Analyse

Crisissfeer hangt rond Hawija-debat

Coalitie De verzwegen burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak achtervolgen de coalitie. Bijleveld moet zich nu opnieuw verantwoorden.

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) onder vuur.
Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) onder vuur. Foto David van Dam

Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) was deze week al druk aan het oefenen. Er staat voor haar, en misschien wel voor de hele coalitie, veel op het spel. Op woensdagavond moet ze, voor de tweede keer, aan de Tweede Kamer uitleggen hoe het zit met de burgerdoden in Irak door een Nederlands bombardement in 2015. Wie wist daarvan, op welk moment? En om hoeveel slachtoffers ging het precies?

In het eerste debat, drie weken geleden, was ze daar niet goed uitgekomen. Een motie van wantrouwen werd maar nét verworpen, ze leek veel van de verantwoordelijkheid af te schuiven op haar voorganger Jeanine Hennis (VVD) en ze veroorzaakte, vond de Tweede Kamer, verwarring: ineens zouden ook premier Mark Rutte (VVD) en de vorige ministers van Buitenlandse Zaken, Justitie en Ontwikkelingssamenwerking van het aantal burgerdoden hebben geweten.

In het debat deze woensdag is Rutte er wel bij. Hij zal moeten uitleggen hoe hij de gebeurtenissen van toen ziet: als hij echt niets had gehoord over burgerslachtoffers in de Iraakse stad Hawija, zoals hij steeds heeft gezegd, hoe kan dat dan? Vindt hij niet dat hij het had móéten weten?

Het wordt zo goed als zeker een spannend debat. In een wankele coalitie, en dat is Rutte III nu, kan zo’n beetje alles tot een crisis leiden. De onderlinge irritaties lopen op – in het kabinet zelf en tussen de regeringspartijen. Als het woensdag goed afloopt voor Bijleveld en Rutte, zeggen betrokkenen, kan het ook zomaar volgende week moeilijk worden voor staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) in zijn debat over de kinderopvangtoeslagen. Of nog wat later: over de stikstofuitstoot en vliegveld Lelystad. Of gewoon over iets anders.

Lees ook: Niemand vroeg door na de bom op Hawija

De vorige keer, dinsdag 5 november, was Bijleveld volgens betrokkenen niet goed voorbereid. De Tweede Kamer zag een minister staan die veel praatte en soms zelfs een vrolijke indruk maakte, maar lang niet alle vragen kon beantwoorden. Het gevolg was dat twee dagen later tijdens het debat over de Defensiebegroting wederom uitvoerig over Hawija werd gesproken.

Wat Bijleveld nu vooral kwetsbaar maakt: ze lijkt terug te moeten komen op beweringen uit dat eerste debat. Daarin zei ze dat Hennis in 2015 wist van de gevolgen van het bombardement, met burgerdoden, maar tegen de Tweede Kamer had ze gezegd dat er geen slachtoffers waren. Bijleveld zei: „Er is gewoon een briefing gehouden. Daar werd niet per se het cijfer van zeventig doden genoemd, maar wel dat er sprake was van veel nevenschade, en dat er waarschijnlijk veel burgerslachtoffers waren gevallen.”

In een brief aan de Kamer was Bijleveld maandag ineens veel voorzichtiger. „Tot op de dag van vandaag”, schrijft ze, „is nog altijd niet zeker hoeveel burgerslachtoffers er precies zijn te betreuren in Hawija.” Ze klinkt ook minder stellig over de feitelijke informatie die Hennis had kort na het bombardement. Het was „geloofwaardig” dat er burgerdoden waren gevallen, maar aantallen waren niet genoemd.

Nooit definitief rapport

Er zijn ook nog steeds vragen niet beantwoord in de brief. Nederland is deel van de anti-IS-coalitie die actief is in Irak en Syrië, de Amerikanen leiden de onderzoeken naar schade en slachtoffers – waarom zijn zij nooit met een definitief rapport gekomen over Hawija? En al stond het exacte aantal slachtoffers volgens Bijleveld niet vast, het aantal van zeventig werd wel genoemd – door persbureau Reuters en door het Amerikaanse opperbevel van de anti-IS-coalitie in antwoord op vragen van NRC.

Rutte zal daar stevig op worden aangesproken. Hij was toen al premier – en zit als enige van de verantwoordelijken uit die tijd nog steeds in de regering. De oppositie zal het ook Bijleveld niet makkelijker maken dan de vorige keer. De coalitiepartijen lijken vooralsnog niet uit te zijn op haar aftreden. Maar in die kringen valt te horen: de minister kan wel zichzelf in de problemen brengen. Van Bijleveld wordt een deemoedige, ernstige houding verwacht, en grote openheid.

Op de achtergrond speelt mee: bij de VVD is er nog steeds ergernis over de manier waarop CDA’er Bijleveld steeds weer benadrukte dat Hennis, nu VN-gezant in Irak, de Tweede Kamer verkeerd had geïnformeerd – Bijleveld hoort de verantwoordelijkheid volgens VVD’ers voluit op zich te nemen. Tussen CDA en D66 broeit spanning over de toeslagenaffaire van staatssecretaris Snel. En volgens de ChristenUnie is deze coalitie ‘niet heilig’, zei partijleider Gert-Jan Segers dit weekeinde. De grote vraag is: hoe houdt zo’n moeizame coalitie zichzelf overeind?

In het nieuws 4-5Commentaar 17