Reportage

Mosterdgas lekt bij de Belgische kust. Wat nu?

België In de zee voor Knokke ligt zeker 35 miljoen kilo munitie uit de Eerste Wereldoorlog. Dit jaar bleek er mosterdgas uit te lekken.

Het Zwin in Zeeuws-Vlaanderen, op de grens van Nederland en België. De Belgische kustplaatsen Knokke en Zeebrugge liggen aan de horizon.
Het Zwin in Zeeuws-Vlaanderen, op de grens van Nederland en België. De Belgische kustplaatsen Knokke en Zeebrugge liggen aan de horizon. Foto Siebe Swart

Mosterdgas zorgt eerst voor een rode huid, later komen de blaren. Soms brandt de huid weg tot op het bot. Je kunt er doof of blind van worden en wie het inademt, krijgt ernstige ademhalingsproblemen. Het werd voor het eerst gebruikt in België, op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog.

Vandaag de dag liggen er tonnen van voor de Belgische kust. Vanaf het strand van Knokke, kustplaats vlak bij de grens met Nederland, is er niets van te zien. Maar een krappe kilometer uit de kust ligt de ‘Paardenmarkt’, een zandbank waaronder zo’n 35 miljoen kilo munitie uit de Eerste Wereldoorlog ligt. Dit jaar werden lekkages aangetroffen: sporen van TNT en mosterdgas in het water. Geen reden voor paniek, zeggen betrokkenen, maar er moet wel íets gebeuren.

Vergeten munitie

Na de Eerste Wereldoorlog werd in België een enorme hoeveelheid munitie achtergelaten. Zeker de ruiming van gifgasgranaten – onder meer mosterdgas – was complex, omdat die niet zomaar tot ontploffing konden worden gebracht. De oplossing die in 1919 werd bedacht: de munitie in zee storten. Veel ruchtbaarheid gaf men daar niet aan en de dumping werd vergeten.

Tot 1971, toen de munitie herontdekt werd. Zand erover was daarna lange tijd de strategie. Letterlijk, want de munitie ligt onder een laag slib en zand – een gevolg van de uitbouw van de nabijgelegen haven van Zeebrugge, eind jaren zeventig. Het veiligste zou zijn om de munitie daaronder te laten liggen, dacht men.

Lees ook: ruim 101 jaar geleden eindigde de Eerste Wereldoorlog. Wie, wat, waarom? – een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog.

Dat beeld verschuift langzaamaan. Onlangs werd bekend dat de Vlaamse overheid de munitie mogelijk tóch wil opgraven. De lekkages hebben „tot gevolg dat meer instanties nu de nood inzien”, aldus Laurens Hermans van het Vlaams ministerie van Openbare Werken. Daarnaast blokkeert de „no-gozone” de uitbreiding van de haven. Vlaanderen is een testproject gestart, en heeft bedrijven gevraagd uit te zoeken of, hoe, en voor hoeveel geld in eerste instantie een deel van de munitie veilig kan worden verwijderd.

In oktober werd een eerste ‘marktconsultatie’ gehouden. Bij een werknemer van een van de geconsulteerde bedrijven is van de situatie een zorgwekkend beeld blijven hangen. „Het ligt een kilometer van het strand van Knokke, vlakbij ligt de haven van Zeebrugge en een opslagstation van vloeibaar aardgas, eronder ligt mogelijk een zoetwaterreservoir.” Omdat zijn bedrijf, gespecialiseerd in het opgraven van munitie op zee, meedoet aan de aanbesteding wil hij niet met naam in de krant. De munitie wordt gevaarlijker naarmate ze veroudert, zegt de medewerker: „Wat als zoiets in grote hoeveelheden doorroest, of als een schip vastloopt en de munitie afgaat? Hoe groot de kans daarop is, is moeilijk te zeggen, maar al is het een kans van 1 promille – het hoeft er maar één te zijn.”

