José Bové in 1999 met mede-demonstranten in de door hen ‘afgebroken’ McDonald’s van Millau

Foto Stéphane/Getty Images

Interview

Franse boer José Bové strijdt al 20 jaar tegen fastfood en industriële landbouw: ‘Alles moet anders’

Twintig jaar nadat hij in Zuid-Frankrijk een McDonald’s afbrak, is boerenactivist en ex-politicus José Bové nog altijd even strijdbaar. De EU-subsidies moeten de overgang naar een duurzamer landbouwmodel financieren, vindt hij. „Alles wat wij destijds al riepen over hoe ongezond industrieel voedsel is, is de laatste jaren aangetoond.”

Daags voordat José Bové in 1999 met collega-boeren in de Zuid-Franse provinciestad Millau een McDonald’s afbreekt, belt de Franse inlichtingendienst. Of hij toch niet liever Ronald McDonald in brand zou steken. In een poging tot de-escalatie hadden de geheim agenten bij een filiaal van de hamburgerketen in het nabijgelegen Rodez zo’n vrolijk lachende pop geregeld. „Creatief bedacht, maar we weigerden”, zegt Bové, in Frankrijk nog altijd een belangrijke stem in het debat over landbouw en vrijhandel, nu. „We steken toch geen clown in de hens! We waren vastberaden ons eigen protest door te zetten.”

De actie tegen het nog onvoltooide restaurant was een paar weken eerder in een café even verderop in Saint-Affrique bekokstoofd door leden van de lokale tak van de bond van schapenmelkproducenten, leveranciers van het basis-ingrediënt van de uit deze regio afkomstige roquefort. Zij ageerden al een tijdje tegen nieuwe Amerikaanse importheffingen op, onder andere, de beroemde Franse schimmelkaas omdat Europese landen Amerikaans vlees van met hormonen behandelde runderen weigerden.

‘McDo go home’

Op een hete donderdag in augustus, nu dus ruim twintig jaar geleden, trekken de boeren met hun tractoren vanuit de bergen Millau in. Met meegebracht gereedschap slagen ze er volgens lokale media in het net gebouwde restaurant weer voor de helft af te breken. ‘McDo go home’ kalken ze op de gevel, ‘Roquefort d’abord’ ‘(roquefort eerst). „Dat we vandaag McDo aanvallen is omdat dat het symbool is van multinationals die ons merde [stront] willen laten vreten en landbouwers laten creperen”, oreert Bové voor het gehavende gebouw. De beelden van de hedendaagse maar minstens zo onbuigzaam besnorde Astérix gaan de hele wereld over.

De aanval op McDonald’s blijkt niet alleen het begin van de politieke carrière van Bové, die presidentskandidaat en vele jaren groen Europarlementslid zou worden. Het is in Frankrijk ook de doorbraak van de strijd tegen malbouffe (fastfood en andere industriële voeding), tegen verspilling en internationale vrijhandelsakkoorden die dat alles mogelijk maakten. Bové, nu 66 jaar oud en gepensioneerd, woont nog altijd bij Millau, op het ‘plateau de Larzac’. In het natuurgebied waar hij in de jaren 70 protesteerde tegen de uitbreiding van een militair terrein en waar daarna zijn schapen liepen, heeft hij een ecologisch new-agehuis op palen laten bouwen. Het uitzicht over de vallei is adembenemend. Lurkend aan zijn pijp vertelt hij over de McDonald’s-actie alsof die gisteren plaats had.

José Bové wordt in 2000 tegengehouden door de Zwitserse politie tijdens een demonstratie op het World Economic Forum in Davos. Foto Michele Limina/EPA

Roquefort

Het was een goed gekozen doelwit, zegt hij. De tegenstelling tussen op kleine schaal lokaal produceren en massaproductie van voedsel die de wereld overgaat blijft actueel. „Roquefort is de oudste met een AOP-regiolabel beschermde kaas van Frankrijk en McDonald’s was het symbool van wereldwijd gestandaardiseerde lopendebandvoeding en geïndustrialiseerde landbouw.” Kleine Amerikaanse veehouders betaalden uit solidariteit zijn borgtocht uit voorarrest. Dat hij later veroordeeld werd tot een maand cel, heeft zijn strijd alleen maar meer gewicht gegeven. Als held werd Bové in november 1999 onthaald bij manifestaties van ‘andersglobalisten’ tijdens de top van de Wereldhandelsorgansiatie (WTO) in Seattle. Hij had 500 kilo roquefort meegebracht.

