Opinie

Probleem van bijstand niet op te lossen met alleen tegenprestatie

Participatiewet

Commentaar

De Participatiewet, in 2015 ingevoerd om mensen die naast de arbeidsmarkt blijven staan aan een baan te helpen, werkt niet. De conclusies waar het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige week mee kwam over het mislukken van de wet logen er niet om. De wet, van het kabinet-Rutte II van VVD en PvdA, heeft er niet of nauwelijks toe geleid dat er meer mensen vanuit een uitkering of sociale werkplaats naar een gewone baan zijn doorgestroomd.

De reactie van het huidige kabinet volgde een dag later. Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) wil af van de vrijblijvendheid in de bijstand en wil daarom in de wet vastleggen dat alle gemeenten bijstandsgerechtigden een „passend, niet vrijblijvend aanbod” doen. Nu is dat niet verplicht.

In de ogen van Van Ark moeten gemeenten met alle 433.000 bijstandsgerechtigden in gesprek. Het gaat daarbij niet altijd om een verplichting tot werken (betaald of vrijwillig). Het passende aanbod kan ook bestaan uit een hulpverleningstraject (voor schulden of verslaving), of uit cursussen of mantelzorg. Wie dat aanbod afwijst, kan gekort worden op de uitkering.

Dit antwoord op het mislukken van de Participatiewet is te eenzijdig. Vanzelfsprekend is het goed om beleid te hebben dat zo veel mogelijk mensen wil laten deelnemen aan de maatschappij. Van mensen met een baan is bekend dat hun eigenwaarde groter is dan van mensen die ongewild thuiszitten. En de fiscale regels zijn erop gericht om mensen die werken te bevoordelen ten opzichte van mensen met een uitkering.

De Nederlandse economie verkeert al een tijdje in een hoogconjunctuur. De werkloosheid staat op een zeer laag niveau, en ook het aantal mensen in de bijstand daalt. Waar de markt zijn werk kan doen, gebeurt dat dus al op grote schaal.

Mensen die desondanks toch niet aan een baan weten te komen, hebben vaak andere problemen dan alleen maar ‘geen zin’ om te werken. Denk aan zware geestelijke gezondheidsproblemen of verslaving. Ongeveer een kwart van de bijstandsgerechtigden is domweg bezig zijn leven weer op de rails te krijgen, zoals een wethouder uit Stadskanaal het vorige week in NRC formuleerde. „Dat ontkennen vind ik getuigen van een irreëel mensbeeld”, voegde hij daaraan toe.

Ook directeur Kim Putters van het SCP stelde in een reactie dat je met sancties mensen niet uit uitkeringen krijgt. Daarvoor is maatwerk nodig, en maatwerk kost geld. Geld dat Van Ark vooralsnog niet wil vrijmaken. Zij legt de verantwoordelijkheid met een pennenstreek bij de gemeenten, die de bijstand enkele jaren geleden al van de rijksoverheid overnamen, zij het met een budgettaire korting van 1,7 miljard euro.

Het grootste deel van de mensen in de bijstand zitten daar niet voor hun plezier in. De bijstand is een vangnet, het laagste niveau van inkomenssteun, en zeker geen vetpot. Hen allemaal verplichten tot een tegenprestatie is stigmatiserend; het suggereert vooral onwil en luiheid.

Al deze aspecten maken de langdurige bijstand tot een uiterst complex dossier. Daar past geen vergaande versimpeling bij. Als het Van Ark echt ernst is de mensen die in de bijstand zitten een perspectief te bieden, dient ze goed te luisteren naar de instanties die er verstand van hebben: het SCP en de wethouders van de gemeenten die dagelijks in contact staan met de mensen in de bijstand.

Politiek scoren met een verplichte tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden draagt niet bij aan een oplossing van dit hardnekkige probleem en is ongepast. Zeker als dat over de ruggen van een groep mensen gebeurt die de steun van een zorgende overheid het meest nodig heeft.