Brieven

Brieven

Zihni Özdil spreekt in zijn column (Multinationals, die moeten een tegenprestatie leveren, 23/11) over oorlog tegen bijstandsmoeders. Hij illustreert dit onder meer door te verwijzen naar de aanpak van bijstandsfraude. „Slechts 2 procent van de overheidsuitgaven gaat naar bijstandsuitkeringen.” Dat is circa 6 miljard euro. Terecht wordt fraude actief bestreden, ook als signaal naar mensen die rechtmatig gebruik maken van hun bijstandsuitkering. Privédetectives, verborgen camera’s en gps-trackers als opsporingsmethoden gaan inderdaad te ver, maar een meldpunt om fraudeurs aan te melden – ‘klokkenluiden’ – is acceptabel. Özdil relativeert bijstandsfraude door die te vergelijken met andere fraude waar veel meer geld mee gepaard gaat. Maar élke vorm van fraude moet hard worden aangepakt. Özdil vindt dat de samenleving zichzelf de vraag moet stellen waarom een tegenprestatie voor sociale rechten, zoals een bijstandsuitkering, nodig is. „Waarom is het geen werk om als alleenstaande moeder je kinderen op te voeden?” Mijn vraag daarbij is; is het sociaal om van een uitkering te leven? En is dit sociaal ten opzichte van alleenstaande, werkende moeders? Een tegenprestatie kan bijstandsgerechtigden uit hun isolement halen. Daarnaast creëert die ook begrip in de samenleving. De bijstandsgerechtigde doet immers iets terug voor het belastinggeld dat hij ontvangt. Tot slot maakt Özdil nog een vreemde vergelijking. Multinationals zouden wel een tegenprestatie moeten leveren voor de fiscale voordelen die zij krijgen. Zoals Özdil weet doen multinationals dit ook. Zij zorgen voor werkgelegenheid en belastinginkomsten.