Lees ookFranse boeren redden het niet meer

Bové blijft strijden voor een andere manier van voedsel produceren. Alles moet anders. Het industriële landbouwmodel „heeft in Europa geen toekomst meer”, zegt hij thuis op een natte herfstdag. Eerder deze dag gingen in zowel Duitsland als Frankijk de boeren weer de straat op. Op de rotonde in Millau, waar nog altijd de bewuste McDonald’s gevestigd is, hangt een verregend spandoek: ‘Laten we niet het voedsel importeren dat we niet willen’. Om boeren de kans te geven op minder intensieve methoden over te stappen, moet het Europese subsidiestelsel op de schop, vindt Bové. Maar de door de Europese commissie voorgestelde hervorming, die volgens hem vooral een kostenbesparing is, wordt „rampzalig” voor het milieu en, minstens zo belangrijk, voor goed eten.

„Alles wat wij destijds al riepen over hoe ongezond industrieel voedsel is, is de laatste jaren aangetoond met een explosieve toename van obesitas en andere ziektes. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in vele rapporten gewezen op de gevaren van toevoegingen aan voedsel. Je vindt geen artsen meer die deze hormonen verdedigen.” Zijn protest had destijds plaats in een context van nieuwe handelsakkoorden waaronder vanaf eind jaren 90 in WTO-verband ook landbouwproducten gingen vallen. „Dat neoliberale model kraakt. De mensen willen al die verplaatsingen niet meer terwijl we proberen tegen klimaatverandering te strijden”, zegt Bové. Zelfs president Emmanuel Macron, die lang voor een economisch liberaal doorging, heeft begin dit jaar gepleit voor nieuwe internationale landbouwregels. „Het duurt helaas dertig jaar voordat we zoiets beseffen.”

In diverse Europese landen protesteren boeren tegen wat ze in Frankrijk ‘agri-bashing’ noemen. Groeit de kloof tussen de samenleving en de landbouwwereld?

„Er is een kloof tussen de samenleving en een deel van de landbouw. Het is relatief nieuw dat steeds meer burgers het industriële landbouwmodel afwijzen. Op de landbouwbeurs van Berlijn wordt jaarlijks gedemonstreerd, hier in Frankrijk schieten overal bio-winkels uit de grond. Mensen hechten meer waarde aan dierenwelzijn dan vroeger, aan betere voeding ook. Maar in Frankrijk demonstreert nu vooral de grote boerenvakbond FNSEA. Die wil koste wat kost het oude model behouden. Ze willen pesticiden blijven gebruiken en ze zeggen in feite dat het klimaat ze niet interesseert. Hoewel ze protesteren tegen handelsakkoorden, zoals nu het CETA-verdrag met Canada, zitten ze nog altijd in een logica van export. Dat moet veranderen.”

Landbouw is een miljardenbusiness, maar veel Franse boeren verdienen haast niets. Waarom kunnen ze niet mee op de wereldmarkt?

„Het is niet op alle continenten even duur om melk of graan te produceren. Niet overal zijn dezelfde regels voor milieu, voor gezondheid of sociale heffingen. Maar de wereldmarktprijs is volgens de regels van de Wereldhandelsorganisatie overal hetzelfde. Dat is vaak de prijs van overschotten. Zo is de melkprijs meestal gebaseerd op die van Nieuw-Zeeland, waar het grootste deel van de productie voor de export bedoeld is en boerderijen immens zijn. Die prijs is niet reëel. De Europese hulp compenseerde dat tot nu toe, maar Franse boeren, met vaak middelgrote bedrijven, houden in dat model netto inderdaad niet veel over. ”

Nederlandse boeren demonstreren, tegen stikstofmaatregelen. Terecht?

„Het lijkt me volkomen terecht dat de Nederlandse veestapel wordt teruggebracht. Er zijn domweg te veel dieren op een te klein oppervlak. De Nederlandse landbouw is grotendeels hors-sol, niet-grondgebonden. Je ziet dat vooral rond havengebieden, ook in Denemarken en Duitsland, waar massaal soja en maïs geïmporteerd wordt om een industriële landbouw te ontwikkelen. Maar landbouw hangt samen met grond, niet met kilo’s geconstrueerd beton. Nederland heeft niet genoeg grond en zou in theorie dus niet zo’n grote producent van landbouwproducten moeten zijn, zo simpel is het. En dan begin ik nog maar even niet over de gezondheidsproblemen waar dit voedsel toe leidt. De antibiotica die dieren toegediend krijgen maken mensen resistent en leiden volgens artsen tot problemen met de darmflora.”

Frankrijk heeft volgens de ‘Food Sustainability Index’ wereldwijd de duurzaamste vorm van voedselproductie, deels te danken aan maatregelen tegen verspilling. Wat doet Frankrijk anders?

