Opinie

Wees wijs met de besteding van de Eneco-miljoenen

Overname Mitsubishi

Commentaar

De derde ging ermee heen: energiebedrijf Eneco wordt verkocht aan het Japanse concern Mitsubishi. De twee rivaliserende biedende duo’s, Shell en pensioenfonds PGGM, en Rabobank en de Amerikaanse investeerder KKR, vissen achter het net. Niet alleen de prijs lijkt de doorslag te hebben gegeven, al was de 4,1 miljard euro uit Japan hoger dan de andere twee biedingen. Ook het feit dat Mitsubishi en Eneco al langer samenwerken bij bijvoorbeeld windmolens op de Noordzee, speelde kennelijk mee. De energietransitie staat bij de strategie van Eneco (én het imago van dat bedrijf) hoog in het vaandel. Mitsibushi lijkt daar vooralsnog goed bij te passen.

Zo is, na Nuon en Essent, het laatste grote Nederlandse energiebedrijf verkocht. Maandag was meteen het bezwaar te horen dat alle drie de bedrijven nu in buitenlandse handen zijn. Nuon is onderdeel geworden van het Zweedse Vattenfall en Essent van het Duitse Eon. Het begrip ‘buitenlands’ is hier betrekkelijk: Duitsland is een van de oprichters van de Europese Unie en Zweden is daar sinds 1995 lid van. Eon en Vattenfall opereren op één gemeenschappelijke Europese markt, die ook de Nederlandse is.

Mitsubishi komt van verder. Maar nu de Nederlandse stroomnetten en de bedrijven die de energie leveren, zijn gescheiden zou een buitenlandse overname van een energieleverancier als Eneco strategisch minder gevoelig moeten zijn. Japan is bovendien een democratische vrijemarkteconomie en een waardevolle westerse bondgenoot in Azië. Als zelfs dát land al niet meer zou worden vertrouwd, is het einde zoek. Eneco behoudt in de plannen van Mitsubishi een grote mate van zelfstandigheid – al moet altijd worden bezien of dat op termijn ook zo blijft. Er wordt, bij overnames, wel vaker wat beloofd.

De vraag wordt nu wat de aandeelhoudende gemeenten van Eneco gaan doen met hun, deels onverwachte, rijkdom. Eerder circuleerde een overnamesom van 3 miljard euro; 4,1 miljard betekent dus een meevaller. Grootaandeelhouder Rotterdam kan 1,3 miljard euro tegemoetzien. Nummer twee, Den Haag, 700 miljoen. Twee waarschuwingen zijn op hun plaats. Allereerst maakt de overnamesom de stroom van toekomstige dividenden in één keer contant. Gemeenten zullen het stoppen van deze geldstroom moeten opvangen. Al is dat betrekkelijk: het enorme overnamebedrag van 4,1 miljard euro is gelijk aan maar liefst 64 jaar aan voortaan misgelopen dividend van 64 miljoen over 2018.

Een wijze besteding van het ontvangen kapitaal is nu geboden. Het is begrijpelijk dat het geld zal branden in de zakken van een ambitieus gemeentebestuur. Maar uiteindelijk is het te beschouwen als een indirect bezit van alle burgers uit de gemeente. Een duurzame bestemming aan een maatschappelijk duurzaam doel is op zijn plaats.

Dat zal niet makkelijk zijn. Commerciële investeerders hebben, in een economie die dichtbij zijn capaciteit opereert, al moeite om rendabele bestemmingen te vinden voor hun kapitaal. Het investeringsfonds van de overheid van rond de 50 miljard, dat in september door minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) werd geopperd, wordt al lastig aan te wenden.

Haast is een slechte raadgever en een frivole of (maatschappelijk) onrendabele aanwending van het verse gemeentelijke kapitaal ligt op de loer. Geduld is hier op zijn plaats. Het is te hopen dat de verantwoordelijke bestuurders dat kunnen bewaren. Ook het kapitaal dat nu is verdiend, moet duurzaam zijn.