat kwam er niet uit zoals het moest. Dat kan ook niet, optreden voor je meubels.

„Wat ik altijd deed en doe, is mezelf opnemen op video, terugkijken en dan stukjes aanpassen. Daar geloof ik heilig in. Ook bij optredens. Anders weet ik niet waar er wel en niet is gelachen. Door te schaven wordt een optreden heel grapdicht. Ik streef ernaar dat bijna alles wat ik zeg grappig is.”

Is er een grap uit je begintijd die het heeft overleefd?

„Ja, heel gênant, de grap dat ik aan intervaltraining doe: ik loop een paar minuten hard en dan een paar maanden niet. Die grap is superoud. Die vertel ik vaak aan het begin, zodat de mensen weten: o, dat kan hij. Binnen vijf seconden lach je. Het is een zwaktebod, want ik kan mensen op heel veel manieren laten lachen.”

Observaties en ideeën noteert hij in aantekenboekjes. Hij laat het zien. „Zoenen, hello chicks basisschool, Deborah, Valentijnsdag.” Van der Laan lacht. „Dat is mijn bucketlist voor vandaag.” De lijst gaat verder met onder meer: trui voor je hond, knutselclub, PPT, tijdreizen, onzichtbare comedian, dromen kapot, luie inbreker.

Alleen de knutselclub deed je in Toomler.

„Dat stukje is oud. Ik zoek naar de juiste toon om er wat van te maken. Het vertelt dat een vriendje mijn droom van een geheime club kapotmaakt en ik daardoor twijfel over al mijn ideeën.”

Dat stukje ging voor mijn gevoel ook over een outcast, een geïsoleerde figuur.

„De figuur die ik net heb geschetst in Ommen. Dat verhaal vertelt waar ik vandaan kom. De vraag is: waarom vertelt hij dit op het podium? Ik heb het graag over ‘hem’ en ‘hij’ op het podium, mijn persona.”

Wat is het verschil tussen jou en ‘hem’?

Van der Laan denkt lang na. „Hij is wereldvreemder. Ik ben wat realistischer, hij wat fantasierijker. We hebben allebei behoefte aan structuur en regels, maar hij meer dan ik. Hij is harder op zoek. Ik leef in mijn hoofd en hij vertelt alles, maar dat is ook de vorm van cabaret. Hij laat wel meer over zich heen lopen dan ik, door zijn vriendin bijvoorbeeld. Zijn problemen en zijn behoeftes zijn groter. Hij doet ook meer zijn best. Ik heb wat meer vrede met alles en mezelf.” Hij lacht, opgelucht.

Hoeveel materiaal heb je nu?

„Wel anderhalf uur. Het is geen zooitje, het is een verzameling briljante stukken, maar wel bij elkaar geraapt.”

Zoek je naar iets wat de boel bij elkaar houdt?

„Ja. De komende periode, als ik ga try-outen, moet ik dat helder krijgen. Moet mijn personage tot een inzicht komen of een concreet probleem oplossen? Daar ben ik nog niet uit.

„De voorstelling gaat over een jongen die super onzeker is. Die wil laten zien dat hij zijn mannetje staat. Maar het schemert door dat hij geen houvast heeft. Logisch, want je krijgt nooit zekerheid in het leven. Je moet zelfvertrouwen kweken door moedig en kwetsbaar te durven zijn. Dat is het inzicht.” In één adem: „Dit kunnen we nooit publiceren. Dit is de uitleg.”

Zoveel zegt het nog niet. Het is toch niet expliciet?

„Het moet in de subtekst zitten, maar het moet wel overkomen. Ik wil niet dat de mensen na afloop denken: ‘Leuk, allemaal grapjes over alledaagse dingen’.”

Wanneer is het leuk?

„Het moet spannend zijn, in de zin dat je de humor niet kan plaatsen en niet weet waar het heen gaat. Ik mag iets graag langer doorvoeren dan nodig.

„Over seks heb ik niet veel grappen. Maar als ik zeg dat ik met ‘vrouwen’ alleen mijn vriendin bedoel, omdat ik nog maar met één vrouw seks heb gehad, en dan zeg dat ik dat wel mooi vind, en jammer, dan is dat een prima grap.”

Want dat gaat niet over seks.

„Maar over hoe sneu ik ben.”

Hij is.

„Want het is niet autobiografisch. Huh-huh. Als het een originele grap is, kan een grap over seks wel. Maar anders wordt de lach te makkelijk en dat doet pijn.”

Hij corrigeert zichzelf. „Dat klinkt stom. Alsof ik van die slimme grappen maak. Maar ik vermijd zulke grappen. Misschien ook omdat ik dan het oordeel van een goede comedian in mijn hoofd hoor.”

Heb je een klankbord of regisseur?

„Nog niet. Vanaf de zomer wil ik er iemand bij. Tot die tijd wil ik vrij zijn. Mijn probleem is dat ik de neiging heb om braaf te doen wat iemand zegt dat ik moet doen.”

Ben je nu in januari al nerveus voor de première?

