Minister Koolmees: „Als ik zelf een zzp’er inhuur, wil ik ook weten tegen welk uurtarief dat gebeurt.”

Foto Phil Nijhuis / ANP

Interview

‘Ik kan niet zeggen dat een leraar nooit een zzp’er kan zijn’

Interview Wouter Koolmees Het moet eindelijk duidelijk worden welk werk wel en niet door zzp’ers gedaan mag worden. Of dat gaat lukken is erg onzeker.

Het is vaak erg aantrekkelijk voor werkgevers: neem voor nieuwe werkzaamheden geen werknemers aan, maar huur zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in. Je kunt gemakkelijk afscheid van hen nemen en ze zijn vaak nog goedkoper ook, dankzij belastingvoordelen en doordat je voor hen geen sociale premies hoeft af te dragen.

Het is alleen niet altijd toegestaan om zzp’ers in te huren. Volgens de wet moeten sommige werkzaamheden uitgevoerd worden door werknemers, bijvoorbeeld als diegene weinig vrijheid heeft om het werk op zijn eigen manier of in zijn eigen tijd uit te voeren. Wie zulk werk tóch door een zzp’er laat doen, riskeert naheffingen en boetes van de Belastingdienst. Maar de overheid heeft die wetten nog nooit streng gehandhaafd.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66), die woensdag en donderdag de begroting van zijn ministerie verdedigt in de Tweede Kamer, wil nu gaan doen wat zijn voorgangers niet is gelukt: duidelijkheid creëren over de vraag welk werk wel door zzp’ers mag worden gedaan, en welk werk niet. Bedrijven kunnen binnenkort via een online vragenlijst nagaan of zij voor hun klus een zzp’er mogen inhuren. Die vragenlijst moet volgend voorjaar klaar zijn, schreef Koolmees vrijdag aan de Tweede Kamer. Pas nadat die ‘webmodule’ beschikbaar is, wil het kabinet streng gaan optreden tegen bedrijven die met ‘schijnzelfstandigen’ werken – zzp’ers die eigenlijk een arbeidscontract horen te krijgen.

Lees meer over de nieuwe regels: Zelfstandig ondernemerschap (op bijstandsniveau)

Het is nog erg onzeker of het gaat lukken. Het vorige kabinet, Rutte II, wilde ook al duidelijkheid creëren. Het was de bedoeling dat de zzp’er en zijn opdrachtgever samen een contract zouden tekenen waarin hun werkrelatie wordt beschreven. Als daaruit blijkt dat de zzp’er een ondernemer is, hoeft de opdrachtgever niet te vrezen voor een naheffing of boete.

Bedrijven vonden die contracten ingewikkeld en vreesden boetes. Daarom besloot Rutte II in 2016 nog even geen boetes uit te delen, om de rust te bewaren. Ook nu nog heeft de Belastingdienst geen strenge, maar een „coachende rol”, zegt Koolmees.

Volgens vakbonden geeft het kabinet daarmee ruim baan aan schijnzelfstandigheid. Een steekproef van de Belastingdienst onder 104 bedrijven wees begin dit jaar uit dat bedrijven inderdaad veel fouten maken. Bij meer dan de helft van hen zag de fiscus situaties waarbij ten onrechte met zzp’ers gewerkt leek te worden.

Heeft u schijnzelfstandigheid gestimuleerd door zo mild te blijven?

„Bedrijven worden er niet altijd op aangesproken als er volgens de regels sprake is van een dienstbetrekking. Dat is waar. Maar daarmee zijn die zzp’ers zelf niet meteen schijnzelfstandige. Zij kunnen bijvoorbeeld ook nog andere klussen hebben. En we hebben de handhaving niet voor niets opgeschort. Opdrachtgevers durfden in 2016 uit angst voor boetes geen opdrachten meer aan zzp’ers te geven.”

Misschien zat die onrust wel bij opdrachtgevers die juridisch fout zaten. Hoe goed weet u of die onrust voortkwam uit terechte zorgen?

„Dat weten we niet. Dat valt moeilijk vast te stellen. Met de nieuwe maatregelen wil ik wel eerst heel zorgvuldig zijn en goed luisteren naar alle betrokkenen: vakbonden, werkgeversorganisaties en zzp-clubs, die allemaal wat anders willen. Toch zal niet iedereen blij zijn zodra er duidelijkheid komt. Dat hoort erbij.”

Sommige zzp-opdrachten zijn juridisch in orde, maar toch controversieel. Is bijvoorbeeld de zzp-leraar en zzp-verpleegkundige wenselijk?

„Ik kan niet zeggen dat een leraar nooit een zzp’er kan zijn. Er zijn vast voorbeelden te bedenken waarbij dat wel logisch is. Maar ik vind het wel belangrijk dat hierover een gesprek op gang komt. Dat hebben we nog niet eerder gehad in Nederland.”

Hoe kijkt u aan tegen de groeiende populariteit van zzp-opdrachten ten koste van werknemersbanen?

„Er is een bredere discussie over ‘vast’ versus ‘flex’ op onze arbeidsmarkt. We zien een tweedeling tussen mensen die een vast contract krijgen met een goed scholingsbudget en een goede pensioenregeling. En een steeds grotere groep mensen die van flexcontract naar flexcontract gaat. Veel van die mensen zijn daar ongelukkig mee, weten we uit onderzoek. Zij willen het liefst een vast contract. In een wet die per 1 januari ingaat, heb ik de verschillen tussen het vaste en flexibele dienstverband proberen te verkleinen.

„Nu wil ik het verschil tussen werknemers en zzp’ers verkleinen. In mijn zzp-voorstellen, die in 2021 moeten ingaan, helpen we zelfstandigen aan de ‘onderkant’ met een minimumtarief. En met een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering, die is afgesproken in het pensioenakkoord. Omdat we weten dat iedereen bijvoorbeeld een auto-ongeluk kan krijgen.”

Lees ook dit verhaal over het minimum uurtarief voor zzp’ers: 16 euro per uur – een ‘lachertje’ dat armoede moet voorkomen

In veel sectoren vindt men het minimum uurtarief van 16 euro te laag.

„Die 16 euro heeft een juridische reden. De overheid mag pas ingrijpen in vrij ondernemerschap als daar een openbaar belang voor is, zoals het voorkomen van armoede. Daarom moet het tarief aansluiten bij het sociaal minimum [bijstandsniveau].”

Veel zzp’ers vrezen rompslomp: zij moeten dan al hun uren bijhouden.

„Ik snap dat dat niet altijd fijn is. Maar ik vind het heel normaal dat je in een factuur kunt rechtvaardigen wat je uurtarief is. Als ik zelf een zzp’er inhuur, wil ik ook weten tegen welk uurtarief dat gebeurt. Ja, het zijn administratieve lasten. Maar om armoede te voorkomen, vind ik dat gerechtvaardigd.”