Opinie

Gijzeling van journalisten dient geen wettig doel

Rechtsstaat Het journalistieke verschoningsrecht is in Nederland een wassen neus, schrijven en .
NOS-verslaggever Robert Bas (r) werd vorige maand gegijzeld door de rechtank in Rotterdam. Na protesten kwam hij vrij.
NOS-verslaggever Robert Bas (r) werd vorige maand gegijzeld door de rechtank in Rotterdam. Na protesten kwam hij vrij. Bas Czerwinski

Afgelopen maand werd NOS-journalist Robert Bas in gijzeling gesteld door de rechter-commissaris in Rotterdam. Dat wil zeggen: vast gehouden om een getuigenverklaring af te dwingen. De volgende dag werd hij door de raadkamer uit deze gijzeling ontslagen, omdat hij als journalist wel degelijk een geslaagd beroep op zijn verschoningsrecht kon doen. Niet alleen de journalistiek, maar ook de advocatuur en de politiek reageerden met verbazing op de gijzeling. Uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) volgt niet alleen het recht op vrijheid van meningsuiting, maar ook de vrijheid van nieuwsgaring en de ‘waakhondrol’ van de media.

De mogelijkheid tot gijzeling van journalisten moet worden afgeschaft, omdat met deze mogelijkheid het verschoningsrecht (bronbescherming) van journalisten niet serieus wordt genomen.

In deze zaak is gebleken dat de wet van 1 oktober 2018, die het journalistieke verschoningsrecht van journalisten moet borgen, een wassen neus is. De journalist mag zich slechts verschonen als er vragen worden gesteld over de herkomst van zijn informatie (de identiteit van zijn bron). Deze wet biedt in de praktijk, zo bleek, onvoldoende bescherming. De raadkamer heeft de gijzeling beëindigd nadat een succesvol beroep is gedaan op het EVRM. Een verdrag dat de rechter-commissaris die de gijzeling bevolen had, overigens volledig naast zich had gelegd.

Het journalistieke verschoningsrecht is niet absoluut en kan onder omstandigheden worden beperkt. De verhorende rechter bepaalt of de journalist in het specifieke geval een beroep kan doen op het verschoningsrecht. Als de journalist weigert om vragen te beantwoorden vanwege zijn recht op bronbescherming en verschoningsrecht en de verhorende rechter van oordeel is dat de journalist wél antwoord moet geven, heeft die rechter binnen de huidige wetgeving de mogelijkheid om de journalist te gijzelen. Theoretisch gezien is het een pressiemiddel, waarmee bereikt kan worden dat de journalist alsnog de gestelde vragen beantwoordt.

De verwachting is echter niet dat een gijzeling van een journalist er in de praktijk snel voor zal zorgen dat die journalist alsnog antwoorden zal geven. Hij zal zich blijven beroepen op hun recht op bronbescherming en daarmee samenhangende verschoningsrecht. Het zijn immers noodzakelijke rechten om het vak van journalist te kunnen uitoefenen. Als deze rechten niet voldoende serieus worden genomen, wordt het werk van journalisten onmogelijk gemaakt.

Bestraffend karakter

Bronnen zullen zich dan niet meer vrij voelen zich tot journalisten te wenden. De uitoefening van de persvrijheid wordt dan aangetast. Eerdere gijzelingen van Nederlandse journalisten zijn ook op niets uitgelopen. Sterker nog: het heeft Nederland een schrobbering van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens opgeleverd.

Luister ook: Wat weegt zwaarder: het belang van het oplossen van een misdrijf of het belang van bronbescherming?

Onder deze omstandigheden is de gijzeling van een journalist geen pressiemiddel. Als van tevoren duidelijk is dat met de gijzeling niet het beoogde doel bereikt zal worden, heeft de gevangenneming van een journalist feitelijk dus slechts een bestraffend karakter. Dit kan nooit de bedoeling zijn. Een getuige kan en mag niet worden bestraft, want daar is geen grond voor. Het is ook niet voor niks dat de Hoge Raad van oordeel is dat een getuige niet mag worden gegijzeld, indien dit geen effect zal hebben.

Het is verhelderend om over de grens te kijken. In Zwitserland gelden andere regels ten aanzien van het kunnen dwingen, dan wel gijzelen van getuigen en journalisten om hun bronnen prijs te geven. Daar heeft de regering de mogelijkheid om getuigen – en dus ook journalisten – te gijzelen, in 2005 afgeschaft. Zwitserland vindt dat op basis van artikel 6 van het EVRM er geen eerlijk proces plaatsvindt indien er een gijzeling is, omdat het dan feitelijk een bestraffing is. Het komt er dus op neer dat Zwitserland weigerachtige getuigen niet wenst te bestraffen.

De mogelijkheid om journalisten die als getuige worden gehoord te gijzelen, moet in Nederland worden afgeschaft. Gijzeling is een vergaand middel om een journalist tot informatieverschaffing te bewegen. De journalistiek is geen verlengstuk van het Openbaar Ministerie. Afschaffing zou dan ook recht doen aan de positie van journalisten binnen de maatschappij.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.