Wiebes beslist of Eneco veilig is bij een Japanse eigenaar

Protectionisme Bescherming van nationale bedrijven was niet Nederlands. Maar dat verandert snel. Ook bij de verkoop van Eneco kijkt de overheid mee.

De minister van Economische zaken moet beoordelen of de beoogde Eneco-eigenaren Mitsubishi en Chubu deugdelijk zijn.
De minister van Economische zaken moet beoordelen of de beoogde Eneco-eigenaren Mitsubishi en Chubu deugdelijk zijn. Foto Dieuwertje Bravenboer

Eneco wordt verkocht, maar minister Eric Wiebes (VVD) heeft het laatste woord.

De 44 gemeenten die aandeelhouder zijn van duurzaam energiebedrijf Eneco (3.000 medewerkers) moeten beslissen of ze ingaan op het bod van een Japans consortium van 4,1 miljard euro. Maar de Elektriciteitswet geeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de beslissende stem. Hij moet beoordelen of de beoogde eigenaren Mitsubishi en Chubu deugdelijk zijn. Of ze geen gevaar zijn voor de „openbare veiligheid, voorzieningszekerheid of leveringszekerheid”, zoals Wiebes eerder schreef aan de Tweede Kamer.

Die wettelijke bevoegdheid was lange tijd een technisch verhaal, zonder politieke dimensie. Energiereuzen Essent en Nuon zijn al eerder verkocht. De nieuwe eigenaren waren Zweeds of Duits. Ons soort landen, geen reden voor zorg om nationale economische veiligheid. Maar dat was bijna tien jaar geleden.

Lees ook deze analyse over de verkoop van Eneco: Shell liet Eneco lopen: rendement gaat voor duurzaamheid

Sindsdien zijn de wereld van energie én de internationale economische en politieke machtsverhoudingen ingrijpend gewijzigd. Vandaar dat de Tweede Kamer eerder dit jaar wilde weten of de aandeelhouders van Eneco het bedrijf zomaar in een veiling konden verkopen.

De omslag in dat politieke sentiment is in een woord samen te vatten: China.

Europese landen vrezen verlies van technologie na Chinese overnames. De Amerikaanse president Donald Trump voert een confrontatiepolitiek tegenover China. Trump kan met de wet in de hand buitenlandse overnames verbieden als hij vindt dat de nieuwe eigenaren een gevaar zijn voor de nationale veiligheid. Dat criterium is zo ruim omschreven dat hij daar alle kanten mee op kan.

Zulke regels maken school, ook in Nederland.

Franse yoghurt

Nederland, vrijhandelsland bij uitstek, zag bescherming van nationale bedrijven als iets voor anderen. Voor Frankrijk bijvoorbeeld, dat de yoghurt van Danone als nationaal erfgoed wilde beschermen tegen ‘smaakbarbaar’ Pepsi.

De kentering in de Nederlandse opvattingen was de dreigende overname in 2013 van KPN door het Mexicaanse concern América Móvil. Minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) en een anti-overnamestichting van KPN frustreerden dat bod. Kamp beloofde wetgeving om telecombedrijven en andere ‘vitale’ sectoren in de Nederlandse economie (drinkwater, energienetten, posterijen) te beschermen tegen opkopers met twijfelachtige bedoelingen of met politiek beladen eigenaren. Het doel was duidelijk, maar de uitwerking laat zes jaar later nog steeds op zich wachten.

Politieke en economische ontwikkelingen gaan sneller dan Haagse wetgeving. Eind 2015 werd Fox-IT verkocht, het bedrijf dat onder meer de Nederlandse staatsgeheimen beveiligt. Zelfs de veiligheidsdiensten waren verrast.

Inmiddels gaan om de haverklap stemmen op om nationale belangen te beschermen. Bij de bouw van vier nieuwe onderzeeërs voor de marine, bijvoorbeeld. Een van de gegadigden is Damen Shipyards in Gorinchem. In de meeste landen is het goed gebruik om de eigen wapenindustrie voor te trekken. Goed voor banen, kennis én staatsveiligheid.

De protectionistische omslag speelt ook bij de productie van merkloze geneesmiddelen. Er zijn toenemende tekorten bij de apotheek. Minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport, VVD) schreef de Tweede Kamer deze maand dat Nederland steeds kwetsbaarder is geworden doordat fabrieken voor de productie van geneesmiddelen geconcentreerd zijn geraakt in „derde landen” (lees: India en China). Hij suggereerde dat er „weer meer” in Europa geproduceerd moet worden.

Keuzestress

Het beloofde wetsontwerp om de telecomsector te beschermen, ligt inmiddels bij de Tweede Kamer. Maar of dat in de huidige vorm het Staatsblad haalt? De ontvangst in de bedrijfstak was negatief. De Raad van State, de wetgevingsadviseur, noemt de gekozen benadering van staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) „weinig effectief”.

Keijzer geeft een ruime definitie van de sector telecommunicatie. Van internetknooppunten tot en met datacenters. Wie 30 procent of meer van de aandelen verwerft in een telecombedrijf zal door de overheid worden getoetst. Is de koper een bedreiging voor de nationale veiligheid of openbare orde?

De onzekerheid over het wetsontwerp geeft keuzestress bij bedrijven die nu een overname in de telecomsector doen. Neem het bod vorige maand van 7,5 miljard euro van de Amerikaanse datacentergigant Digital Realty op zijn in Hoofddorp gevestigde concurrent Interxion. De overname zou onder de nieuwe wet vallen. Maar er is geen wet. Digital Realty heeft het elegant opgelost. In het overnamecontract dat de Amerikanen hebben gedeponeerd bij de Amerikaanse beurscommissie, staat in paragraaf 7.09 dat men een „informele briefing” zal geven aan Economische Zaken. De briefing is louter „een blijk van hoffelijkheid”.

Zo zal het bij de overname van Eneco niet gaan. De beoogde Japanse eigenaren hebben toegezegd dat Eneco blijft zoals het is. Ze leggen zelfs kapitaal voor expansie op tafel. Daarmee kunnen ze de politieke toetsing van hun plannen met vertrouwen ingaan.