Reportage

Het spel om de Europese Unie binnen te komen

Kamp Vucjak Nu de winter komt, dreigt een humanitaire catastrofe in een migrantenkamp in Bosnië. De mannen zijn nergens welkom, maar blijven proberen. „De laatste keer sloeg de politie de tanden uit mijn mond.”

Een geïmproviseerd kamp in het noorden van Bosnië met duizend migranten, de meesten uit Azië. Volgens hulpverledeners zijn de humanitaire omstandigheden inmiddels alarmerend.
Een geïmproviseerd kamp in het noorden van Bosnië met duizend migranten, de meesten uit Azië. Volgens hulpverledeners zijn de humanitaire omstandigheden inmiddels alarmerend. Foto Elvis Barukcic/AFP

Het afvoerputje van het Europese immigratiebeleid ruikt naar kampvuur, kookolie, oud zweet en schimmelende kleren die nooit meer helemaal droog worden. En dan ben je nog niet op ‘wc-straat’ geweest. Sanitaire voorzieningen ontbreken in Vucjak, dus de bijna duizend mannen die hier bivakkeren plassen en poepen in het bos dat hen scheidt van de Europese Unie.

Het ziet er hier uit als een rampgebied na een overstroming. De willekeurig neergeplempte tenten van het Rode Kruis boden in de zomer beschutting, maar zijn veel te lek en tochtig voor dit seizoen in Bosnië. Sommige bewoners hebben zich in een deken gewikkeld en dragen aan hun linkervoet een witte teenslipper en aan hun rechtervoet een blauwe, plastic sandaal. Ze staan in de rij voor drie sneetjes witbrood en een blikje vis. En er is modder – veel modder – besprenkeld met plastic bordjes, bekertjes, lepels en ander afval.

In het noordwesten van Bosnië en Herzegovina heeft geen natuurramp plaatsgevonden. Het gebied vormt de flessenhals waardoor veel migranten de EU proberen te bereiken. Ze zijn er nog nooit zo dichtbij geweest, tegelijkertijd lijkt hun situatie hopelozer dan ooit. „Wie het niet redt voor de sneeuw komt, zit nog zeker maanden vast”, zegt Muhammad Shoaib (30), die al jaren onderweg is vanuit Pakistan.

Welkom in Vucjak, een vluchtelingenkamp dat geen vluchtelingenkamp mag heten. Omdat maar enkele van de mannen die hier sinds het voorjaar verblijven op de vlucht zijn voor geweld of vervolging. En omdat noch de EU, noch de Bosnische autoriteiten willen dat deze oude vuilstortplaats de status van kamp krijgt. De honderden Pakistanen, Afghanen en enkele Indiërs en Bengalen moeten zo snel mogelijk weg van deze locatie die „absoluut ongeschikt is om mensen onder te brengen”, volgens de rapporteur mensenrechten van de Verenigde Naties. Een „humanitaire catastrofe” dreigt, aldus het Rode Kruis. Vrijwilligers met meer ervaring noemen de situatie erger dan op Lesbos. Het lijkt wachten tot de eerste dode valt, door ziekte of bevriezing. Maar de bewoners zijn nergens anders welkom.

„De Europese Unie geeft Bosnië geld om ons hier te houden, maar wij krijgen niet eens meer drinkwater”, zegt Shoaib. „De Kroatische politie wordt ook betaald door de EU, maar agenten stelen onze spullen, steken onze kleren in brand en slaan ons terug de grens over.” Hij glimlacht cynisch. „Ook de hulporganisaties, het Rode Kruis, IOM [de migratieorganisatie van de VN] verdienen geld aan ons. En dan zijn wíj degenen met verkeerde economische motieven?”

Voor zijn neus maken een paar mannen zich op voor wat ‘the game’ is gaan heten: het spel om Kroatië en vervolgens Slovenië en Italië in te komen. Het totaalpakket kost bij een mensensmokkelaar duizenden euro’s, maar wordt pas achteraf afgerekend. Met een aanbetaling van 100 euro kan een migrant het spel spelen. De jongens wikkelen hun rugzakken in vuilniszakken tegen de regen, dragen poncho’s met camouflageprint, zelfs degelijk schoeisel is door de smokkelaars geleverd. Telefoons worden nog snel opgeladen bij de kampbewoner die een handeltje drijft rond een elektrisch aggregaat.

