Reportage

Huisgenoot Joël S. hoorde stemmen en stak toen studente Sarah dood

Rechtszaak Joël S. was boos op zijn huisgenote Sarah. Hij wilde zelfmoord plegen, maar hij doodde haar. Toen nam hij de trein, met zijn contrabas.

Een deelnemer aan de stille tocht in Rotterdam eind 2018, na diverse geweldsdaden tegen vrouwen.
Een deelnemer aan de stille tocht in Rotterdam eind 2018, na diverse geweldsdaden tegen vrouwen. Foto Remko de Waal/ANP

In de weken voor de dood van Sarah Papenheim leefde Joël S. (24) in een schemerwereld. Zijn Amerikaanse huisgenote van 21 was bang voor hem en meed hem in hun tweepersoons studentenflat. In zijn kamer in de Rotterdamse wijk Kralingen zag hij steeds een slangenman met tentakels en een vrouw zonder benen, zegt hij.

Je moet bloed met shampoo drinken en kinderen doden, zei de slangenman. De vrouw zonder benen trok ’s nachts aan zijn haren en hield hem uit zijn slaap. Voelbare of ernstige, ‘haptische’ hallucinaties, noemt de rechter dat woensdag in de Rotterdamse rechtbank.

Joël was depressief en wilde zelfmoord plegen. Maar hij doodde een ander, op gruwelijke wijze. Op 12 december vorig jaar heeft hij Sarah 27 keer gestoken en 10 keer gesneden. Haar moeder kon het lichaam niet meer identificeren.

Stille tocht

Sarah’s dood kwam in een jaar van brute geweldsdaden tegen vrouwen in Rotterdam. Bianca van Es (29) werd in november 2018 in haar woning gedood, in december werd Hümeyra Ergincanli (16) door haar stalker doodgeschoten, een Indonesische uitwisselingsstudente (20) overleefde een verkrachting in juli maar net. Er werd eind 2018 een stille tocht gehouden en burgemeester Aboutaleb kondigde maatregelen aan.

In Sarah’s zaak is opnieuw de vraag of hulpinstanties fouten hebben gemaakt. Een vriendin van Joël S. en Sarah zelf hebben het meldpunt voor verwarde personen gealarmeerd. Hij had hen gezegd dat hij ‘seriemoordenaar’ wilde worden en ‘revanche’ wilde nemen. Twee GGZ-hulpverleners hebben Joël S. kort voor Sarah’s dood bezocht. Maar hij reageerde ‘normaal’ en zei alleen dat hij zorgen had over zijn inkomen. Het lokale zorgconsulaat, een onafhankelijk orgaan, komt vrijdag met een onderzoeksrapport.

Herinneringen aan het delict heeft Joël niet, zegt hij. Die ochtend ging hij naar Sarah’s deur om even te praten. Ze konden ooit goed opschieten en hadden een klik: hij speelde contrabas en zij was drummer.

Maar die dag was hij boos. Hij zag overal ‘beestjes’ en zij maakte volgens hem niet goed schoon. Mogelijk speelde mee dat hij haar verdacht van de melding. „Ik wil zelfmoord plegen”, had hij haar ook gezegd. „Moet je lekker doen”, zou ze volgens hem hebben geantwoord. Zo ga je niet met mensen om, vond hij.

Lees een verhaal over het laatste jaar van Hümeyra Ergincanli

Het verhaal staat haaks op de verklaringen van Sarah’s moeder en vader. Zij is uit Minneapolis naar Rotterdam gekomen, hij kon het niet aan. Sarah was in Nederland psychologie gaan studeren, juist om mensen te helpen. Haar depressieve broer had twee jaar eerder zelfmoord gepleegd. Ze koos bewust voor een huisgenoot met geestelijke problemen. „Daddy, he would never hurt me”, zei ze tegen haar bezorgde vader.

Bij de deur ontstond een worsteling, zegt Joël. Sarah pakte zijn polsen en zou hem hebben gebeten. „Het eerstvolgende dat ik me herinner is dat ik in de douche sta. Een koude douche. Daarna bloed op de muur bij de voordeur.” Hij is bang voor bloed, zegt hij tegen de rechter.

De rechter vraagt zich af hoe helder Joël die dag was. Hij zegt niet meer te weten of hij het mes al in zijn hand had. Maar Sarah’s moeder herinnert zich dat hij dat bij de politie wél heeft verklaard. Joël wil even met zijn advocaat overleggen. Ik ben tijdens het verhoor door rechercheurs onder druk gezet, zegt hij dan.

Na de steekpartij heeft Joël allerlei praktische handelingen verricht. In een vuilniszak zijn bebloede kleren en het mes gevonden. Met zijn contrabas is hij per metro naar het station gereden – hij heeft zijn ov-kaart nog opgewaardeerd. Vanuit de trein heeft hij zijn moeder gebeld die direct 112 belde. Op het perron in Eindhoven werd Joël S. aangehouden.

Toch was hij de grip op de realiteit kwijt, zeggen onderzoekers. Ze konden hem pas afgelopen september spreken, omdat hij toen pas stabiel genoeg was. Joël is verminderd toerekeningsvatbaar, stellen zij. Hij heeft een depressieve, psychotische en een autistische stoornis. Ook heeft hij narcistische en obsessieve kenmerken en kan hij paranoïde zijn. Dat hij zich niets herinnert van het delict, is mogelijk. In stress-situaties kan iedereen een black out krijgen.

Geen behandeling

Opvallend is dat Joël nooit eerder onder psychologische behandeling is geweest. Hij heeft geen strafblad. Pas eind vorig jaar zou het steeds slechter met hem zijn gegaan.

Hij groeide op in Duitsland, Heemstede en Eindhoven. Op de middelbare school kreeg hij moeite met contact leggen en vrienden maken. Er waren wat pesterijen en hij bleef expres zitten om in een leukere klas terecht te komen.

Als student aan het conservatorium studeerde hij acht tot dertien uur per dag. Met een hamer sloeg hij zich op zijn spieren om door de pijn heen te oefenen. „Als je hard genoeg werkt, komt het plezier vanzelf”, dacht hij. Bij het Nationaal Jeugdorkest ging hij weg na een conflict. Hij werd aangevallen door een paar Spanjaarden, zegt hij.

Een voorbedacht plan om Sarah Papenheim te vermoorden, had Joël S. niet, volgens de officier van justitie. Het mes had hij wel bij zich en gezien zijn intelligentie kon hij weten dat zijn steken dodelijk waren, denkt zij. De strafeis is 10 jaar gevangenisstraf en tbs voor doodslag.

In zijn slotwoord betuigde Joël S. duizendmaal spijt. Al kan hij nog steeds niet geloven dat zijn handen Sarah hebben gedood.

Uitspraak: 11 december