Opinie

De tweet over Tata die Rutte nog achtervolgt

Menno Tamminga

Hoe vaak kan Nederland het wiel uitvinden? Het eerlijke antwoord is: elke dag. Acht jaar geleden sloot de Amerikaanse farmaproducent Merck zijn dochterbedrijf Organon in Oss, producent van de anticonceptiepil. Dat kostte ongeveer 2.000 banen. Nederland was in één klap een knappe onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling armer.

De Tweede Kamer preste een onwillige minister-president, Jan Peter Balkenende (CDA), om de Merck-topman te bellen en iets tegen de sluiting te ondernemen.

Zonder succes.

Nederlandse politici staan tamelijk machteloos als eigenaren in het buitenland aan portfoliomanagement doen en Nederlandse fabrieken sluiten of reorganiseren. Nu is het Tata uit India. Tata’s plannen om zijn Europese staalbedrijven te saneren zijn mistig. Maar één getal is helder: 3.000 banen weg, waarvan misschien wel de helft in IJmuiden.

In De Telegraaf hintten minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) en minister-president Mark Rutte (VVD) op stille diplomatie tegen massaontslag. Vinden ze opnieuw dat wiel uit? Leuk om te weten dat de gemeente Amsterdam (tot 1993) en de rijksoverheid (tot 1999) aandeelhouder waren in Hoogovens, zoals het bedrijf toen heette.

Lees ook dit achtergrondverhaal over het kroonjuweel van IJmuiden: Nederland betaalde miljoenen, maar Tata bouwt in India

Onwillekeurig moest ik denken aan de tweets van Rutte op 19 september 2017 bij de aangekondigde, later afgeblazen fusie van de Europese staalbedrijven van Tata met die van concurrent Thyssenkrupp. Dat zou 2.000 banen kosten, waarvan een deel in IJmuiden. In zijn tweets vierde Rutte het hoofdkantoor van de combi in Nederland. Over die banen geen woord. De fusie ging niet door, het banenverlies wel. Daar heeft het kabinet in 2017 al mee ingestemd vanwege het hogere doel: het hoofdkantoor in de Randstad.

Maar die politiek is in diskrediet gebracht door het echec van Ruttes eigen campagne voor afschaffing van de dividendbelasting, de daaropvolgende politieke wrevel over grote ondernemingen en de mislukte concentratie van de Unilever-hoofdkantoren in Rotterdam. Dat was onmacht à la Organon. De Nederlandse politiek mag dienstbaar willen zijn, de multinationale bedrijfstop volgt zijn eigen belangen.

De ongeveer 9.000 werknemers en hun bazen in de fabriek in IJmuiden kregen vorige week de wind van voren van de nieuwe topman van Tata’s eurostaalbedrijven, Henrik Adam. Hij zei tegen Het Financieele Dagblad: „IJmuiden was toonaangevend, kan toonaangevend zijn en moet dat ook zijn. Dat zijn we nu niet.”

Staal is niet alleen hypergevoelig voor de economische conjunctuur. De overname in 2007 van, toen nog Corus/Hoogovens, door Tata, was een krankzinnig tegen elkaar opbieden op een veiling in Londen. Tata won, maar het perspectief is sindsdien radicaal gewijzigd. De groei zit niet in Europa, de verliezen wel: bij het Britse zusterbedrijf.

Als Wiebes en Rutte iets willen bereiken, moet er geld op tafel komen. Wie is daar niet gevoelig voor? Ook topmanagers zijn net mensen. Tata heeft in IJmuiden het Hisarna-project opgezet om staal klimaatvriendelijker te produceren. Mede betaald met Nederlands geld. Het vervolg, een heuse proeffabriek, komt in India. That’s not cricket, zou ik zeggen.

Zet hier ook een fabriek neer, bijvoorbeeld als samenwerking van de overheid en Tata. Goed voor de continuïteit van Tata in IJmuiden, minder smerig dan nu.

En het geld? Het kabinet beloofde bij de Miljoenennota in september om snel een investeringsfonds van wel 50 miljard euro te lanceren. Of lukt het niet om dat wiel uit te vinden?

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.