Beeld uit ‘Sidik en de panter’.

Interview

‘Ik zie in de mist de gifgasaanval van Saddam’

Interview Reber Dosky De nieuwe documentaire van Reber Dosky voelt bijna als een speelfilm. Vragen als wat een grens is en hoe het landschap herinneringen in zich draagt, staan centraal.

Wie het programma van het International Documentary Filmfestival Amsterdam bekijkt, zou bijna de indruk krijgen dat er geen „gewone” documentaires meer bestaan. De films observeren en becommentariëren niet alleen de werkelijkheid en de wereld om ons heen, maar ook zichzelf, als middel om die wereld vast te leggen of juist open te breken.

Het wonderschone Sidik en de panter is zo’n documentaire die grenzen oversteekt. Door de observerende stijl, lange takes en het verhaal van Sidik, een Koerdische man die elke dag in de bergen op zoek gaat naar de mythische Perzische panter die vrede in zijn land zal brengen, lijkt het bijna een speelfilm.

Terwijl Sidik door de bergen dwaalt heeft hij ontmoetingen met onder anderen een jonge houthakker en een oudere imker. Hij noteert verhalen en zijn gedachtenstem wordt onze gids tijdens zijn zwerftochten. Ook regisseur Reber Dosky en zijn familiegeschiedenis krijgen zo een rol.

Sidik en de panter doorkruist niet alleen de filmische genregrenzen, door de alomtegenwoordigheid van de Koerdische geschiedenis, een land zonder grenzen, staan vragen centraal als wat een grens is, wat een land, en hoe het landschap drager is van herinneringen.

Regisseur Reber Dosky (1975, Dohuk, Koerdistan) studeerde in 2013 af aan de Nederlandse Filmacademie en maakte naam met de kortfilm The Sniper of Kobani (2015) en later het op IDFA bekroonde Radio Kobani (2016). Sidik en de panter beleefde afgelopen weekend in de IDFA-competitie voor Nederlandse documentaires zijn wereldpremière. We spraken hem kort na de première. Dosky praat zoals zijn film: beeldrijk, in lange poëtisch meanderende gedachtestromen.

Is dit uw meest persoonlijke film tot nu toe?

„Voor mij zijn de bergen het eigenlijke hoofdpersonage van de film. De bergen die ons Koerden altijd beschermd hebben. Ik ben in de bergen van Barzan geboren toen mijn ouders op de vlucht waren voor Saddam Hoessein. Een paar dagen later kwam mijn grootvader langs, gaf mij een kus en zei ‘Hij moet Reber heten’, wat ‘gids’ of ‘leider’ betekent. Weer een paar dagen later werd hij een paar kilometer verderop op verschrikkelijke wijze vermoord. In de film ga ik voor het eerst terug naar die plek en richt ik samen met Sidik een gedenkteken voor hem op. Ik heb de schoonheid en de droefenis van de bergen in beelden willen vangen.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Dat betekent bijvoorbeeld dat we om een shot te draaien soms rond middernacht moesten opstaan om nog voor de zonsopgang hoog in de bergen de mist te filmen. Terwijl we daar stonden realiseerde ik me dat dat beeld voor mij de gifgasaanval van Saddam van 16 maart 1988 op Halabja symboliseert. Er zijn toen duizenden Koerden vermoord. Voor mij zit dat allemaal in de benauwdheid van die mistwolk die daar boven op de berg op je afkomt.

„Aan de andere kant moesten er natuurlijk ook beelden van de lente in de film, met duizenden groentinten. Lente staat voor blijdschap, naar buiten gaan, saamhorigheid vieren, maar ook voor strijd. In de winter zit je ingesloten en in de lente begint de strijd opnieuw.

„Sidik is iemand die de bergen wil beschermen. En hij heeft een droom. Als de mysterieuze panter waar hij naar op zoek is terugkeert, dan kunnen de bergen een beschermd natuurgebied worden, zal er niet meer gevochten worden, en hebben de Koerden eindelijk hun eigen land.”

Is dit daarmee ook uw meest politieke film tot nu toe?

„Een politieke film hoeft niet alleen over martelingen en vluchtelingen te gaan. Ik wilde niet per se een politieke film maken, maar gezien mijn familiegeschiedenis is dat onvermijdelijk. Door de schoonheid van het gebied heb ik willen laten zien waarom wij hiervoor willen vechten.

„Dat de bergen geen vragen stellen, is ook een politiek statement. Als een vluchteling in Nederland aankomt is de eerste vraag die de IND stelt ‘Waarom ben je hier gekomen?’ Je zou iemand eerst eten en bescherming moeten geven, en dan pas die vragen stellen. Niet verwijten. Als ik om me heen kijk verbaas ik me over de hardheid. Iemand die een nazigroet brengt bij een voetbalwedstrijd… Wat bezielt die persoon? Weet je niet dat er tachtig jaar geleden miljoenen mensen zijn vermoord? Ik ben in een oorlog geboren, voor de oorlog gevlucht en als ik nu naar het Midden-Oosten ga is het nog steeds oorlog. Iedereen die in Europa klaagt over open grenzen, zou een week naar het Midden-Oosten moeten gaan om zich te realiseren dat we hier in het paradijs leven.”

Sidik en de panter is te zien op IDFA en voorjaar 2020 in de bioscopen.