Libanon wil zijn kinderen terug

De jeugd is Libanons grootste exportproduct – in eigen land zijn er geen kansen. De diaspora volgt de demonstraties niet alleen op de voet, jongeren keren massaal terug om mee te betogen. „Het is voor het eerst dat ik trots ben om Libanees te zijn.”

Tracy Saad (23) woont in Nederland maar is teruggekomen naar Libanon om de protesten tegen de regering bij te wonen.
Tracy Saad (23) woont in Nederland maar is teruggekomen naar Libanon om de protesten tegen de regering bij te wonen. Foto Sam Tarling

Tracy Saad, drieëntwintig en met gemillimeterd haar, komt de luchthaven uitgerend met een Libanese vlag om haar schouders gedrapeerd. Ze heeft haast: zij wil het Martelaarsplein in het centrum van Beiroet bereiken voor acht uur, het tijdstip waarop Libanezen nu al veertig dagen lang lawaai maken met potten en pannen om hun ‘revolutie’ kracht bij te zetten.

Saad studeert in Nederland aan het Amsterdam Fashion Institute. De voorbije weken heeft zij de Libanese opstand alleen van afstand meegemaakt. Dat werd zo frustrerend dat zij en andere Libanezen in het buitenland aan mede-expats een oproep deden om afgelopen vrijdag, Libanons Onafhankelijkheidsdag, massaal naar Beiroet te reizen.

Het lukt nét: klokslag acht uur bonkt Saad bij gebrek aan pot of pan met een straatsteen op een lantaarnpaal. Minuten later wordt zij door vrienden op de schouders gehesen in de menigte die meezingt met Thawra (revolutie), een nummer van de Libanese hiphopartiest Rayess Bek. „Dit is surreëel!”, roept zij boven de muziek uit.

De opstand in Libanon begon op 17 oktober naar aanleiding van een belasting die de regering wilde invoeren op Whatsapp-gesprekken – die altijd gratis zijn. Hij keerde zich al snel tegen de volledige politieke klasse, de corruptie en het wanbeheer die haar verweten worden, en de effecten daarvan op het land. Er is een chronisch gebrek aan elektriciteit, een rammelende infrastructuur en een comateuze economie die veel Libanezen naar het buitenland heeft doen vertrekken.

Telg van de diaspora

Saad is een typische telg van die Libanese diaspora. Zij is geboren en getogen in Saoedi-Arabië, waar haar ouders heen emigreerden voor werk. Zij heeft één broer die nu in Canada woont.

Lees ook: deze reportage uit Beiroet: Een waslijn vol grieven in Libanon

Weinig landen hebben zo’n grote diaspora in vergelijking met de eigen bevolking als Libanon. In het land zelf wonen zo’n vier miljoen mensen. Schattingen van het aantal Libanezen in het buitenland gaan van vier miljoen tot wel achttien miljoen. Voor dat laatste cijfer moet je wel teruggaan tot het begin van de twintigste eeuw, toen de Levantijnen massaal emigreerden naar landen als Brazilië, Argentinië of Colombia. Uit die migratiegolf komen mensen voort als de Colombiaanse popzangeres Shakira, actrice Salma Hayek die Libanees-Mexicaans-Amerikaanse wortels heeft, of oud-president Michel Temer van Brazilië.

De meer recente diaspora is een belangrijke economische factor. In 2018 stuurden de Libanezen in het buitenland 7,2 miljard dollar (6,5 miljard euro) op naar familie thuis, zo’n 12 procent van het bruto binnenlands product.

In een recent opiniestuk in de Libanese krant L’Orient-LeJour zegt een collectief van economen dat „de Libanese economie ver onder haar potentieel blijft” en dat „een efficiënter bestuur ervoor kan zorgen dat Libanon goederen en diensten gaat exporteren, in plaats van zijn eigen bevolking.”

Die export zie je op de luchthaven van Beiroet, waar altijd wel een familie hartverscheurend afscheid neemt van een zoon of dochter die naar het buitenland vertrekt. Of waar juist met ballonnen en spandoeken een verloren zoon of dochter wordt verwelkomd die terugkeert voor een bezoek.

