Opinie

In Iran ga je ook al de cel in als je de cheetah wilt redden

Iraanse milieuactivisten betalen in de cel de rekening van president Rohani’s verloren machtsstrijd tegen de haviken, constateert Carolien Roelants.

Dwars

Vandaag bericht ik u over Iran. Niet over de protesten, eerst afwachten hoe dat verder loopt, maar over de milieuactivisten die afgelopen week tot zes tot tien jaar cel zijn veroordeeld wegens ‘contacten met de Amerikaanse vijandstaat’. En dat valt nóg mee: ze hadden ter dood kunnen worden veroordeeld wegens ‘corruptie op aarde’, maar die beschuldiging werd ingetrokken.

De groep van acht – van wie twee hun vonnis nog moeten horen – zit al twee jaar vast, en waarvoor? Op de keper beschouwd omdat ze de met uitsterven bedreigde Aziatische cheetah met vaste camera’s in een natuurpark in de gaten hielden. Maar hun zaak vertelt veel meer dan dat. Allereerst over de verloren strijd van de pragmatische regering van president Rohani tegen de hardelijners rondom opperste leider Khamenei, dat wil zeggen: revolutionaire garde en justitie. Over het ziekelijke wantrouwen van diezelfde hardelijners jegens de per definitie boze buitenwereld. En over de Amerikaanse propagandaoorlog tegen Iran die dat wantrouwen versterkt.

Hoe begon wat dus niet goed afliep? De Persian Wildlife Heritage Foundation (PWHF) van Kavous Seyed-Emami trok zich het lot van de cheetahs aan, en installeerde die vaste camera’s, die reageren op (wild)beweging in de directe omgeving. Maar volgens de revolutionaire garde werden niet die cheetahs in de gaten gehouden maar het Iraanse raketprogramma (wat met die camera’s helemaal niet kán). Ook zou gevoelige informatie over het milieu aan buitenlandse inlichtingendiensten worden doorgegeven. Seyed-Emami werd samen met de acht activisten opgepakt, en stierf in de gevangenis. Volgens de autoriteiten door zelfmoord, maar dat gelooft niemand.

Ik las op medium.com een artikel over deze zaak door Kaveh Madani, een Iraanse wetenschapper en milieu-expert die op uitnodiging van de regering-Rohani in september 2017 terugkeerde uit het buitenland en adjunct-vicepresident werd. Een halfjaar later werd hij door de revolutionaire garde het land weer uit gejaagd. In de tussentijd werd hij door de garde opgepakt, verhoord en beschuldigd van spionage voor CIA, MI6 en Mossad. Hier ziet u die verloren strijd van Rohani, die Iraanse experts uit het buitenland wilde terughalen in het landsbelang, maar die niets wist in te brengen tegen dit soort obstructie door bondgenoten van Khamenei. Een commissie van ministers kwam ook op voor de nu veroordeelde milieuactivisten – Khamenei en de zijnen lachten erom.

Madani schrijft dat de beschuldigingen van de revolutionaire garde tegen de milieuactivisten apekool zijn. Volgens hem komen ze voort uit die machtsstrijd en uit onwetendheid. Maar hij wijst ook naar Amerika. Zorgen over het milieu, schrijft hij, kunnen een bevolking verenigen tegen haar regering. De garde beseft dat en vraagt zich af waarom Amerikaanse leiders zich druk maken om het milieu in Iran (zie State Department Report 7: Iran’s Environmental Issues) terwijl ze zelf uit het klimaatakkoord stappen. Die Amerikanen proberen natuurlijk over de band van het milieu de Iraniërs op te ruien! Wat volgens Madani in deze zaak ook een rol heeft gespeeld, is de anti-Iraanse activiteit van de oprichter van Panthera, een organisatie die zich richt op de bescherming van grote katachtigen en waarmee de Iraanse PWHF was geassocieerd. Die oprichter, de Amerikaanse miljardair Thomas Kaplan, bevriendt behalve katachtigen ook Israël en Saoedi-Arabië.

Arme Iraniërs. Geplet tussen de eigen hardelijners en de Amerikaanse.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.