Vijf hete hangijzers voor de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum

Analyse Komende week gaat Rein Wolfs van start als de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Wat zijn de grootste uitdagingen die hem te wachten staan?

Illustratie Lotte Dijkstra

Het gaat weer goed met het Stedelijk Museum, zei interim-directeur Jan Willem Sieburgh twee weken geleden tijdens de presentatie van het nieuwe tentoonstellingsprogramma voor 2020. Vorig jaar ontving het Amsterdamse museum ruim 700.000 bezoekers, van wie 48 procent uit het buitenland. Dit jaar zullen die cijfers niet veel slechter zijn. Alleen al naar de tentoonstelling Migranten in Parijs kwamen de afgelopen weken meer dan 100.000 bezoekers kijken.

Lees een interview met directeur Rein Wolfs: Het Stedelijk Museum laat niemand onberoerd

Wie de berichtgeving rond het Stedelijk heeft gevolgd, weet dat het museum turbulente jaren achter de rug heeft. Twee directeuren, Ann Goldstein en Beatrix Ruf, moesten voortijdig hun post verlaten. Achter de schermen van het museum rommelde het. Conservatoren stapten op, zakelijk directeur Karin van Gilst moest vertrekken omdat zij met de artistiek directeur van mening verschilde over de koers van het Stedelijk.

Na een kritisch, door de gemeente ingesteld onderzoek naar het bestuur van het museum, werd de raad van toezicht gedwongen op te stappen. Ook de zes bestuursleden van het Stedelijk Museum Fonds, verantwoordelijk voor het binnenhalen van particuliere sponsors, traden af. Zij zagen het aantal donaties na het ontslag van Ruf in 2017 flink afnemen. Zowel in 2016 als 2017 boekte het Stedelijk een negatief resultaat.

Bekijk de tijdbalk 2017-2018: Struikelend van affaire naar affaire

Inmiddels zijn alle posten van het bestuur weer ingenomen. Met Jacqueline Bongartz, als financieel directeur jarenlang betrokken bij de steeds meer in rode cijfers rakende Blokker Holding, en binnen de kunstwereld een nog onbekende naam, is een nieuwe zakelijk directeur gevonden.

Wat wil het nieuwe Stedelijk Museum precies zijn? Aan de nieuwe directeur Rein Wolfs (1960), die op 1 december begint, de taak om de inhoudelijke koers van het Stedelijk te gaan bepalen. Wat zijn de grootste uitdagingen die hij in zijn nieuwe baan zal tegenkomen? Wij formuleerden vast vijf hete hangijzers.

Wat te doen met Stedelijk Base?

In december 2017, twee maanden na het vertrek van directeur Beatrix Ruf, wordt in de kelderzaal van ‘de badkuip’ haar nalatenschap gepresenteerd: Stedelijk Base. Deze nieuwe opstelling van de vaste collectie, ontworpen door architect Rem Koolhaas, is Rufs geesteskind. Ze wil er alle kunstdisciplines onder één dak presenteren, zonder hiërarchie maar vol dwarsverbanden. ‘Post-medium’, noemt Ruf dat: „Zoals je op internet ook al surfend allerlei zijpaden inslaat.”

In totaal zijn zo’n zevenhonderd topstukken uit de periode 1880 tot nu in de kelder gezet, in een labyrintische opstelling die volgens recensenten het midden houdt tussen een uitdragerij en een kunstbeurs. De totale kosten van Stedelijk Base bedragen bijna 2,9 miljoen euro – zo’n 2 miljoen meer dan aangekondigd – en drukken zwaar op de tentoonstellingsbegroting. Het idee bij aanvang is om de opstelling vijf jaar te laten staan, met de mogelijkheid om hier en daar nog wat werken aan te passen.

Dit betekent dat Stedelijk Base – en zo is het ook in de begroting opgenomen – nog tot december 2022 de nieuwbouw bezet zal houden. Twee jaar na opening oogt de presentatie al verouderd, vanwege de aandacht voor de traditionele canon en het ontbreken van andere verhalen dan die vanuit het westerse perspectief te vertellen zijn. In vergelijking tot de pas geopende, glorieuze rehanging van het nieuwe MoMA in New York, is Stedelijk Base een kostbare mislukking. Door het ontbreken van dynamiek in de opstelling is de verleiding om vaker dan eenmaal de kelder te bezoeken, zeer klein. Hoe bijzonder de werken ook zijn die er hangen en staan, het lijkt alsof alle leven eruit is weggezogen. Ze zijn decoratief onderdeel van een massief ouderwets verhaal.

