Slob: extra geld Songfestival maar ook minder reclame

Mediabeleid Minister Slob (Media, CU) blijft schuiven met miljoenen: er is extra geld voor het Songfestival maar de omroep moet minder reclame gaan uitzenden.

Minister Slob (Media, CU)
Minister Slob (Media, CU) Foto David van Dam

Over extra geld voor het Eurovisie Songfestival wil minister Slob (Media, Christenunie) pas over een week beslissen, maar afgaande op wat hij er maandag over losliet, tijdens de bespreking van de mediabegroting in de Tweede Kamer, kan in Hilversum alvast de blauwe sterrenvlag uit. „De meeste seinen staan op groen”, zei Slob. „Er is voldoende ruimte in de mediareserve”. Dat Nederland volgend jaar de Europese zangwedstrijd organiseert, daar mogen we van hem „best een beetje trots op zijn”.

De publieke omroep vraagt of de minister 12,4 miljoen euro wil bijdragen aan de totale kosten van 40 miljoen, te betalen uit een meevaller in de reclame-inkomsten van 2019, die in de ministeriële pot Algemene Mediareserve gaat. Deze is bedoeld voor extra kosten bij de publieke omroep. Dus in de ogen van Slob is het „hun eigen geld”. Tegen diens zachte toezegging maakte de Kamer geen bezwaar. Alleen Zohair el Yassini (VVD) was tegen, maar, zo stelde hij vast: Slob heeft voor deze uitgave geen toestemming van de Kamer nodig. Leonie Sazias (50+) vond het „krenterig” van de minister dat hij het geld uit de mediareserve haalde: „Een sigaar uit eigen doos”. Slob zei tevreden: „Geld geven is altijd makkelijk, zeker als het van een ander is.”

Lees ook: Tv-reclame NPO trekt aan, maar minister wil ervanaf

Los van dit zonnige bericht was het weer geen vrolijke dag voor de publieke omroep. Slob wil vanaf 2022 de publieke zenders ‘reclameluw’ maken (geen reclame voor acht uur ’s avonds) en onlinereclame op de publieke platforms verbieden. Hij schat dat de maatregel de omroep zo’n 60 miljoen aan inkomsten gaat kosten. De Ster vreest dat dit kan oplopen tot 90 miljoen. Slob wil 40 miljoen compenseren – dit is echter dezelfde 40 miljoen die de omroep nu al krijgt ter compensatie van een eerdere korting door teruglopende reclame.

De linkse oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA – die ook voor het terugdringen van de reclame zijn – spraken de minister aan op deze „bezuinigingsoperatie”. Peter Kwint (SP) vroeg in een motie om volledige compensatie. Lodewijk Asscher (PvdA) vroeg van de minister herhaaldelijk – onder meer via een motie – de toezegging dat de reclamemaatregel niet ten koste zal gaan van de programma’s en de makers. Slob gaf geen direct antwoord. Het was niet zijn intentie om in de programma’s te snijden, zei hij, en hij meende dat deze vrees ook voorbarig was. Verder legde hij de bal bij de publieke omroep; die moest zelf met plannen komen om de reclamebeperking financieel op te vangen. „Ik ga geen blanco cheques uitschrijven.”

Cowboys

Een ander terugkerend thema tijdens het debat was de wankele arbeidspositie van omroepmedewerkers en journalisten. De omroepen en nieuwsmedia werken steeds meer met medewerkers op een tijdelijk contract en met freelancers, al dan niet via „payroll-cowboys” (Kwint). Slob zei dat hij er niet veel aan kon doen: „Dat is een zaak tussen werkgevers en werknemers, ik ga niet op de stoel van de werkgever zitten.” Hij wilde wel kijken of hij een mediavariant kon maken van de ‘Fair Practice Code’ van de culturele sector, waarin deze eerlijke en redelijke vergoedingen belooft. Slob: „Je mag van iedereen vragen om fatsoenlijk met zijn personeel om te gaan.”