De lekkages zijn in dit stadium nog zeker niet alarmerend, stelt de federale overheid. Daarmee is Tine Missiaen, geofysicus bij het Vlaams Instituut voor de Zee, het eens. Zij doet al jaren onderzoek naar de Paardenmarkt: „Het geschetste beeld doet het probleem groter lijken dan het werkelijk is.” Maar, erkent ze, er zijn wel nog steeds veel hiaten in de kennis over de munitiestortplaats.

Om hoeveel munitie gaat het eigenlijk? „Naar de exacte hoeveelheid blijft het gissen”, aldus Missiaen. Documenten uit die tijd hebben het over 50.000 tot 100.000 of zelfs 200.000 ton aan achtergelaten oorlogsmateriaal. Hoeveel in zee werd gestort, is niet bijgehouden. Het zou veel meer dan 35.000 ton kunnen zijn.

En het aandeel chemische wapens? „De gangbare aanname is dat een derde uit gifgasgranaten bestond.” Maar opnieuw: „De kans bestaat dat het om een grotere hoeveelheid gaat.” De staat van de roestende granaten was in de jaren 70 „opmerkelijk goed”, maar is sindsdien niet gemeten. De kans op ontploffingen is „zeer gering”, maar hoe groot het risico precies is blijft giswerk. De lekkages „betekenen geen gevaar voor de volksgezondheid”, maar het is onbekend waar ze vandaan komen en hoe snel ze zullen toenemen. Of er iets van in zoetwaterreservaten terecht kan komen is niet waarschijnlijk, maar moet uitgezocht worden, aldus Missiaen.

Lees ook: De zee is vervuild met grote hoeveelheden plastic. Maar hoe schadelijk is dat nou precies?

Op termijn gevaarlijk

N-VA-politicus Mark Demesmaeker maakte zich als Europarlementariër sterk voor een Europese aanpak van munitiekerkhoven, die ook onder andere voor de kust van Nederland liggen. „Mensen hoeven nu niet in paniek te raken”, zegt hij. „De Paardenmarkt is uitzonderlijk omdat het om grote hoeveelheden gifgas gaat. Het ligt er nu relatief veilig, maar op termijn kan het gevaarlijk zijn. Het moet opgeruimd worden.”

Onderzoeker Missiaen is tevreden dat binnenkort meer bekend wordt. „De Paardenmarkt stond niet hoog op de prioriteitenlijst. Het onderzoek was versplinterd en de budgetten waren klein. Dat er nu lekkages zijn aangetroffen, heeft er duidelijk meer druk op gezet.” In januari begint een nieuw onderzoeksproject, waar Missiaen aan meewerkt. „Dan weten we eindelijk meer, en is goed onderbouwd beleid mogelijk.”

Al duurt het even voor de Paardenmarkt munitievrij is, als het ooit zover komt. Het bergen van oude, soms chemische munitie is een lastige exercitie. Bepaalde granaten kunnen gaan lekken. Missiaen: „Bijna geen enkel bedrijf wereldwijd heeft ervaring met het bergen van chemische munitie, munitie die ook nog eens ten minste een paar meter diep begraven ligt. Heel wat anders dan conventionele munitie bergen die op of vlak onder de zeebodem ligt, zeker wat risico’s op vervuiling betreft.”

En dan zijn er nog de procedures. Naar verwachting kunnen bedrijven pas vanaf december concrete voorstellen indienen. Voordat munitiestukken vervolgens opgehaald kunnen worden, moet de federale overheid toestemming geven.

De mogelijke berging van álle munitie ligt in de verre toekomst, en levert weer een nieuwe uitdaging op: munitie ontmantelen mag enkel de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (DOVO) van Defensie doen. Maar die heeft jaarlijks slechts capaciteit voor zo’n vijfduizend granaten. En dan zijn de kosten nog niet eens besproken. Vlaanderen trekt nu naar eigen zeggen „een paar miljoen” uit voor dit testproject. Mocht alle munitie ooit geborgen worden, dan zal ook de federale overheid – verantwoordelijk voor de kustwateren – geld moeten uittrekken. Dat zal tegen die tijd een pittige discussie opleveren.