Opinie

Kubrick vs de seksuele hypocrisie

Peter de Bruijn Stanley Kubricks zwanenzang ‘Eyes Wide Shut’ kwam twintig jaar geleden uit. Peter de Bruijn stelt vast dat de film relevanter is dan ooit. En nog steeds erg goed.

Peter de Bruijn

Voor Stanley Kubrick was geen thema te groot en veelomvattend. Daarom was het haast onvermijdelijk dat hij ook seks een keer zou aanpakken. Eyes Wide Shut was in 1999 zijn zwanenzang. De film stelde destijds enigszins teleur, dat had vooral met de torenhoge verwachtingen te maken. De wereld verwachtte een mirakel, waaraan zelfs Kubrick niet kon voldoen. Aan Eyes Wide Shut zelf lag dat niet, die is nog steeds erg goed.

Tom Cruise en Nicole Kidman, tijdens het maken van de film ook in werkelijkheid getrouwd, spelen een goed gesitueerd stel, Bill en Alice Harford, in de jaren negentig. Op een chic feest in New York komen beiden in aanraking met aantrekkelijke vreemden. Na het roken van een joint biecht de vrouw haar seksuele fantasieën op aan de man. Hij raakt daardoor compleet van de kaart. Bill dwaalt door nachtelijk New York, voortgedreven door zijn eigen seksuele fantasieën, angsten en verlangens. Zo belandt hij op een orgie waar gemaskerde mannen vreemdsoortige rituelen uitvoeren met jonge naakte vrouwen.

Dat is niet direct gemakkelijk te verteren stof in een tijd waarin mannelijke seksualiteit veelal ter sprake komt als ‘giftige mannelijkheid’. Het Britse filmblad Sight & Sound besteedt deze maand ruim aandacht aan Eyes Wide Shut, ter ere van het twintigjarig jubileum van Kubricks film. Het „onbegrepen meesterwerk” zou „relevanter dan ooit” zijn. Waarom? Omdat Kubrick in zijn film de „privileges” blootlegt van een netwerk van rijke perverselingen. Dat kennen we van recente schandalen rond Harvey Weinstein en Jeffrey Epstein.

Bill heeft in de film weliswaar geen seks, laat staan dat hij zich aan een seksueel vergrijp schuldig maakt. Zo’n moraliserende, puriteinse lezing van Eyes Wide Shut is mogelijk; Kubricks complexe werk staat uiteenlopende interpretaties toe. Maar de belangrijkste dimensie van de film verdwijnt zo uit beeld: Eyes Wide Shut speelt zich nadrukkelijk af in een schemerzone tussen dromen en waken.

Kubrick bleef daarbij dichtbij zijn bron, Traumnovelle, een klassiek verhaal van de Weense schrijver Arthur Schnitzler. Kubrick voegde tegen het einde weliswaar een lange scène toe – op aandringen van zijn scenarist – die een realistische verklaring geeft voor de vreemde gebeurtenissen. Dat was een vergissing. De ambiguïteit, waardoor we nooit helemaal weten of we ons in de droom bevinden van Bill – of van Alice? – of in de werkelijkheid, maakt de film zo sterk.

„Dromen zijn nooit alleen maar dromen”, noteerde Schnitzler. In het Wenen van het fin de siècle was de kloof tussen beschaafde façade en heimelijke driften enorm. In het schemergebied daartussen situeerde Schnitzler zijn novelle. Toen Eyes Wide Shut uitkwam vroegen recensenten zich af of die tegenstelling niet gedateerd was. Kon Kubrick het verhaal zonder schade verplaatsen naar New York in de jaren negentig met zijn vrijere seksuele mores? Momenteel lijkt de kloof tussen publiek en privaat beleden moraal en heimelijke werkelijkheid weer helemaal terug te zijn – met alle hypocrisie. Dát maakt Eyes Wide Shut na twintig jaar relevanter dan ooit.

Peter de Bruijn is filmrecensent.