Libanese betogers afgelopen vrijdag in Beiroet. Al veertig dagen lang komen de demonstranten elke avond om acht uur bij elkaar om hun protest met veel lawaai kracht bij te zetten. Foto Sam Tarling

Samen demonstreren

Op onafhankelijkheidsdag verzamelen zich enkele uren voor Saads aankomst al Libanezen uit de diaspora op de luchthaven. Tania Beyhum, 43, is net geland vanuit Parijs. Twee decennia geleden vertrok ze, ze woont nu in Montpellier. „Toen de revolutie begon, voelden wij in het buitenland ons machteloos”, zegt zij. „Dus toen ik de oproep zag, heb ik geen moment getwijfeld. Het is voor het eerst dat ik trots ben om Libanees te zijn.”

Haar moeder Noha, 66, die altijd in Libanon is gebleven, knikt beamend. „Eén van de eisen van deze revolutie is dat onze kinderen kunnen terugkeren.”

Julia Khouri, 27, komt uit Ivoorkust en heeft een nog ingewikkelder geschiedenis. „Mijn familie is derde generatie Libanees in Ivoorkust. Ik heb gestudeerd in Montpellier en Madrid, ik woon nu in Dublin. Ik voel mij Libanees. Maar ik ben het officieel niet, want alleen mijn moeder heeft de nationaliteit.” (Dat de Libanese nationaliteit niet kan doorgegeven worden door vrouwen is een van de vele strijdpunten in het huidige straatprotest.)

In de bussen naar het centrum van Beiroet wordt de hele weg gezongen en met vlaggen gezwaaid. Voorbijrijdende auto’s toeteren uit solidariteit. Een jonge vrouw die door haar moeder is opgehaald, krijgt tranen in de ogen wanneer het Martelaarsplein in het zicht komt. „Thawra”, zegt zij zachtjes. Revolutie.

Lees ook: deze column van Carolien Roelants: Hoe breng je een systeem ten val?

Er zitten veel moeders in de bus. Sommigen zijn hun kinderen komen verwelkomen, anderen hebben meegeholpen met de organisatie. „We hebben een groep gevormd met zo’n twintig moeders”, zegt Carole Faddoul, 55. „Niet één van ons heeft kinderen die in Libanon wonen. Dit is ook een revolutie van de moeders.”

Zelf heeft zij een zoon die in Londen woont. „Wij Libanezen hebben slimme, goed opgeleide kinderen die begeerd worden op de arbeidsmarkt. Ze worden al gerekruteerd op de campussen. Als zij hier al een baan zouden vinden is het zonde van de dure opleiding omdat de lonen hier zo laag zijn.”

Op school in Saoedi-Arabië

„Het is een doel op zich geworden he? Er wordt gewoon van je verwacht dat je op een bepaald moment vertrekt”, zegt Tracy Saad op zondag op het Martelaarsplein in Beiroet, wederom met de Libanese vlag over haar schouders gedrapeerd. Zij schat dat toen zij in Saoedi-Arabië op school zat, tachtig procent van haar klasgenoten Libanezen waren.

De 33-jarige architect Mo Kabbara, die momenteel een masteropleiding volgt in Tilburg, met café-eigenaar Sahar Minkara. Privécollectie

„Ouders in Libanon stoppen veel geld in de opleiding van hun kinderen goed wetende dat zij uiteindelijk naar het buitenland zullen vertrekken”, zegt zij. „Omgekeerd weten de kinderen dat hun ouders op hen rekenen voor hun oude dag.”

Ook op het vliegtuig uit Amsterdam zat Mohammed „Mo” Kabbara, een 33-jarige architect uit Tripoli in Noord-Libanon die momenteel een masteropleiding volgt in Tilburg. „Het is niet dat ik hier geen kansen had”, zegt hij op het terras van café Ahwak vlakbij het Al-Nourplein in Tripoli, waar sinds 17 oktober elke avond wordt betoogd. „Maar ik werd depressief van de atmosfeer hier. Jaar na jaar zie je de situatie alleen maar verslechteren. Ik werd tegengewerkt door de lokale politici omdat ik niet wilde meedoen aan hun corrupte systeem. Toen ik drie jaar geleden naar Nederland verhuisde viel al die stress van mij af.”

Tripoli is een arme stad die in de rest van Libanon bovendien de reputatie heeft een broeihaard te zijn van soennitisch extremisme. Beiroet staat bekend om zijn exuberant nachtleven; in Tripoli wordt er alleen alcohol geschonken in de christelijke buurt Mina – en zelfs daar hebben de cafés spiegelglas om geen aanstoot te geven.

