Digitale contacten verzamelen op LinkedIn, heb je er wat aan?

Sociaal netwerk Op digitale netwerkborrel LinkedIn is een connectie snel gemaakt, ook met onbekenden. Maar kun je niet beter selectief zijn?

Illustratie Pepijn Barnard

Eens in de week gaat Corinne Keijzer (48) er voor zitten. Ze krijgt als veelgevraagd schrijver, spreker en LinkedIn-trainer zo’n dertig tot veertig connectieverzoeken per dag. In een wekelijks uurtje op vrijdag neemt ze al die verzoeken één voor één door.

Als er geen begeleidend berichtje bij de uitnodiging zit, vraagt Keijzer beleefd waarom diegene zich wil toevoegen aan haar netwerk. „Toen antwoordde een man een keer: tja, de één spaart postzegels, de ander munten en ik spaar LinkedIn-connecties.”

Keijzer moet er nu nog om lachen. „Ik dacht: ja, doei! Grappig hoor, maar daar heb ik zakelijk gezien natuurlijk niks aan. Hem heb ik dus niet toegevoegd.”

Toch is Keijzer in principe van de school dat ze iedereen toevoegt op LinkedIn, mits ze minstens één digitaal contactmoment met ze heeft. „Zo tackle je nepprofielen, maar ook mensen die bepaalde trucjes gebruiken om je automatisch uit te nodigen.” Momenteel heeft ze zelf 7.500 connecties en nog eens 15.000 volgers. „Ik sta altijd open om nieuwe mensen te leren kennen, offline én online. Het heet niet voor niets ‘sociale media’ – het is een sociaal platform om te netwerken. Ik zou het zonde vinden om mensen al bij voorbaat uit te sluiten, alleen omdat je ze nog nooit hebt ontmoet.”

Keijzer ziet LinkedIn, kortom, als het equivalent van een netwerkborrel: een arena met onbekende, maar potentieel interessante mensen waar je op zakelijk gebied graag mee in contact wil blijven. Anderen beschouwen LinkedIn meer als een digitale visitekaartjesbak: ze voegen alleen mensen toe met wie ze al eens hebben gesproken of samengewerkt. Welke methode is nu het beste?

‘Het voelde nep’

Tanja Mourachova (27) is zelfstandig coach voor mensen met een burn-out en is overtuigd van haar eigen strategie: kwaliteit boven kwantiteit. Al is dat niet altijd zo geweest. In 2015, toen ze begon met haar onderneming, wilde ze een klantenkring vergaren. Dat doe je door zichtbaar te zijn op sociale media, adviseerde haar ondernemerscoach. „Dus voegde ik zoveel mogelijk mensen toe en maakte een schema voor mezelf om twee tot drie keer in de week iets te posten: vaak een klein verhaaltje of een tip.”

Maar al snel begon die strategie te wringen. Mourachova omschrijft zichzelf als introvert en ondervond hoe sociale media er juist op aandringen je extravert te gedragen: luid aanwezig zijn, actief contact maken met mensen, continu updates plaatsen. Dat kostte haar energie. „Die verplichte posts gingen me steeds meer tegenstaan; het voelde nep.”

Hoe meer sociaal of economisch kapitaal, hoe groter je status

Dus besloot Mourachova voortaan alleen iets te delen als ze daar werkelijk de behoefte toe voelde. „Zo stuurde ik vorige week, na een paar weken stilte, opeens een persoonlijke nieuwsbrief eruit met een boodschap die ik écht graag wilde delen. Mijn publiek is misschien klein, maar wel betrokken: daardoor meldden zich opeens vijf nieuwe klanten aan.”

Daarnaast streeft Mourachova niet meer naar zo véél mogelijk connecties, maar naar een zo waardevol mogelijk netwerk. „Ik accepteer alleen verzoeken van mensen die ik in het echt heb ontmoet, op netwerkborrels bijvoorbeeld, én leuk, aardig of interessant vond. Dat is best een strenge selectie inderdaad. Maar zo word ik wél blij van iedere connectie die in mijn lijst staat.”

Sociaal kapitaal

Een groot aantal connecties lijkt een begeerd wapenfeit te zijn op LinkedIn. Sommigen zetten het zelfs letterlijk in hun functietitel: ‘HR-manager, 10.000+ connecties’.

Dat heeft alles te maken met het verzamelen van sociaal kapitaal, stelt filosoof Stine Jensen. Ze verwijst naar het gedachtegoed van de Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002). „Hij heeft het over een systeem met verschillende soorten kapitaal, waarmee we ons als persoon kunnen onderscheiden. Economisch kapitaal, bijvoorbeeld, of sociaal kapitaal: dat gaat over de mensen die je kent.” Die vormen van status werken ‘accumulatief’, zegt Jensen – ze tellen bij elkaar op. Dus: hoe meer sociaal of economisch kapitaal, hoe groter je status.

Volgens Jensen – zelf overigens een genereuze connectietoevoeger, „al zit daar ook een grote factor luiheid bij” – is LinkedIn de hedendaagse, digitale uitwerking van het idee van Bourdieu. „Daar kun je, meer dan offline, laten zien hoeveel mensen je kent en een groot sociaal kapitaal opbouwen. Althans, dat is de suggestie van sociale media. De vraag van deze tijd is natuurlijk of het ook echt zo is.”

Lees ook deze column van Marc Hijink over de schaduwkant van LinkedIn

Het hebben van veel connecties zou dus statusverhogend werken, maar LinkedIn-trainer Keijzer zegt dat contacten stapelen om het stapelen nooit erg effectief is. „Dat is alsof je op een netwerkborrel je kaartje voor iemands neus neerlegt en zonder iets te zeggen weer wegloopt. Daarom begin ik altijd een online gesprekje voordat ik met iemand link. Daar haal ik best veel klussen uit.”

Bovendien zeggen aantallen ook niet altijd wat over iemands succes, zegt Keijzer. „Ik zie wel eens hoe iemand met 10.000 connecties maar één of twee likes krijgt op zijn bericht. Het algoritme maakt dat je actief moet liken, reageren en posten om daadwerkelijk in de tijdlijnen van je connecties te verschijnen.”

Keijzer zou adviseren dat je beter 100 actieve, dan 10.000 ‘holle’ connecties kunt hebben. Toch hoort ze wel eens hoe bedrijven van hun medewerkers verlangen om in ieder geval 500 of meer te halen, daar stopt de zichtbare connectie-teller op LinkedIn. „Die 500 staat blijkbaar toch wat professioneler dan twintig of honderd connecties.”

Tanja Mourachova heeft daar geen last van. Op LinkedIn heeft ze nu 48 connecties en daar is ze tevreden mee. „Het lijkt me vreselijk om een enorme lijst te zien en dan te denken: wie zíjn al die mensen?”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.