„Een beetje. Wat ik nu heb is los zand. Ik zie wel verbanden, maar de vraag is wat ik ermee wil zeggen. Misschien moet ik eerst in het echte leven nog een stap zetten, zodat dat ook een stap vooruit op het podium oplevert.

„Over seks heb ik niet veel grappen. Maar als ik zeg dat ik met ‘vrouwen’ alleen mijn vriendin bedoel, omdat ik nog maar met één vrouw seks heb gehad, en dan zeg dat ik dat wel mooi vind, en jammer, dan is dat een prima grap.”

„Ik probeer de verwachtingen te downplayen om niet te gaan stressen. Maar mijn moeder belde me laatst met de vraag of ik klaar was voor mijn try-outs. Ik zei luchtig dat ik tot het laatste moment dingen kon aanpassen. Zegt zij: ‘Ja, maar bij een try-out verwachten mensen toch wel meer. Dan moet het eigenlijk wel af zijn.’ Ah, top mam! Top! Dat is wat ik wil horen.”

MEI

Eind mei speelt Van der Laan een try-out in Theater deMess in Naarden. Als hij klaar is, vraagt hij of er vragen zijn. Wanneer is het af, vraagt een man. Van der Laan: „Ik zal proberen dat niet als een oordeel op te vatten.” Vervolgens schakelt hij naadloos naar een krankzinnig verhaal over een bezoek aan een notenbar.

Vier dagen later spreken we elkaar in de Tolbar in Amsterdam. De twijfel over het gebrek aan coherentie in zijn programma houdt hem nog stevig in de greep. Steeds komt hij erop terug: hoe breng ik samenhang aan? Van der Laan: „Ik dacht eerst dat jij het was die vroeg of het al af was. Ik heb geen idee. Ik moet erop vertrouwen dat het goed komt en dat is best eng.”

Wat heb je de afgelopen maanden gedaan?

„Ik heb even in een huisje in Egmond aan Zee gezeten, omdat ik de behoefte had om diep te gaan. Daar heb ik een raamwerk voor de voorstelling gemaakt. Ik kwam blij terug: o, dit is de lijn. Alles stond op een groot vel met post-its. Maar ik heb er niet meer naar gekeken.”

Wat had je bedacht?

„Deze man op het podium heeft moeite om dingen te doen omdat hij zich altijd minder voelt. Alleen thuis kan hij bedenken wat hij wil. Met het publiek deelt hij die gedachten, alsof hij werkelijk zo doet, terwijl iedereen weet dat het bedenksels zijn. Oké, dat kan, maar wat wil ik dan van het publiek? Ik wil dat het programma een pleidooi is voor wat ik nastreef. Daarvoor heb ik Kaspers Kwetsbaarheidsclub bedacht. Als hij niet kan veranderen, moeten de anderen maar veranderen. Zij moeten liever, zachter en minder competitief worden. Dan is het voor hem makkelijker om met andere mensen te dealen. Dat is zijn oplossing.”

Toch is hij niet tevreden. „Het idee is erg on the nose. Het is beter als het minder uitgesproken is wat ik wil. Door zo op mezelf te reflecteren haal ik de magie weg. Zoals ik nu aan het doen ben. Ik hou niet van hapklaar theater: ‘Het probleem is dit, dus we doen dat.’ Bah.”

Vorige keer noemde je het programma nog ‘los zand’. Dat probleem leek me niet opgelost.

„Elke try-out heb ik een andere volgorde uitgeprobeerd. Maar dan merk ik dat ik stukjes aan elkaar lijm en dan wordt het stroperig. Terwijl ik het tof vind als de energie hoog blijft en ik páts naar iets nieuws schakel.”

Kasper van der Laan tijdens zijn voorstelling. Foto Anne van Zantwijk

Je speelde voor het eerst negentig minuten. Hoe ging dat?

„Dat gaf na de eerste twee keer veel rust. Mensen hadden een goede avond. Er kwamen andere comedians kijken en die wezen me op dingen waar ik me niet bewust van ben. Patrick [Laureij] zei: ‘We zien wel dat je doet alsof. Je bent niet zo stoer als je doet.’ Dat hoef ik dus niet uit te leggen.”

Hij geeft een voorbeeld: „Als ik zeg: ‘He, ladies!’, dan weet ik wel dat iedereen denkt: stakker. Ik kan doen alsof ik een womanizer ben, maar niemand trapt erin.

„De vraag is: heeft hij dat zelfinzicht? Maar als hij niet beseft hoe hij is, hoe kan hij zich dan ontwikkelen? Zie je nou? Zo moeilijk maak ik het allemaal. En dat jij zegt dat het nog los zand is, gaat me nog weken achtervolgen.”

Je wilde misschien in het echte leven een stap zetten om verder te komen.

„Zei ik dat? Wat een geniaal idee. Ik zie nog niet hoe. Misschien moet ik zelfvertrouwen krijgen. Misschien moet ik een kind maken bij een vrouw, nog voor november.”

Hij valt stil. Zegt dan: „Ik denk dat ik de kant van de onzin en van het absurdisme op ben gegaan om het maar nergens over te moeten hebben.”

Het stukje over ‘Grease’ was nieuw.