Identiteitscrisis

„Ik zat hier in een identiteitscrisis”, zegt Kabbara. „In Tripoli voelde ik mij een buitenstaander, en in Beiroet voelde ik dat mensen mij scheef aankeken omdat ik uit Tripoli kom.” Dat is helemaal veranderd sinds het straatprotest losbarstte. Vanuit Beiroet werd met bewondering gekeken naar de demonstraties in Tripoli, die soms zelfs groter waren dan die in Beiroet. Vooral de beelden van dj Madi K. die vanaf het balkon van een leegstand appartementsgebouw elke avond de menigte aan het dansen brengt, maakten indruk.

Libanese expats die zijn teruggekomen voor Libanons Onafhankelijkheidsdag, op weg naar een demonstratie. Foto Sam Tarling

„Ik heb deze revolutie elf jaar geleden op gang gebracht toen ik dit café opende”, lacht Sahar Minkara, de eigenares van Ahwak en een vriendin van Mo Kabbara. In Ahwak wordt wel alcohol geschonken, het stelt zich openlijk op als „gay-friendly”.

Tevoren, zegt ze, richtten de media hun camera’s alleen op de negatieve kanten van Tripoli. „De religieuze extremisten, de gevechten, de link met de oorlog in Syrië. Maar sinds de revolutie is ons imago in Libanon opgepoetst.”

In de weken voorafgaand aan de opstand wilde zij er juist brui aan geven. De 45-jarige Minkara, met wilde blonde haardos, was van plan om het café te sluiten en bij haar vriend in Beiroet in te trekken. De druk van de extremisten op Ahwak werd haar te veel. „Het zijn de politici die hebben toegelaten dat het tuig de baas kon spelen in Tripoli”, zegt zij. „En zij houden niet van mijn decolleté, of van het lesbische koppel dat hier naast ons zit te keuvelen.”

Terug aan de oppervlakte

Nu heeft Minkara het gevoel dat heel Tripoli Ahwak is geworden. „De cultuur die we nu zien, heeft altijd bestaan maar hij was sluimerend. De mensen waren bang voor de extremisten. Nu zie je dat allemaal terug naar boven drijven. De jongens die vroeger in Syrië gingen vechten omdat zij hier geen hoop hadden, staan nu op het plein op techno te dansen.”

Welke kant het op moet met de Libanese opstand is na 41 dagen nog altijd onzeker. Anders dan in andere landen in de Arabische wereld is er in Libanon geen eenduidig doel, zoals democratie of het aftreden van een dictator.

„Dit is in de eerste plaats een revolutie tegen onszelf”, zegt Kabbara. „Wij hebben het corrupte systeem al die tijd mee in stand gehouden. Niet omdat wij dat leuk vonden, maar omdat de mensen geen alternatief zagen.”

Van buitenaf bekeken hebben de betogers in Libanon nog niet veel bereikt, behalve de val van de regering. „Maar wij hebben al een hele hoop kleine overwinningen geboekt”, zegt Khaled Merheb, een advocaat en activist die kind aan huis is in Ahwak.

Hij verwijst naar de manier waarop de betogers hebben verhinderd dat het parlement bijeenkwam om de amnestiewet goed te keuren. Die was bedoeld om juridische dwalingen uit het verleden recht te zetten. Maar de politici hebben ervan geprofiteerd om ook de spons te vegen over de eigen corruptiedossiers en milieuovertredingen.

Babystapjes

En hij verwijst naar de verkiezingen bij de Orde van Advocaten, waar een onafhankelijke kandidaat vorige week voor het eerst de traditionele partijen heeft verslagen. Dat kan zich straks vertalen op nationaal vlak.

„Babystapjes”, zegt Merheb. „Laten we beginnen met een regering van technocraten in afwachting van nieuwe verkiezingen. Te veel optimisme is niet verstandig. Maar de Libanezen hebben zich bevrijd van het juk van het sektarisch gedachtengoed, en dat is voor het eerst.”

Tracy Saad en Mo Kabbara zaten zondagavond alweer op het vliegtuig naar Nederland, waar zij maandag om negen uur op college werden verwacht. Een definitieve terugkeer naar Libanon staat niet meteen op het programma.

Toch is er iets veranderd. „De revolutie heeft ons in de diaspora opnieuw hoop gegeven”, zegt Saad. „Toen ik hier vertrok na mijn bachelor huilde ik tranen van vreugde: ik ging iets van mijn leven maken. Nu vertrek ik met spijt. En voor het eerst in mijn leven denk ik eraan om terug te keren naar Libanon.”

Lees ook dit persoonlijke stuk van correspondent Gert Van Langendonck over de Libanese opstand