Recensie

Recensie Film

Is ‘Parasite’ een messcherpe komedie of een kunstmatige film zonder hart?

Dubbelrecensie De meningen zijn verdeeld over Gouden Palm-winnaar ‘Parasite’: een onvoorspelbare mix van sociale satire, klucht en thriller, of een kunstmatige film zonder kloppend hart? Twee recensenten kruisen de degens.

De villa van de steenrijke Parks, waar de Kims in het souterrain wonen, in ‘Parasite’.
De villa van de steenrijke Parks, waar de Kims in het souterrain wonen, in ‘Parasite’.

Filmrecensent Coen van Zwol: ‘Messcherpe zwarte komedie’ (●●●●●)

Wie zijn de parasieten als het gaat over klassenstrijd? Voor marxisten de bazen die van het zweet der arbeiders leven. In neoliberale ogen de onderklasse die te lui, apathisch of dom is om maatschappelijk te slagen. Succes is een keuze.

Parasite van Bong Joon Ho is een grappige en messcherpe zwarte komedie over klasse en privilege. De Kims zijn een hardwerkend sjoemelgezin dat in hun armoedige souterrain pizzadozen vouwt. Tot zich een buitenkans aandient: zoon Ki-woo kan met vervalste studentenpas Engelse bijles geven aan dochter Da-hye van de steenrijke Parks – die hij subiet verleidt. Waarna ook de rest van het gezin zich via sluwe listen de stijlvolle villa in wurmt: zus Ki-jeong als de elitaire kunstdocent Jessica voor het jongste kind, vader Kim als chauffeur, moeder Kim als huishoudster. Denken ze de buit binnen te hebben – let op de donderslag! – dan neemt Parasite een sinistere, bloedige wending. Er zijn kapers op de kust.

Parasite is een onvoorspelbare mix van sociale satire, klucht en thriller zoals alleen Bong Joon Ho ze maakt. De crux is een gesprek terwijl de Kims nippen aan dure whiskey. De Parks zijn uit kamperen, pa waant zich meester van hun villa. Vergeet het maar, waarschuwt moeder, altijd de realist. Wij zijn hooguit kakkerlakken die wat in hun keuken rondscharrelen. Gaat het licht aan dan stuiven we alle kanten op.

De Parks doen het licht nooit aan; de Kims verbazen zich over hun vriendelijke argeloosheid. Zoon Ki-woo Kim droomt via de verliefde Da-hye in hun milieu door te dringen, dochter Ki-jeong verkneukelt zich over haar eigen sluwheid, maar vader Ki-taek worstelt met zijn nederige rol. Hij beseft dat de Parks zo argeloos zijn omdat ze de Kims gewoon niet zien staan. Personeel doet er niet toe. Ze vinden zelfs dat hij stinkt, halen hun neus voor hem op. Er broeit rancune.

Films over dienaars die meesters manipuleren zijn niet nieuw: denk aan The Servant (1963) met Dirk Bogarde of het Koreaanse melodrama The Housemaid (1960). Twee films uit een tijd dat de oude standenmaatschappij na een eeuw klassenstrijd plaats leek te maken voor een meer egalitaire meritocratie. Nu verdiept de sociale kloof zich weer, maar is iedereen kapitalist. Dus zien ook de armen zichzelf als parasieten die onderling vechten om de kruimeltjes. En sluit de enige revolutionair zichzelf berouwvol op in het cachot. Een tijdige film.

Filmrecensent Peter de Bruijn: ‘Kunstmatige film die de kijker op afstand houdt’ (●●○○○)

Festivaljury’s doen rare dingen. De jury in Cannes had dit jaar de Gouden Palm kunnen geven aan Pedro Almodóvar, die met het autobiografische Dolor y Gloria een kroon op zijn rijke oeuvre zette. Hij kreeg bovendien nooit eerder de hoofdprijs in Cannes. Maar die film werd afgescheept met de prijs voor beste acteur (Antonio Banderas), de Zuid-Koreaanse thriller Parasite van Bong Joon Ho ging er met de Gouden Palm vandoor.

De jury is misschien gevallen voor het razend knappe technische niveau waarop de film is gemaakt. In Parasite infiltreert een gezin van arme sloebers als bedienden een rijke familie, om vervolgens met list en bedrog hun hele leven over te nemen. De film heeft een zeer inventieve plot, een messcherpe montage, imponerende locaties en decors; al die elementen zijn van een hoog niveau. Dat Bong een meester is in zijn vak, wordt duidelijk.

Lees ook een interview met regisseur Bong Joon Ho over ‘Parasite’: ‘Groeiende ongelijkheid kweekt explosieve rancune’

Het enige wat in Parasite ontbreekt is een kloppend hart. Bongs nieuwe film lijdt aan het euvel waar ook zijn voorgaande films in toenemende mate aan lijden: elk zorgvuldig gekozen element, elk eindeloos opgepoetst detail staat ten dienste van het concept van de film. De regisseur is een poppenspeler die veel te nadrukkelijk aanwezig blijft. De personages vervallen zo tot marionetten.

Bong heeft zijn materiaal wel veel beter in handen dan in zijn vorige twee films. Dat waren internationale co-producties die niet echt konden overtuigen: Snowpiercer (2013) en Okja (2017). Maar zijn terugkeer naar Zuid-Korea in Parasite komt toch niet in de buurt van vroege films zoals Memories of a Murder (2003), Host (2006) en Mother (2009), die nog niet zo werden verstikt door de dwangbuis van een alles overheersend concept.

Parasite is daardoor een kunstmatige film die de kijker flink op afstand houdt. De inhaligheid en de decadentie nemen in de film louter karikaturale vormen aan. Bong heeft naar eigen zeggen met zijn film de steeds grotere kloof tussen arm en rijk in Zuid-Korea – en elders in de wereld – in de tang willen nemen. Maar door zijn werkwijze verdwijnt de maatschappelijke werkelijkheid tamelijk ver uit beeld. Parasite is een onderhoudende film, die verrast en soms zelfs schokt, maar waarvan na de aftiteling niet al te veel beklijft.