Groepen tot honderd man

Sommigen reizen in groepen van wel vijftig tot honderd man, dan is de kans kleiner dat de Kroatische politie ze allemaal kan tegenhouden. Anderen, zoals Shoaib, proberen het liever alleen, omdat het risico dat je gezien wordt dan kleiner is. Hij heeft dit spel nu drie keer gespeeld, maar haalde nooit het level Slovenië.

Om te overleven in Bosnië hebben de mannen 15 à 20 euro per dag nodig. Geld dat hun families naar ze overmaken, als investering in hun Europese toekomst. Armoede is een drijfveer voor migratie, maar het zijn niet de armste Pakistanen en Afghanen die zo ver zijn gekomen. En van de bijna 50.000 migranten die sinds begin vorig jaar in Bosnië aankwamen, hebben zo’n 42.000 het spel wel uitgespeeld.

De Balkanroute is altijd een populaire weg naar Europa geweest. Tot de migratiecrisis van 2015 liep het parcours van Turkije en Griekenland door Macedonië en Servië in de richting van Hongarije, Oostenrijk en verder. Maar sinds premier Viktor Orbán de Hongaarse grens afsloot, boog de route westwaarts af. Nu is Slovenië, na Griekenland, het eerste land van de douanevrije Schengenzone dat bereikt kan worden. De kortste weg is Kroatië doorsteken vanuit Noordwest-Bosnië.

De regio, 25 jaar geleden zelf nog oorlogsgebied, werd overweldigd. Overal in de grensplaatsen Bihac en Velika Kladusa scharrelen groepjes jonge, Aziatische en Noord-Afrikaanse mannen rond. Ruim tweeduizend zijn ’s nachts ondergebracht in twee officiële IOM-kampen, maar zeker evenveel migranten houden zichzelf buiten in leven. In het voorjaar sliepen ze in parken, nu huren ze beschutting bij hulpvaardige Bosniërs, of ze kraken leegstaande huizen en fabrieken.

„We zijn bang dat ze nooit meer weggaan”, zegt de Bosnische Aldina Silahic, die familie bezoekt in Velika Kladusa. Op het parkeerterrein voor de drogist loopt een man met een verwarde blik te bedelen, een deken over zijn hoofd. „We begrijpen dat ze in een vreselijke situatie zitten, maar ze zijn met zoveel, dat het intimiderend is. Ze breken in in huizen, soms veroorzaken ze brand”, zegt Silahic. Net als veel andere Bosniërs woont en werkt zij in het buitenland. De huizen die mensen hier aanhouden, of die in aanbouw zijn, worden massaal gekraakt.

Tuberculose en schurft

In een poging daar een einde aan te maken – en de druk op de internationale gemeenschap op te voeren – heeft het bestuur van Bihac in juni alle zwervende migranten in bussen gepropt en op de oude vuilnisbelt Vucjak weer uitgeladen. Het Rode Kruis bracht tenten en verzorgt twee maaltijden per dag, af en toe komt er een arts kijken naar de tuberculose en de schurft. Op het hoogtepunt verbleven hier 2.500 mensen, ook enkele gezinnen. Maar nu het ’s nachts vriest, zijn die er of in geslaagd om de EU te bereiken, of ze hebben zich laten huisvesten in officiële kampen verder van de grens.

Wat deze modderpoel aantrekkelijk maakt is de locatie. Het spel wordt vlakbij gespeeld: Kroatië is hemelsbreed maar vijf kilometer hiervandaan. Wat bedoeld was als een tijdelijke oplossing, is daarom een semipermanent kamp geworden.

