Recensie

Recensie Film

Een Javaans meisje werd een ‘exotische bezienswaardigheid’

Documentaire Aan de hand van fragmenten uit 179 films vertelt ‘Ze noemen me Baboe’ het fictieve verhaal een Javaans meisje dat gaat werken voor een Nederlands gezin.

Beeld uit ‘Ze noemen me Baboe’.
Beeld uit ‘Ze noemen me Baboe’.

Ze noemen me Baboe is geheel opgebouwd uit archiefmateriaal, onder meer afkomstig van Eye Filmmuseum en Beeld en Geluid. Aan de hand van fraaie fragmenten uit 179 films vertelt regisseur-scenarist Sandra Beerends het fictieve verhaal van Alima, een Javaans meisje dat haar dorp verlaat, naar Bandoeng trekt en als baboe (kindermeisje) gaat werken voor een Nederlands gezin dat eind jaren dertig in Nederlands-Indië verblijft. Ze volgt de „Belanda’s” (Hollanders) als zij naar Den Haag gaan, waar zij en andere Indonesiërs een „exotische bezienswaardigheid” zijn, zoals Alima het zelf zegt in haar terugblikkende voice-over.

Als het gezin, inclusief baby Jantje van wie Alima de baboe is, teruggaat naar Nederlands-Indië breekt al snel de Tweede Wereldoorlog uit, waarbij Indonesië bezet wordt door Japan en veel mensen in kampen terechtkomen. Na de oorlog volgt de Indonesische vrijheidsstrijd en krijgt Alima iets met vrijheidsstrijder Riboet.

Hoewel het verhaal fictief is, baseerde Beerends het op getuigenissen van vele vrouwen die als baboe werkten. Beerends’ scenario is soms iets te didactisch en uitleggerig, zo gedragen de Hollanders zich „alsof de hele wereld van hen is”, maar is mooi ingebed in Indonesische tradities als wajang, het door gamelanspelers begeleide schimmenspel dat draait om de strijd tussen goed en kwaad.