Rein Wolfs heeft al aangegeven dat hij Stedelijk Base ter discussie wil stellen. „Het is belangrijk dat het experiment gedaan is”, zei hij deze zomer in NRC, „maar het is tijd voor een evaluatie.” De raamloze kelder is gebouwd om onderdak te bieden aan grote videowerken en installaties. Het zou mooi zijn als die ambitie opnieuw tot leven wordt gewekt. Wel is er dan sprake van kapitaalvernietiging, want de peperdure en lasergesneden metalen wanden waarmee architect Rem Koolhaas de ooit grootse zaal verschotte tot een soort kabinetjes, moeten dan verdwijnen.

Terug

Interne organisatie: van een onthecht naar geïnspireerd team

Wolfs zal eerst de interne organisatie, het fundament van het museum, op orde moeten brengen. Achter de schermen van het Stedelijk is er de afgelopen jaren veel verdeeldheid geweest, het ziekteverzuim is hoog, en dat komt niet alleen door de richtingenstrijd tussen Ruf en Van Gilst. Het Stedelijk staat bekend als een bureaucratische moloch, waar nieuwe ideeën maar moeizaam in doordringen. De meningen van de conservatoren over de herindeling van de collectie verschillen. Vooral ook omdat zij door het dure ontwerp van Koolhaas hun eigen tentoonstellingsbudgetten omlaag hebben zien gaan. Daarbij drukte de ‘schenking’ in 2017 van de Borgmann-collectie, die achteraf een dure aankoop bleek van 1,5 miljoen euro, nog tot 2018 op de aankoopbudgetten.

De afgelopen jaren is een ware leegloop op gang gekomen binnen het inhoudelijke team van het Stedelijk Museum. Conservator Bart Rutten is directeur van het Centraal Museum geworden, Margriet Schavemaker van het Amsterdam Museum, Bart van der Heide is verhuisd naar het Meseion in Bolzano, Martijn van Nieuwenhuyzen naar De Pont en conservator Lennart Booij hield het na één dienstjaar al voor gezien. Deze inhoudelijke zwaargewichten zijn deels vervangen door jonge curatoren als de Amerikaanse Karen Archey en junior-conservator Claire van Els. Maar alleen maar verjongen is ook niet gewenst, stelde Rein Wolfs deze zomer zelf al vast in de Volkskrant: „Natuurlijk zijn jonge mensen met frisse, nieuwe ideeën welkom, maar ik wil wel het geheugen van het museum bewaren. Het Stedelijk is niet alleen een museum voor hedendaagse, maar ook voor klassiek moderne kunst. En de kennis van de collectie en van vroegere tentoonstellingen moet blijven.”

De grote opgave van Wolfs is om de gedemoraliseerde staf en de oudgedienden nieuw elan te geven. Tegelijkertijd moet hij personeel aanstellen dat de vrijheid krijgt zijn gang te gaan, de eigen collectie te hervormen (bijvoorbeeld door andere dan de geijkte werken uit de kunsthistorische canon aan te kopen) en een maatschappelijk urgent tentoonstellingsbeleid te ontwikkelen. Wolfs zal daarvoor listig moeten laveren tussen vernieuwing en behoud, hij zal veel moeten veranderen en toch iedereen tevreden stellen.

Terug

De museale taken in balans

Het is niet sexy, het is niet hot. Maar museale taken als conservering, restauratie en documentatie zijn vaste onderdelen van een professioneel museaal beleid. Bij het Stedelijk is er de afgelopen jaren een en ander aan achterstallig onderhoud ontstaan. Een voorbeeld is de digitalisering van de collectie. Al in de jaren negentig is er sprake van dat de collectie van zo’n 90.000 werken online zal komen. Het museum gaat heel lang dicht voor de verbouwing, de conservatoren kunnen zich met inventariseren, beschrijven en digitaliseren bezighouden. Fraaie beloften worden gedaan en visies voor de toekomst geschreven.

Het resultaat is beschamend voor een museum dat zich onder de internationale top wil scharen. De collectie-website van het Stedelijk is er, in basis, maar de inhoud is een gatenkaas, met slechte of geen omschrijvingen, slechte of geen afbeeldingen. Slechts een derde van de collectie is gedigitaliseerd. Zoek voor de grap naar ‘Anselm Kiefer: Märkischer Sand’ of naar ‘Piet Mondriaan: Windmolen’.

Ook de verslaglegging van tentoonstellingen is minimaal. De laatste jaren is er een teruggang in de publicatie van serieuze catalogi. Als er al boeken worden uitgebracht, dan zijn dat kunstenaarspublicaties, zoals bij Isa Genzken of Metahaven. Serieuze (wetenschappelijke) uitdieping van een onderwerp of werk van een kunstenaar tref je nauwelijks nog op papier aan. Het alternatief dat het Stedelijk brengt – verdiepende verhalen online – is nauwelijks serieus te nemen.

Terug

Komt er een opvolger voor het SMBA?