„Een geweldige film. Ik zong wel eens ‘You’re the one that I want’ in Toomler. De twee hoofdrolspelers komen allebei los van hun oude imago en groeien naar elkaar toe. Dat is ook de kern van mijn voorstelling: mensen die hun kwetsbare kant durven te laten zien. Zo los zand is het dus allemaal niet!”

OKTOBER

Van der Laan heeft in collega Micha Wertheim een regisseur gevonden. Eind oktober komen we bij elkaar in een lunchroom in Amsterdam.

Wertheim: „Bij de eerste keer dat ik zijn voorstelling zag, dacht ik: dit is al hartstikke goed, wat moet ik hieraan toevoegen? Bij de tweede keer bedacht ik dat ik hem kon helpen met de overstap naar het grote podium en bij zijn neiging om alles verbaal op te lossen. Fysiek is hij veel spannender dan ik. Dat lichaam wil steeds ergens anders naartoe dan waar hij staat.”

Van der Laan: „Micha ziet meteen wat er schort. Maar de oplossingen die hij aandraagt, zijn zo Micha dat ik toch zelf iets moet bedenken. Stil zijn vind ik bijvoorbeeld moeilijk. Ik begin met praten en gaandeweg kom ik erachter dat het niet klopt wat ik beweer. Dat is in essentie mijn stijl. Micha denkt na op het podium. Mijn persona zal dat nooit doen. Bij mij zit er meer gekte doorheen.”

„Ladies, jullie willen een kwetsbare man, maar ook een man die stoer is. Die je af en toe eens bij je haar pakt en roept: ‘Noem je dit schoon?!’ Natuurlijk. Er moet ook passie zijn in een relatie.”
Uit de try-out van ’1 Kilo’ op 24 mei 2019

Wertheim: „Ik probeer te helpen om het personage coherenter te maken. Daar had ik een mooi einde bij bedacht. Maar het was niet zijn soort van theatermaken.”

Waarom past het niet bij jou?

Van der Laan denkt na.

Wertheim: „Ik weet het wel.”

Van der Laan: „Laat mij nou even.”

Wertheim: „Omdat het te theatraal was. Je bent géén Wim Helsen. Bij Wim Helsen wordt het toneel, een monoloog van een man uit één stuk. Het spannende bij Kasper is de vraag wat voor man hij is. Is hij gek of normaal?”

Heb jullie de grote lijn nu te pakken?

Wertheim: „Je moet het publiek aanknopingspunten geven. Maar je mag nooit letterlijk zeggen waar het over gaat, want dan kun je de voorstelling weggooien.”

Van der Laan: „Voor mij is het helder dat je van nul naar één gaat in duizend stappen. Dat is een metafoor voor uit je schulp komen en moedig zijn. Deze onzekere man probeert grip te krijgen op het leven. Voor zichzelf weet hij wel hoe dat moet, maar hij is niet in staat om dat op anderen over te brengen.”

Wat was de meest bruikbare tip van Micha?

Wertheim: „Niet met journalisten praten. Dat was mijn beste.”

Van der Laan: „Dat ik iets zeg en dan eerst twee meter kan lopen voor ik de volgende zin zeg. Dan denk ik: o my god, dit kan ik de hele show doen! Ik kan dit op alles leggen.”

Wertheim: „Het eerste wat Kasper aan me vroeg was: hoe ga jij om met de vermoeidheid? Je wordt doodmoe van naar een première toeleven.”

Wertheim moet eerder weg. Van der Laan laat op zijn telefoon zien dat hij nu een decor heeft: een kleed als achterwand. „Het is van bont. Warm, zacht, vertrouwd. Dat zou mijn persona meenemen: een lekker vachtje.”

Omdat je zelf ook een lekker vachtje bent?

„Dat zit er een beetje in. Ik ben als cabaretier zachtaardig.”

Hoe helpt dit je?

„Er staat iets van mij op het podium. Als je het moet verklaren, kom je er niet uit. Maar dat geldt voor al mijn materiaal.” Hij lacht, met de lach van een man die zichzelf pijn doet.

Wat vind je nu echt van Micha?

„Het klikt. Ik ben heel blij met hem. Tenzij de show een flop wordt. Dan wil ik hem nooit meer spreken.” Hij steekt zijn vinger er niet bij op.

NOVEMBER

De dag voor zijn première en de ochtend na zijn eerste van vijf uitverkochte optredens in De Kleine Komedie zegt Van der Laan: „Ik ben blij met wat het geworden is. Van elk stukje weet ik waarom het erin zit. Alles wijst naar elkaar, zoals Micha toen zei.” En de zorg om de samenhang? Van der Laan grapt: „Hebben we het daarover gehad?” Dan: „Die zorgen zijn weg. Het idee is dat je kan bereiken wat je wilt, in duizend kleine stapjes. Zo is mijn loopbaan ook verlopen. Maar dat mannetje op het podium heeft het niet door. Hij wil wel, maar heeft nul zelfreflectie. Dat maakt hem grappig.”

Kasper van der Laan: 1 Kilo. Première 28 nov, Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m eind mei. Inl: kaspervanderlaan.nl