Gevaar dodelijke lassakoorts pas laat erkend door WHO

Geneeskunde Een Nederlandse tropenarts overleed dit weekend in Leiden aan lassakoorts. In 2015 vroeg de WHO om meer onderzoek naar deze ziekte.

De veeltepelmuis is de verspreider van het lassavirus.
De veeltepelmuis is de verspreider van het lassavirus. Foto L. Moses en D. Bausch in Kelley et al: Housing equity, 2013

Het gevaar van lassakoorts, de virusziekte waaraan een Nederlandse tropenarts werkzaam in Sierra Leone afgelopen weekend is overleden, wordt pas sinds 2015 door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO onderkend. In dat jaar kwam de aandoening op een lijst met ziektes waar urgent tests, vaccins en medicijnen voor ontwikkeld moeten worden. Dit kwam door het groeiende bewustzijn, na de ebola-uitbraak in 2014, van de impact die dergelijke virussen kunnen hebben.

Het lassavirus veroorzaakt virale hemorragische koorts, net als een aantal andere virussen, zoals het Marburgvirus, het ebolavirus, gele koorts en dengue. De ziekte komt voor in delen van West-Afrika, zoals Sierra Leone, Benin, Ghana, Liberia, Guinea, Mali en Nigeria, en maakt de laatste drie jaar steeds meer slachtoffers. Het wordt verspreid door een knaagdier, de veeltepelmuis (Mastomys natalensis) – die feitelijk een kleine rat is. Het is een van de meest voorkomende knaagdieren ten zuiden van de Sahara. Waar hij voorkomt, is vaak maar niet altijd het lassavirus aanwezig. Het is onbekend waarom niet in alle landen waar deze rat leeft, ook het lassavirus rondwaart.

Inwoners en reizigers die naar getroffen landen gaan, kunnen besmet worden door voedsel of eetgerei dat in contact is geweest met de urine of keutels van besmette muizen, of door contact met een zieke patiënt.

Naast handen wassen en ander hygiënische maatregelen is het houden van een kat een van de adviezen die de WHO aan plattelandsbewoners geeft.

Lichaamsvloeistoffen

De meeste mensen worden niet ziek na besmetting met het lassavirus, en zijn dan ook niet besmettelijk. Twintig procent krijgt na 5 tot 21 dagen wel klachten, en bij de helft daarvan worden die ernstig. De ziekte begint met koorts en malaise, en na een paar dagen kunnen griepachtige klachten zoals hoofd-, keel- en spierpijn optreden, maar ook pijn op de borst, buikpijn, misselijkheid, braken en diarree. In ernstige gevallen zijn er bloedingen uit neus, mond, maag en darmen en raken organen aangetast.

Jaarlijks raken naar schatting 100.000 tot 300.000 mensen besmet, en sterven er 5.000 mensen aan lassakoorts. Vooral voor zwangere vrouwen is de ziekte vaak dodelijk. Een kwart van de mensen die de ziekte overleeft, wordt tijdelijk of zelfs permanent doof.

De lichaamsvloeistoffen van patiënten met lassakoorts zijn besmettelijk: bloed, urine, poep, sperma, zweet en braaksel. Via niezen of hoesten kan het virus niet worden verspreid. Besmette patiënten worden behandeld op een speciale geïsoleerde afdeling met strikte beschermingsmaatregelen. Een aantal universitaire ziekenhuizen in Nederland heeft zo’n afdeling.

Patiënten kunnen worden behandeld met een virusremmer, ribavirine. Hoe eerder de behandeling begint, hoe beter de genezingskansen zijn. Diagnostische tests die snel kunnen worden uitgevoerd, zijn in de laatste fase van ontwikkeling, volgens de WHO. Enkele vaccins zijn in ontwikkeling. Ook antivirale medicijnen en immuuntherapieën worden onderzocht.