Hoe erbarmelijk de situatie in Bosnië ook is, die in Kroatië is onmenselijker, vindt iedereen die er geweest is en is teruggestuurd. De Kroatische grenspolitie staat bekend als wreed en meedogenloos. Sarwar Tanha (19) uit Afghanistan laat zien hoe hem drie tanden uit zijn mond werden geslagen. „Ze namen ons geld en telefoons af. Daarna moesten we onze kleren en schoenen uittrekken, die staken ze in de fik”, zegt hij. Shahid Ullaha (15), ook uit Afghanistan, heeft zijn gewonde oor te danken aan vuisten van Kroatische grenswachten, zegt hij. Ook werd hij „door honden gebeten”. Meer mannen vertellen over geweld en over hoe vernederd ze zich voelden toen ze in hun ondergoed weer bij de Bosnische grens geloosd werden. „Ze slaan en stelen. Ik heb al drie keer nieuwe kleren moeten kopen”, zegt Shoaib. Hij heeft tot zijn verbijstering op zijn telefoon gelezen dat Kroatië volgens de Europese Commissie in aanmerking komt om toe te treden tot Schengen. Dat de Kroatische president toegaf dat er „wat geweld” wordt gebruikt – deze maand werd een migrant neergeschoten – lijkt de EU niet te deren.

Zo schuift iedereen het migrantenprobleem op het bord van de ander. Binnen Bosnië is ruzie tussen de moslims, Serviërs en Kroaten over in welke deelstaten de zwervende mannen deze winter gehuisvest moeten worden. Kroatië treedt hard op om te laten zien dat het de EU beschermt en nieuwe migranten probeert af te schrikken. En de EU blijft miljarden euro’s naar Turkije, Griekenland en Balkanlanden overmaken zonder een structurele oplossing te bieden.

Voor Syrische gezinnen was internationaal wel sympathie, merken hulporganisaties, maar die zijn hier nauwelijks meer. Tussen de overgebleven migranten heersen ook onderlinge spanningen. Zo leven de Marokkanen, Algerijnen en Tunesiërs nog steeds grotendeels op straat, omdat ze zich in de door Pakistanen gedomineerde – legale en illegale – kampen ongewenst voelen.

Lees ook: Nabir uit Kashmir zit al in Sarajevo

Is het leven in Pakistan niet beter dan hier in de koude, Bosnische modder? Amira Hadzimehmedovic, die namens IOM het officiële, maar overvolle mannenkamp in een oude ijskastenfabriek in Bihac runt, probeert economische migranten daar soms van te overtuigen. Een minderjarige Pakistaanse jongen vertelde haar eerder dit jaar dat hij inderdaad liever naar huis ging dan nog langer te zwerven. „Maar toen we contact legden met zijn familie, zei zijn moeder ‘als hij het waagt zich hier te vertonen, pleeg ik zelfmoord’,” zegt Hadzimehmedovic met een verslagen blik. „De vernedering van terugkeren ervaren ze als erger dan hier verpieteren. Want hier is nog elke dag hoop dat hun volgende game toch slaagt.” De jongen reisde toch door in plaats van terug.

‘Dieren worden beter behandeld’

Muhammad Shoaib werkte in Shakargarh voor de politie en vluchtte toen hij het met de plaatselijke maffia aan de stok kreeg, zegt hij. In Griekenland werd zijn asielaanvraag afgewezen. Sindsdien probeert hij illegaal naar familie in Frankfurt te komen. „Iedereen die hier is, had thuis een beter leven. Wij behandelen in Pakistan onze dieren beter dan wij hier in Europa behandeld worden. Maar we zijn hier allemaal gekomen met een droom om in de Europese Unie te werken, een droom van een betere toekomst. Die gaan we niet opgeven nu we er zo dichtbij zijn.”

De IOM heeft eindelijk groen licht gekregen van de Bosnische autoriteiten om twee nieuwe opvanglocaties te openen, ver van de grens, in Tuzla en Sarajevo. Als de regen ophoudt, wil Shoaib nog één poging wagen. Als die mislukt, accepteert hij dat Vucjak ontruimd wordt en hij de winter moet doorbrengen in een officiële opvanglocatie. „In de lente zullen hier weer duizenden mensen de bergen in trekken, met bestemming Europa.”