„We hebben het geluk dat dit een redelijk groot land is. Maar ik ben voorzichtig. We spreken in Frankrijk graag over grootmoeders tijd, over kleinschaligheid en oude methoden. Dat maakt ons platteland aantrekkelijk voor toeristen. En het is waar: er zijn gebieden waar boeren zeer respectvol met het milieu omgaan. Maar we hebben ook zones met een te sterke landbouwconcentratie: veeteelt in vooral in het westen van Frankrijk en graan met veel pesticiden rondom Parijs. Frankrijk heeft de capaciteit om te diversifiëren, maar de Europese subsidiepolitiek brengt kleine en middelgrote bedrijven in problemen. Ik had hier ook makkelijk een stal kunnen neerzetten voor 1.000 schapen in plaats van 120. Maar dan had ik hele vrachtwagens met voedsel en stro moeten laten komen om ze te eten te geven. Dat zou idioot geweest zijn.”

Leveren 120 schapen genoeg op?

„Ik ben met pensioen, maar twee gezinnen hier komen nu met die 120 schapen rond omdat ze ook direct eindproducten verkopen. Ze hebben de tussenpersonen uitgeschakeld, de winst gaat rechtstreeks naar de boeren. De gezinnen verdienen elk zo’n 2.500 euro per maand.”

De EU-landbouwsubsidies moeten volgens u anders. Hoe?

„De EU-steun moet wat mij betreft industriële boeren de mogelijkheid geven om aan een ander, meer duurzaam model te werken. Dat vraagt begeleiding, scholing en onderzoek. Maar daarvoor moet je het huidige budget behouden, terwijl de lidstaten juist minder willen uitgeven. In de plannen die ik gezien heb, gaat de directe steun aan boeren met 25 procent omlaag en de natuurhulp met 15 procent. Eurocommissaris Phil Hogan zat de laatste jaren heel erg in een logica van internationale handel. Ik vrees dat de aangekondigde hervormingen onvoldoende zijn om aan de klimaateisen te voldoen en van model te veranderen. We moeten ophouden met industriële landbouw. We produceren domweg te veel.”

De wereldbevolking groeit, hoe voeden we straks 9 miljard mensen?

„Europa heeft nooit de wereld gevoed. President Giscard d’Estaing noemde de landbouw ooit Frankrijks ‘groene olie’. Dat was een demagogisch verhaal dat neerkwam op het dumpen van vlees en graan in zuidelijke landen. Met ons exportbeleid hebben we de landbouwontwikkeling daar gesloopt. Varkens of graan exporteren slaat toch helemaal nergens op? Vanuit Frankrijk exporteerden we bevroren kippen naar Afrika die 25 dagen geleefd hadden en in Europa verboden waren voor consumptie. De grootste Franse kippenproducent, Doux in Bretagne, was de grootste ontvanger van Europese subsidies.”

José Bové in zijn huis in Montredon in Frankrijk. Foto Eric Cabanis/AFP

Gele hesjes klaagden dat voedsel te duur is. Is goed eten voor de elite geworden?

„Ik geloof dat bijna niet. Ja, als je opgegroeid bent in het industriële model en gewend bent bevroren pizza’s en andere kant-en-klaarproducten te kopen, kost het inderdaad krankzinnig veel. Als je gewoon zelf aardappelen en groente kookt, kun je prima eten zonder al te veel uit te geven. Maar het is waar: jezelf goed voeden kost geld. Het is idioot dat we vinden dat vooruitgang betekent dat je een zo klein mogelijk percentage van je inkomen aan voedsel uitgeeft.”

Als er iets te vieren is, vertelden sommige hesjes me, gaan ze bij voorkeur naar McDonald’s.

Bové trekt een vies gezicht, legt zijn pijp even op de asbak. „Ik niet” lacht hij. „Ik ben er nooit binnen geweest.” Hij aarzelt. Het blijkt strikt genomen niet waar. „Toen die zaak in Millau na onze actie alsnog feestelijk opende, hebben we alle tafels bezet gehouden en onze eigen wijn en roquefort uitgepakt. Fatsoenlijk voedsel, zullen we maar zeggen.”

Frankrijk is na de VS nu de belangrijkste markt voor McDonald’s. Er zijn zelfs roquefortburgers!

„Dat is pure marketing. Het bedrijfsmodel draait erom dat het goedkoop is en dat je overal dezelfde standaardsmaak krijgt, van Hongkong tot Millau. Ze hebben na 1999 heel veel geld in pr gestopt om de markt te heroveren. Ze hebben jaarlijks een grote stand op de Parijse landbouwbeurs en ze zeggen om het publiek te paaien dat de aardappelen en het vlees van Franse landbouwers komen. Maar maak je geen illusies: ook Franse boeren kunnen merde produceren.”