Tv-reclame NPO trekt aan, maar minister wil ervanaf

Mediabegroting Deze maandag debatteert minister Slob met de Tweede Kamer over zijn mediabegroting. Hij wil reclame weren van de publieke omroep

Licht herstel reclame op publieke zenders
Licht herstel reclame op publieke zenders

De mediabegroting van komend jaar zal zelf niet zo veel problemen geven, wanneer minister Arie Slob (Media, ChristenUnie) er deze maandag met de Tweede Kamer over praat. Hij wil 1 miljard euro uittrekken voor media. Het grootste deel daarvan, 830 miljoen euro, gaat naar de publieke omroep.

Maar het debat zal ook gaan over de mediaplannen van de minister voor de langere termijn. Die legde hij vast in zijn visiebrief van juni, en gaf hij een meer concrete invulling in zijn brief aan de Tweede Kamer van 15 november. Zijn meest ingrijpende plan is dat hij vanaf 2022 reclame bij de publieke omroep wil terugdringen: geen spotjes meer voor acht uur ’s avonds, met uitzondering van sportevenementen, en helemaal niets meer online.

Dit is een eerste stap om de reclame helemaal te verbannen van de publieke zenders. Slobs idee: dan wordt de omroep financieel minder afhankelijk van reclame, en zal zich als publieke organisatie minder commercieel gedragen. Nu zet het centraal bestuur, de NPO, zijn kaarten steevast op de grote hits van publiekszender NPO 1, verreweg de best bekeken zender van Nederland, waarmee het meeste geld wordt verdiend.

Een ruime meerderheid van de Kamer is voor het terugdringen van de reclame. Maar over de uitwerking is verdeeldheid. Slob noemt zijn plan „Versterking financieringsbasis”, maar minder reclame kost volgens het ministerie 60 miljoen euro, zo’n eenderde van de huidige inkomsten. De Ster gaat zelfs uit van een verliespost die kan oplopen tot 90 miljoen. Slob wil 40 miljoen van dat inkomstenverlies compenseren. De linkse oppositiepartijen willen meer compensatie, of, in geval van GroenLinks, een afzwakking van de maatregel: geen reclame tot 18.00 uur.

Een extra addertje onder het gras: Slob wil dat de reclame-inkomsten vanaf 2022 rechtstreeks naar de NPO gaan, in plaats van naar het ministerie. Bij latere tegenvallers zal het kabinet dan minder geneigd zijn om zich er verantwoordelijk voor te voelen, en te compenseren.

Het plan voor de reclameluwe omroep komt voort uit een scherpe daling van de reclame-inkomsten de afgelopen vier jaar. Voordien lagen die stabiel rond de 200 miljoen. Het dieptepunt was vorig jaar: 166 miljoen. Reden voor Slob om eerder 20 miljoen te bezuinigen. Maar volgens de Ster gaat het nu juist beter. Dit jaar verwacht directeur Frank Volmer 173 miljoen euro op te halen, en volgend jaar zelfs 190 miljoen; de Ster verkoopt altijd veel reclame rond goed bekeken sportevenementen als het EK en de Olympische Spelen.

Uit de spaarpot van Slob

Die extra inkomsten wegen overigens niet op tegen de extra kosten van de sporttoernooien. Slob geeft de omroep 19,8 miljoen extra voor het EK en de Spelen. Dat geld komt uit zijn spaarpot, de Algemene Mediareserve (AMr). Die was leeggeraakt door de reclamecrisis, maar is nu weer goed gevuld: er zit nog 19,7 miljoen in, eind volgend jaar 24,8 miljoen.

De NPO vroeg onlangs of Slob verder een aanvullende 12,4 miljoen uit die pot wilde halen voor nog een groot evenement: het Eurovisie Songfestival dat in mei plaatsvindt. Volgens de omroep kan Slob dat mooi betalen van de meevaller in de reclame. Slob beslist daarover in december.

Diverse Kamerleden vinden trouwens dat het Songfestival (totale kosten: 42 miljoen) best goedkoper kan, zeker nu de omroep steeds moet bezuinigen. De Zweedse edities in Malmö (2013) en Stockholm (2016) kostten respectievelijk 14 en 15 miljoen. Maar Slob heeft voor uitgaven uit de mediareserve geen toestemming van de Kamer nodig.