In een in 2018 gepubliceerd advies van de Amsterdamse Kunstraad wordt geconstateerd dat de band van het Stedelijk met de stad en zijn kunstenaars verloren is gegaan. Dat komt voor een groot deel door het gesloten Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. Beatrix Ruf sluit deze dependance van het Stedelijk in hartje Jordaan in 2016. In de projectruimte aan de Rozenstraat hebben jonge kunstenaars, Amsterdammers maar ook internationale talenten, sinds 1993 een plek waar ze naar hartelust kunnen experimenteren.

De Stedelijk-directie belooft met een alternatief te komen. Ruf rept een keer van de voormalige wapenfabrieken op het Hemterrein in Zaanstad. De potenties daarvan vergelijkt ze met de Turbine Hall in het Londense Tate Modern. Maar eerst komt er een onderzoek door een internationale adviesraad. Als het rapport verschijnt, verdwijnt het in een la. Een doorstart van het SMBA is er tot op heden niet gekomen.

Rein Wolfs heeft al aangegeven dat hij een voorstander is van een nieuw SMBA. De oude locatie aan de Rozenstraat is inmiddels verhuurd aan een conglomeraat van galeriehouders. Wolfs zal zijn blik dus moeten richten op nieuwe rafelranden in de stadsdelen Nieuw-West, Noord of misschien toch het Hemterrein aan de overkant van het IJ.

Terug

Hoe kun je als museum zowel modern als cutting edge zijn?

In Nederland moeten grote musea alles tegelijk zijn: een plek voor de hele familie, een tentoonstellingsmachine die blockbusters produceert, maar ook een plek waar je de nieuwste ontwikkelingen in de hedendaagse kunst kunt volgen. Dat is lastig. Het Stedelijk heeft in de afgelopen jaren geprobeerd zoveel mogelijk groepen tevreden te stellen met tentoonstellingen die degelijk waren, maar niet altijd even avontuurlijk. Er waren soms schitterende, soms zeer teleurstellende overzichten van vrouwelijke kunstenaars als Maria Lassnig, Jacqueline de Jong en Lily van der Stokker. Internationale sterren als Walid Raad en Günther Förg mochten de zalen vullen. En er werd geput uit de rijke eigen collectie, zoals met Migranten in Parijs en Amsterdam Magisch Centrum.

Volgens interim Jan Willem Sieburgh zal die lijn worden voortgezet. Het Stedelijk, zei hij, wil een geëngageerd museum zijn, met aandacht voor de vrouwelijke stem en kunst uit andere werelddelen. Een inclusief museum dus. Tegelijkertijd staat het programma voor 2020/2021 weer vol gevestigde namen als Bruce Nauman, Nam June Paik, Bertien van Manen en Dana Lixenberg.

Wat de afgelopen jaren in het Stedelijk miste, was experiment en de moed om buiten de gebaande paden te treden. Op zaal heeft het ontbroken aan levendigheid, aan gekte, aan urgentie. In een museum als het Stedelijk, met zo’n dynamische en revolutionaire geschiedenis, wil je de tinteling voelen die hedendaagse kunst zo actueel maakt of juist met een nieuwe blik terugkijken op een ánder verleden. Het mag, kortom, allemaal wel wat radicaler.

Ook de collectie zelf verdient een frisse blik. Het Baltimore Museum of Art maakte vorige week bekend komend jaar alleen maar kunst van vrouwen te laten zien en aan te kopen. Dat is lef. Het MoMA in New York koopt de laatste vijftien jaar consequent werk aan van kunstenaars, vooral vrouwen, autodidacten en niet-blanken, naar wie in de twintigste eeuw te weinig is omgekeken omdat hun werk niet in de canon paste.

In Stedelijk Base is zo’n 10 procent van de werken door vrouwen gemaakt. Van de hele diversiteitsdiscussie en de opkomst van zwarte kunstenaars (denk aan Faith Ringgold, Betye Saar, Lubaina Hamid of Kerry James Marshall) zie je in het Stedelijk op dit moment nauwelijks iets terug. De recente expositie van Raquel van Haver, die louter zwarte mensen schildert, voelde in dat opzicht een beetje als een excuus. Natuurlijk, er komt in 2020 een tentoonstelling van Surinaamse moderne kunst, in samenwerking met The Black Archives. Maar waarom dan niet meteen zwarte Nederlandse kunstenaars van nu, zoals Michael Tedja of Natasja Kensmil, een goede, kritische solo geven?

Dat Rein Wolfs avontuurlijk kan programmeren, heeft hij laten zien als directeur van het Migros Museum in Zürich en het Fridericianum in Kassel. In zijn laatste functie als directeur van de Bundeskunsthalle in Bonn was zijn programma breder en populairder, met onder meer de mode van Karl Lagerfeld en de invloed van Michael Jackson op beeldend kunstenaars. Wolfs heeft een neus voor hedendaags talent maar kan ook blockbusters maken. Nu maar hopen dat hij in de toekomst ook een beetje buiten de lijntjes durft te kleuren.

Terug

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.